Polair
Geïoniseerde vorm en heeft altijd OH- (hydroxylion).
Stoffen die uit polaire moleculen (dipolen) bestaan zijn hydrofiel,
Omdat moleculen of ionen zich ten gevolge van de elektrische aantrekking met water
moleculen omringen.
Apolair
Heeft geen dipool en is rondom neutraal.
Stoffen die uit apolaire moleculen bestaan zijn hydrofoob,
Omdat er geen OH- aanwezig is en dus geen verbinding met water kan worden gemaakt
Bij polaire moleculen is een - en een + kant te vinden, apolaire moleculen zijn rodom
neutraal.
Lipofiel = hydrofoob
Apolaire structuur. Lipofiele stoffen lossen beter op in apolaire oplosmiddelen zoals
vetten, oliën en organische stoffen.
(vaseline, parrafine in crème voor de huid)
Lipofoob = hydrofiel
Polaire structuur. Lipofobe stoffen lossen beter op in polaire oplosmiddelen zoals water.
(glycerine/glycerol in crème voor de huid)
Bijzonderheden:
- Alcoholen en koolstofdioxide (CO2) - polaire en apolaire eigenschappen (lossen in
water en in een vetachtig milieu op)
- Aceton o.a. nagellakremover – polaire en apolaire eigenschappen (lossen in water
en in een vetachtig milieu op
Lipofiele- en fobe stoffen in het lichaam:
- Eiwitten (proteïnen) meestal polair, soms ook apolair
- Lipiden (vetten) deels apolair, deels polair
- Koolhydraten sterk polair
Emulgator = combinatiestof
Wordt gebruik voor het maken van een emulsie. Het ene deel is lipofoob en het andere is
lipofiel, het kan verbinding maken tussen lipofiele en lipofobe stof. Vergemakkelijkt het
chemisch proces waarbij twee stoffen normaliter niet met elkaar zouden mengen.