Er is altijd een evenwicht tussen onze weerstand en een aanvaller
huidmicrobioom/flora = alle micro-organismen die op onze huid zitten
-> het voorkomt infecties = kolonisatieresistentie en bacteriële interferentie
-> en veroorzaakt infecties
We hebben een residente en transiente flora
Residente flora = blijvend (kan je er niet afwassen!!!)
- Belangrijkste deel
- Overleven op huid en vermenigvuldigen zich (wonen bij je)
- Moeilijker te verwijderen
- O.a. beschermen tegen bact. infecties (tenzij je weerstand heeel laag wordt,
kan het een gevaar worden)
Transiënte flora = tijdelijk
- Contaminant (bij toeval op de huid)
- Gemakkelijker te verwijderen (je kunt het bijna altijd er af wassen)
- Meer op gezicht, hals, nek, handen (daarmee kom je in contact met de
buitenwereld)
De variatie in huidflora is afhankelijk van:
● Milieu ter plaatse
- b.v. intertrigineus (in de plooien, vochtig en warm):
veel Corinebact. speciës (Soorten)
- haarfollikels en talgklieren:
propionibact. Speciës.
● Conditie van de mens
- b.v. Candida speciës b.v. bij constit. Eczeem
Ook als je bijv antibiotica slikt en de bacteriën in je mond nemen af,
krijgt candida de mogelijkheid om te groeien.
- Staph. Aureus 20% in intertrigineuze gebieden
- 20-40% in vestibulum nasi (ingang van de neus) -> van daar uit
kolonisatie v.d. Huid
, De natuurlijke afweer van de huid
● Intact stratum corneum
● Snelle turnover van de hoornlaag (het opschuiven van de cellen naar het
str. corneum) -> zo krijg je ongewenste micro-organismen weg
○ Celdeling remmende middelen zorgen dan ook voor makkelijker
infecties krijgen.
● Huidlipiden → vetzuren
○ zweet → melkzuur
○ De huid is dus altijd zuur pH 5,5
● Immuunsysteem (de huid bevat ook antistoffen)
● Bacteriocinen = giftige stoffen gemaakt door bacteriën die bij ons wonen ->
het kan vreemde gasten aanvallen.
● Kolonisatieresistentie/ “bacteriële interferentie = micro-organismen die bij
ons wonen beschermen onszelf tegen vreemde gasten
Bacteriën die huidinfecties kunnen veroorzaken
● Staph. Aureus (is een hele belangrijke)
● Streptococcus pyogenes (pus makend)
● En nog een hele hoop anderen.
1. Primaire huidinfecties -> pyodermieën
-> andere
2. Secundaire bact. Huidinfecties -> de grootste groep. Er moet namelijk
altijd wel een reden zijn waarom zon huidinfectie ontstaat -> b.v. bij
eczeem
3. Huidafwijkingen bij systemische bacteriële infecties (intern)
B.v. meningococcen.-> kan sepsis geven (bloedvergiftiging) -> leidt tot
petechiën in de huid.
Impetigo vulgaris (‘gewoon’)= krentenbaard = secundaire impetiginisatie
● Het is in veel gevallen secundaire impetiginisatie door een jeukende
huidaandoening (eczeem, hoofdluis, waterpokken, etc)
● Waar? -> Oppervlakkig op de huid (meestal door staph., soms ook
streptococcen of samen)
● Wie? -> Kindjes
● Gekenmerkt door goudgele korstjes
Als iemand impetigo heeft, komt het nooit alleen. Kijk altijd
waarom iemand het heeft. -> bijna altijd door een jeukende
huidaandoening!!!
-> of door besmetting, want het is erg besmettelijk!!