- Elleström maakt een onderscheid tussen ‘basic media’, ‘qualified media’ en ‘technical
media’:
Basic media: Alleen tekst, alleen geluid, etc. Media die geïdentificeerd worden
door hun modale verschijningen.
Qualified media: Media die geïdentificeerd worden door hun qualifying aspects.
Technical media: De interface, waardoor je een medium waarneemt/de drager
van het medium.
- Basic, qualified en technical media zijn geen verschillende soorten media, maar zijn
aspecten van media. Een medium kan meerdere van deze aspecten bevatten.
- Verschil tussen ‘mode’ en ‘modality’:
Mode: Een manier om iets te doen of iets te zijn. + de verdere onderscheidingen
van de modaliteiten.
Modality: Bespreekt de vier modaliteiten.
- De vier modaliteiten zijn:
Material: De interface van het medium.
Lichamen.
Ander materiaal met een afgebakend karakter zoals platte oppervlakken
of 3D-voorwerpen.
Materiaal met een minder duidelijk afgebakend karakter als geluidsgolven
en licht.
Sensorial: Het fysieke en mentale waarnemen van het medium. “All our
sensations consist of integrated experiences of the way a variety of receptors
perceive and interpret an array of sense-data.”
Sense-data: Data afkomstig van voorwerpen, fenomenen en
gebeurtenissen, die niet zonder een waarnemend en interpreterend
middel waargenomen kunnen worden
Receptors: Onze receptoren die als ze gestimuleerd worden impulsen naar
ons zenuwstelsel sturen.
o Exteroceptors: Registreren externe veranderingen.
o Interoceptors: Registreren interne veranderingen
o Proprioceptors: Geven informatie over de lengte en spanning in
spieren en pezen.
Sensation: Het effect/de ervaring van deze stimulatie.
Spatiotemporal: Hoe het medium in tijd en ruimte bestaat.
Temporality:
o Media zonder tijd: Statisch
o Media met tijd (fixed sequentiality (films, opgenomen muziek),
partially fixed sequentiality (muziek in games, hyperlinks), non-
fixed sequentiality (geïmproviseerde muziek, live broadcast)
, o Drie levels: Tijd als een eigenschap van de interface van het
medium, tijd als een noodzakelijke voorwaarde van alle
waarneming en tijd als een interpretatief aspect van wat het
medium representeert (virtual time).
o Virtual time: Tijd in het medium, staat los van de echte tijd.
Spatiality:
o Drie levels: Ruimte als een eigenschap van de interface van het
medium, ruimte als een fundamenteel aspect van alle perceptie en
ruimte als een interpretatief aspect van wat het medium
representeert (virtual space).
o Virtual space: Ruimte in het medium zelf.
Semiotic: Hoe wij de tekens van het medium interpreteren. Er is altijd één type
teken dominant; ze kunnen er wel allemaal inzitten, maar er is er één dominant.
Drie modes:
Convention: Symbolisch: De betekenis van het teken is afgesproken.
Resemblance: Iconisch: Teken dat lijkt op het andere teken (foto).
Contiguity: Index: Wijst naar dat wat het betekent (rook verwijst naar
vuur).
Twee denkwijzen: Propositional representations (abstract, symbool) en
Pictorial representations (concreet, index en icoon).
- Twee qualifying aspects:
Contextual qualifying aspect: “The origin, delimitation and use of media in
specific historical, cultural and social circumstances”.
Operational qualifying aspect: “The aesthetic (kunst) and communicative (social
media, als iets geen kunstvorm is) characteristics that define media”.
- Twee soorten grenzen tussen media:
Media verschillen door hun modale verschillen.
Media verschillen door het verschil tussen de qualifying aspects.
- Twee manieren om grenzen te overbruggen:
Combination and integration.
Mediation and transformation.
Twee problemen bij eerdere vergelijkingen tussen media:
- De media/eenheden die worden vergeleken worden als fundamenteel van elkaar
verschillend gezien (met niets of weinig gemeen).
Media zijn zowel hetzelfde als verschillend en je kunt ze niet met elkaar
vergelijken zonder duidelijk te maken welke aspecten relevant zijn voor de
vergelijking en hoe deze aspecten aan elkaar gerelateerd zijn.
- Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de materialiteit en de perceptie van de
media.
Hoewel dit erg moeilijk is moet er wel onderscheid worden gemaakt.