HANDBOEK NEDERLANDS ALS TWEEDE
TAAL
HOOFDSTUK 1 – DE CONTEXT VAN TWEEDETAALVERWERVING EN
TWEEDETAALLEREN
1.1 INLEIDING
Simultane taalverwerving voor 4e jaar loopt T2-verwerving grotendeels parallel aan de
moedertaal.
Successieve taalverwerving taal leren wanneer de moedertaal redelijk wordt beheerst.
Ongestuurde taalverwerving natuurlijk oppakken
Gestuurde taalverwerving leren via onderwijs = T2-leren
1.2 HET PROCES VAN TWEEDETAALVERWERVING
1.2.1 IMITATIE EN TRANSFER
Behaviorisme (Skinner) taalleren proces van gewoontevorming imitatie en
reinforcement (bekrachtiging) belangrijke rol
Imitatie bouwstenen krijgen
Bekrachtiging complimenten bouwstenen combineren
Behaviorisme en T2-verwerving bij iets nieuws leren speelt het oude geleerde een
grote rol
Transfer T1 gewoonte naar T2 gewoonte
Interferentiefouten = maken van fouten onder invloed van 1e taal (negatieve transfer)
Interferentiehypothese (transferhypothese)
Contrastieve analyse contrasten tussen T1 en T2
KADER 1.1 BELANGRIJKE THEORIEËN IN VERBAND MET TAALLEREN
Behaviorisme (Skinner, Lado) ziet taalleren als een proces van gewoontevorming waarin
imitatie en bekrachtiging een belangrijke rol spelen.
Nativisme (Chomsky, Pinker) gaat ervan uit dat mensen ter wereld komen met een
aangeboren (innate) taalverwervingsmechanisme, zoals in de ‘universele
grammaticatheorie’ (UG theory) het bestaan van een zogenaamd LAD (Language
Acquisition Device) aangenomen wordt.
Interactionisme (Piaget, Long) benadrukt het belang van interactie tussen biologische
(nature) en sociale (nurture) aspecten van taalverwerving).
1.2.2 CREATIEVE CONSTRUCTIE EN ONTWIKKELINGVOLGORDE
Pagina 1 van 4
Handboek Nederlands als tweede taal Hoofdstuk 1
TAAL
HOOFDSTUK 1 – DE CONTEXT VAN TWEEDETAALVERWERVING EN
TWEEDETAALLEREN
1.1 INLEIDING
Simultane taalverwerving voor 4e jaar loopt T2-verwerving grotendeels parallel aan de
moedertaal.
Successieve taalverwerving taal leren wanneer de moedertaal redelijk wordt beheerst.
Ongestuurde taalverwerving natuurlijk oppakken
Gestuurde taalverwerving leren via onderwijs = T2-leren
1.2 HET PROCES VAN TWEEDETAALVERWERVING
1.2.1 IMITATIE EN TRANSFER
Behaviorisme (Skinner) taalleren proces van gewoontevorming imitatie en
reinforcement (bekrachtiging) belangrijke rol
Imitatie bouwstenen krijgen
Bekrachtiging complimenten bouwstenen combineren
Behaviorisme en T2-verwerving bij iets nieuws leren speelt het oude geleerde een
grote rol
Transfer T1 gewoonte naar T2 gewoonte
Interferentiefouten = maken van fouten onder invloed van 1e taal (negatieve transfer)
Interferentiehypothese (transferhypothese)
Contrastieve analyse contrasten tussen T1 en T2
KADER 1.1 BELANGRIJKE THEORIEËN IN VERBAND MET TAALLEREN
Behaviorisme (Skinner, Lado) ziet taalleren als een proces van gewoontevorming waarin
imitatie en bekrachtiging een belangrijke rol spelen.
Nativisme (Chomsky, Pinker) gaat ervan uit dat mensen ter wereld komen met een
aangeboren (innate) taalverwervingsmechanisme, zoals in de ‘universele
grammaticatheorie’ (UG theory) het bestaan van een zogenaamd LAD (Language
Acquisition Device) aangenomen wordt.
Interactionisme (Piaget, Long) benadrukt het belang van interactie tussen biologische
(nature) en sociale (nurture) aspecten van taalverwerving).
1.2.2 CREATIEVE CONSTRUCTIE EN ONTWIKKELINGVOLGORDE
Pagina 1 van 4
Handboek Nederlands als tweede taal Hoofdstuk 1