Celmembraan = een dubbele laag fosfolipiden met daartussen eiwitmoleculen.
Met aan de buitenkant glycolipiden en cholesterol. Sommige eiwitten hebben een
kanaaltje. De eiwitmoleculen zitten niet altijd dwars door het celmembraan heen.
Kan ook alleen boven of onder zitten.
Celmembraan wordt ook wel vloeibaar mozaïekmodel genoemd. Dit is omdat de
eiwitmoleculen van plek kunnen veranderen.
Tussen de twee hydrofiele compartimenten bevindt zich een lipofiel milieu.
Concentratie- en potentiaalverschil is de bron van energie.
Celmembraan:
- Belemmert vrije diffusie stoffen in/uit de cel
- Beschermt tegen de buitenwereld
- Maakt specifieke transporten in/uit de cel noodzakelijk
- Handhaaft concentratie- en potentiaalverschil
! Celmembraan is makkelijk doorlaatbaar voor water en lipofiele stoffen
Slecht doorlaatbaar voor ionen en hydrofiele stoffen !
Membraantransport:
- Passief:
Diffusie (1) en osmose (2)
Geen energie nodig
Moleculen verplaatsen zich van hogere naar lagere concentratie
- Actief:
Na-K pomp en blaasjes transport
Energie nodig
Moleculen verplaatsen zich van lagere naar hogere concentratie
Door het membraan
, ● Diffusie:
In gas of vloeibaar medium.
- Membraan is permeabel of er is geen membraan
- Transport van opgeloste stoffen o.b.v. een concentratiegradiënt
- Eindigt bij een gelijke concentratie
Gradient = verschil in concentratie. Geldt voor een elektrische en concentratie
gradient
Uiteindelijk wordt de concentratie in de ruimte even groot = homeostase
Concentratie = de hoeveelheid opgeloste stof per volume-eenheid van de opl.
Factoren die invloed hebben op de diffusiesnelheid:
- Afstand
- Concentratieverschil
- Temperatuur
- Grootte van de moleculen
- In welk medium is het
Dus eindproduct: evenveel vloeistof/gas met beide een gelijke concentratie
● Osmose:
- Membraan is semipermeabel
- Transport van water op basis van een osmotische druk
- Eindigt bij gelijke osmotische druk/waarde
= Het streven naar evenwicht in opgeloste zouten tussen twee verschillende
vloeistoffen die gescheiden zijn door een semi-permeabel membraan (alleen H2O
kan er doorheen) (het laat alleen de vloeistof door en niet de opgeloste deeltjes)
Ipv concentratie wordt hier gesproken over osmotische waarde/druk
De ruimte met hogere osmotische waarde trekt water aan.
Dus eindproduct: hoeveelheid water is anders om de osmotische waarde gelijk te
krijgen.
Dus verschil diffusie en osmose is dat bij diffusie de deeltjes verplaatsen en bij
osmose de watermoleculen.
Het verschil in osmotische druk binnen en buiten de cel is altijd verschillend
Het deel met meer opgeloste stoffen/hogere osmotische druk, trekt water aan