week 2 | Intramusculair injecteren/subcutaan injecteren
Opdracht 1,
Beantwoord onderstaande vragen na het lezen van de protocollen IM en SC injecteren:
1. Wat is een intramusculaire injectie? In welke huidlaag wordt deze injectie gegeven?
Een intramusculaire injectie is een injectie waar het vloeistof in de spierweefsel wordt gespoten.
2. Op welke drie plaatsen kan een intramusculaire injectie (i.m.) worden toegediend? Maak het voor jezelf inzichtelijk met een
voorbeeld afbeelding.
In de arm, in de meeste gevallen in het bovenste derde gedeelte van de bovenarm aan de buitenzijde (in de musculus deltoideus).
Het bovenbeen, in de meeste gevallen aan de buitenzijde van het middelste derde gedeelte van de bovenbeenspier (in de musculus vastus
lateralis). Door zowel bovenip het bovenbeen als aan de buitenkant, in het middel van een denkbeeldige lijn te trekken van boven naar
beneden en het been van boven naar beneden in drie gelijke stukken te verdelen, kan eenvoudig de plaats worden bepaald waar het met het
minst risico om een zenuw of een bloedvat te raken een injectie gegeven kan worden.
De bil. Er kan gekozen worden uit het dorsoglutae (DG-) gebied of het ventrogluteale (VG-) gebied. Een injectie in het DG- gebied wordt in
de grote bilspier (gluteus maximus) geïnjecteerd. In het VG- gebied wordt er in het middelste bilspier (musculus gluteus medius)
geïnjecteerd. Er is een voorkeur om te injecteren in het VG- gebied omdat hier minder zenuwen en grote bloedvaten aanwezig zijn en er een
dunnere onderhuidse vetlaag is.
3. Welk type naald wordt er gebruikt voor een IM injectie en leg je keuze uit.
Er wordt een iets dikkere en langere naald gebruikt. De 0,8 x 25 mm of de 0,8 x 40 mm voor volwassenen en de 0,8 x 16 mm voor kinderen. De
lengte van de naald wordt ook bepaald door de dikte van de onderhuidse bindweefsellaag.
Roze: zuigen // Groen: injecteren
4. Wat is een subcutane injectie?
Een injectie n het onderhuidse bindweefsel, de subcutis.
5. Waar kan een subcutane injectie (s.c.) worden toegediend? Maak het bovendien voor jezelf inzichtelijk met een voorbeeld afbeelding.
In het onderhuidse vetweefsel aan de buitenkant van de bovenarm.
De voor-/zijkant van het bovenbeen.
In het losse onderhuidse bindweefsel van de buikwand.
6. Wat is het verschil in medicatie opname en toediening tussen intra musculair en subcutaan injecteren?
De vloeistof wordt sneller in de bloedsomloop opgenomen via de spier dan na een subcutane injectie.
7. Welke controle punten pas je altijd toe voordat je per injectie een medicijn toedient (om nadelige gevolgen te verkleinen/ uit de weg
te gaan) noem er tenminste 4.
Juiste patiënt.
Juiste medicijn.
Juiste dosis.
Juiste vorm en tijd.
week 2 | Intramusculair injecteren/subcutaan injecteren 1
Opdracht 1,
Beantwoord onderstaande vragen na het lezen van de protocollen IM en SC injecteren:
1. Wat is een intramusculaire injectie? In welke huidlaag wordt deze injectie gegeven?
Een intramusculaire injectie is een injectie waar het vloeistof in de spierweefsel wordt gespoten.
2. Op welke drie plaatsen kan een intramusculaire injectie (i.m.) worden toegediend? Maak het voor jezelf inzichtelijk met een
voorbeeld afbeelding.
In de arm, in de meeste gevallen in het bovenste derde gedeelte van de bovenarm aan de buitenzijde (in de musculus deltoideus).
Het bovenbeen, in de meeste gevallen aan de buitenzijde van het middelste derde gedeelte van de bovenbeenspier (in de musculus vastus
lateralis). Door zowel bovenip het bovenbeen als aan de buitenkant, in het middel van een denkbeeldige lijn te trekken van boven naar
beneden en het been van boven naar beneden in drie gelijke stukken te verdelen, kan eenvoudig de plaats worden bepaald waar het met het
minst risico om een zenuw of een bloedvat te raken een injectie gegeven kan worden.
De bil. Er kan gekozen worden uit het dorsoglutae (DG-) gebied of het ventrogluteale (VG-) gebied. Een injectie in het DG- gebied wordt in
de grote bilspier (gluteus maximus) geïnjecteerd. In het VG- gebied wordt er in het middelste bilspier (musculus gluteus medius)
geïnjecteerd. Er is een voorkeur om te injecteren in het VG- gebied omdat hier minder zenuwen en grote bloedvaten aanwezig zijn en er een
dunnere onderhuidse vetlaag is.
3. Welk type naald wordt er gebruikt voor een IM injectie en leg je keuze uit.
Er wordt een iets dikkere en langere naald gebruikt. De 0,8 x 25 mm of de 0,8 x 40 mm voor volwassenen en de 0,8 x 16 mm voor kinderen. De
lengte van de naald wordt ook bepaald door de dikte van de onderhuidse bindweefsellaag.
Roze: zuigen // Groen: injecteren
4. Wat is een subcutane injectie?
Een injectie n het onderhuidse bindweefsel, de subcutis.
5. Waar kan een subcutane injectie (s.c.) worden toegediend? Maak het bovendien voor jezelf inzichtelijk met een voorbeeld afbeelding.
In het onderhuidse vetweefsel aan de buitenkant van de bovenarm.
De voor-/zijkant van het bovenbeen.
In het losse onderhuidse bindweefsel van de buikwand.
6. Wat is het verschil in medicatie opname en toediening tussen intra musculair en subcutaan injecteren?
De vloeistof wordt sneller in de bloedsomloop opgenomen via de spier dan na een subcutane injectie.
7. Welke controle punten pas je altijd toe voordat je per injectie een medicijn toedient (om nadelige gevolgen te verkleinen/ uit de weg
te gaan) noem er tenminste 4.
Juiste patiënt.
Juiste medicijn.
Juiste dosis.
Juiste vorm en tijd.
week 2 | Intramusculair injecteren/subcutaan injecteren 1