Hoofdstuk 4: schuldeisers, incassobureaus en deurwaarders
4.1 Verschillen in bevoegdheden tussen schuldeisers, incassobureaus en
deurwaarders
3 partijen:
De crediteur (schuldeiser);
Een incassobureau;
Een gerechtsdeurwaarder.
Incassobureau en schuldeiser hebben dezelfde bevoegdheden: ze kunnen de schuldenaar (dringend)
vragen of hij wil betalen. Ze mogen allebei incassokosten rekenen.
Incassokosten = kosten die de schuldenaar moet betalen als hij zich niet aan de afspraken houdt.
Gerechtsdeurwaarder = openbaar ambtenaar die je kan dwingen om je schuld aan een crediteur te
betalen.
De dwang kan op verschillende manieren plaatsvinden. De deurwaarder gebruikt het geld dat hij
krijgt via je inkomen, de verkoop van je spullen of je bank- of betaalrekening voor 2 doelen:
schuldeiser betalen en zichzelf een vergoeding heven voor het werk dat hij heeft verricht om jouw
geld te incasseren. Bedrag is een vastgesteld bedrag door de overheid.
Belastingdeurwaarders = incasseren belastingverplichtingen voor de landelijke Belastingdienst,
waterschappen, provincies en voor gemeenten.
De eerste twee kunnen dus alleen dringend verzoeken om te betalen, de gerechtsdeurwaarder kan
de betaling tegen jouw zin afdwingen.
4.1.1 Redenen om een incassobureau in te schakelen
Incassobureaus zijn gespecialiseerd in het stimuleren van mensen om te betalen.
Je hebt voor de incasso van een vordering allerlei specialistische kennis nodig en je moet je er actief
mee bezig houden.
‘No cure, no pay’ = het incassobureau krijgt alleen betaald als de schuldenaar de vordering betaalt.
Schuldeisers schakelen incassobureaus in omdat het hen het gemak geeft dat ze de
incassoactiviteiten niet zelf hoeven te verrichten. Een tweede belangrijke reden voor schuldeisers om
een incassobureau in te schakelen is dat sommige mensen een brief van een incassobureau serieuzer
nemen dan een brief van de schuldeiser zelf.
4.1.2 De belangrijkste reden om een gerechtsdeurwaarder in te schakelen
De belangrijkste reden voor bedrijven om een gerechtsdeurwaarder in te schakelen is dat hij
bevoegdheden heeft die verder gaan dan de eigen bevoegdheden of de bevoegdheden van een
incassobureau.
Executoriale titel = de toestemming die een rechter aan een gerechtsdeurwaarder geeft om te
incasseren. Wordt ook wel omschreven als vonnis.
De deurwaarder moet altijd laten weten aan de schuldenaar dat er een executoriale titel aan de
rechter gevraagd gaat worden omdat:
De schuldenaar dan de mogelijkheid heeft om alsnog te betalen;
Het geeft schuldenaren waarbij sprake is van een misverstand de mogelijkheid om naar de
zitting te komen en te bewijzen dat de documenten van de gerechtsdeurwaarder niet
kloppen.
Als de gerechtsdeurwaarder een executoriale titel krijgt mag hij onder meer:
Beslag leggen op het inkomen;
Beslag leggen op de bank- of spaarrekening
Dit gebeurt ook als je een bank- of spaarrekening deelt met iemand die schulden heeft = en/
of-rekening.
, Beslag leggen op de inboedel: de deurwaarder mag bijna alle spullen die je in je huis hebt
staan verkopen;
Beslag leggen op roerende zaken; vb. auto, wordt verkocht via een veiling.
Naast deze handelingen die alleen een gerechtsdeurwaarder mag verrichten, mogen zij ook alle
handelingen verrichten die schuldeisers en incassobureaus mogen verrichten.
4.2 Het incassoproces
De keuzevrijheid heeft als gevolg dat crediteuren hun incassoproces op heel veel verschillende
manieren inrichten.
Activiteiten worden wel vaak in
een bepaalde volgorde verricht:
1. Herinnering/ aanmaning
2. Incassokosten rekenen
3. Beslag op het inkomen
4. Beslag op andere zaken,
vb. auto, inboedel of
spaar- of bankrekening.
4.3 Een herinnering en/of een aanmaning
Is de eerste stap in een incassoproces.
Herinnering (1 boodschap) = bevat de boodschap dat je nog niet hebt betaald.
Aanmaning (2 boodschappen) = bevat de boodschap dat je nog niet hebt betaald, maar daarnaast
vertelt de partij die de aanmaning verstuurt (schuldeiser, incassobureau of deurwaarder) je ook wat
de uiterste betaaldatum is. Als je niet voor die datum hebt betaald komen er incassokosten in
rekening. Een aanmaning moet schriftelijk (kan ook via mail, brief of sms). Een aanmaning heet ook
wel sommatie.
4.4 Het berekenen van incassokosten
In de Wet buitengerechtelijke incassokosten (WIK) is vastgelegd welk bedrag de schuldeisers in
rekening mogen brengen:
Incassokosten mogen nooit hogere zijn dan een bepaald percentage van een vordering.
Er wordt rekening gehouden met de hoogte van de vordering: hoe hoger het bedrag dat nog
betaald moet worden, des te lager de incassokosten.
Het maximumbedrag dat aan incassokosten gerekend mag worden is 6775 euro.
, Bij het berekenen van de incassokosten telt het ook mee of de schuldeiser (of degene die incasseert)
belasting moet betalen. Als de schuldeisende partij dat niet hoeft dan mag er nog 21% btw over de
incassokosten worden gerekend.
Voorbeelden van schuldeisers die geen belasting hoeven te betalen: banken, medische beroepen,
onderwijs, overheid en verzekeringsmaatschappijen.
Incassokosten rekenen mag alleen bij toepassing van een aantal spelregels
De belangrijkste spelregels:
Ze moeten een zgn. 14-dagenbrief versturen: is een aanmaning, deze brief wijst de
schuldenaar op de achterstand en geeft aan dat hij 14 dagen de tijd heeft om het bedrag te
voldoen zonder dat er kosten in rekening worden gebracht. In de brief moet staan wat de
consequenties zijn van het niet op tijd betalen, hoe hoog de incassokosten zijn. Als er in de
brief hogere incassokosten staan dan zijn toegestaan is de aanmaning niet rechtsgeldig.
Bij periodieke betalingen mag er voor elke termijn steeds opnieuw het minimumbedrag van
40 euro aan incassokosten in rekening worden gebracht. Dan moet er wel bij elke
achterstallige betaling direct een 14-dagenbrief zijn verstuurd. Als de 14-dagenbrief pas
wordt verstuurd als er 2 termijnen zijn gemist dan moet de schuldeiser de termijnen
samenvoegen. Er mag dan maar 1 keer incassokosten gerekend worden.
4.5 Beslag op het inkomen
De volgende stap is de deurwaarder die beslag gaat leggen op het inkomen als een schuldenaar niet
reageert op aanmaningen en de opgelegde incassokosten. Deurwaarder moet executoriale titel
hebben want dan alleen zal de werkgever/uitkeringsinstantie een deel van het inkomen overmaken
naar de deurwaarder. De werkgever/uitkeringsinstantie zijn bij wet verplicht om aan dit verzoek te
voldoen.
De schuldenaar mag een bedrag overhouden dat gelijk is aan 90% van de geldende bijstandsnorm
Beslagvrije voet = het bedrag dat de schuldenaar mag houden (dus die 90%).
Bij de berekening van de beslagvrije voet wordt wel rekening gehouden met specifieke situaties (vb.
hoge huur of zorgkosten). Het exacte bedrag dat iemand overhoudt hangt af van iemands
persoonlijke omstandigheid.
Er wordt dus maatwerk geleverd. Om de hoogte van de bvv te berekenen moeten de schuldenaren
allerlei papieren aanleveren. Veel mensen vinden dit ingewikkeld waardoor veel mensen niet de
gevraagde papieren aanleveren en er dus geen maatwerk geleverd kan worden.
Als iemand meerdere schuldeisers heeft kan het zo zijn dat deze deurwaarders ook beslag leggen op
het inkomen. Dan hoeft de werkgever/uitkeringsinstantie het geld niet zelf af te dragen en te
verdelen. Dit doet de eerste gerechtsdeurwaarder die beslag heeft gelegd.
Verdelende gerechtsdeurwaarder = houdt bij de verdeling rekening met de omvang van de schulden
en zal die naar rato verdelen (naar de omvang van de schulden). Hij houdt ook rekening met de vraag
of er preferente schuldeisers zijn.
Preferent = dat een schuldeiser het recht heeft op een groter deel.