week 6 | Saturatie meten
Opdracht 1,
Beantwoord onderstaande vragen over saturatiemeting. § 5.28 Maak de
thuisopdracht van saturatiemeten.
1. Wat is het doel van een saturatie meting?
Het meten en bewaken van het zuurstofpercentage in de lichaamsweefsels
2. Wat is een ideale waarde?
95-100%
3. Welke waardes worden er gehanteerd voor welke doelgroep en wat houdt het in?
Bij patiënten met chronische long- en hartaandoeningen kan in overleg met de huisarts een SpO₂
88-92% acceptabel zijn.
4. Vanaf welke waarde wordt er gesproken van een spoed of levensbedreigende situatie in
je triage wijzer?
U1 | Levensbedreigend — Zuurstofsaturatie < 90% of <95% bij gebruik van zuurstof
U2 | Spoed — Zuurstofsaturatie <95%
5. Wat kan er gedaan worden bij een afwijkende waarde?
(Meet na een half uur de waarde nog een keer.)
In sommige gevallen is het extra toedienen van zuurstof dan noodzakelijk.
6. Wat kan er mogelijk aan de hand zijn wanneer de saturatie daalt?
Kortademigheid, duizelig, benauwd, een long- of hartaandoening.
7. Wat kan de meting van de saturatie waarde beïnvloeden? Denk aan in, aan en buiten
de patiënt.
Bij zware rokers en bij mensen met een sterk gepigmenteerde huid kan mogelijk een iets te hoge
uitslag verkregen worden.
week 6 | Saturatie meten 1
Opdracht 1,
Beantwoord onderstaande vragen over saturatiemeting. § 5.28 Maak de
thuisopdracht van saturatiemeten.
1. Wat is het doel van een saturatie meting?
Het meten en bewaken van het zuurstofpercentage in de lichaamsweefsels
2. Wat is een ideale waarde?
95-100%
3. Welke waardes worden er gehanteerd voor welke doelgroep en wat houdt het in?
Bij patiënten met chronische long- en hartaandoeningen kan in overleg met de huisarts een SpO₂
88-92% acceptabel zijn.
4. Vanaf welke waarde wordt er gesproken van een spoed of levensbedreigende situatie in
je triage wijzer?
U1 | Levensbedreigend — Zuurstofsaturatie < 90% of <95% bij gebruik van zuurstof
U2 | Spoed — Zuurstofsaturatie <95%
5. Wat kan er gedaan worden bij een afwijkende waarde?
(Meet na een half uur de waarde nog een keer.)
In sommige gevallen is het extra toedienen van zuurstof dan noodzakelijk.
6. Wat kan er mogelijk aan de hand zijn wanneer de saturatie daalt?
Kortademigheid, duizelig, benauwd, een long- of hartaandoening.
7. Wat kan de meting van de saturatie waarde beïnvloeden? Denk aan in, aan en buiten
de patiënt.
Bij zware rokers en bij mensen met een sterk gepigmenteerde huid kan mogelijk een iets te hoge
uitslag verkregen worden.
week 6 | Saturatie meten 1