Het ontstaan van de huidige beleidsparadigma’s (paradigma’s; veronderstellingen van waaruit we de
samenleving proberen te verklaren.)
• Invloed van de overheid op de maatschappelijke opinie
• Veranderende burgerschapsidealen
• Huidige burgerschapsideaal
Hoe verandert de samenleving van mening?
Veranderende context
• Technologische ontwikkelingen
• Mondialisering -> diversiteit
Grote ontwikkelingen in de samenleving;
• Emancipatie
• Meritocratie (een maatschappijmodel waarin de sociaal-economische positie van elk individu
is gebaseerd op zijn of haar verdiensten (merites). Hierbij gaat het dus niet direct om de
aanleg die men heeft, maar wat men met die aanleg doet)
• Individualisering
• Identiteit en maatschappelijke positie als eigen project en verdienste
Veranderende burgerschapsidealen zelf er iets voor doen, zelf initiatief nemen
(Vroeger was het een verzorgingsstaat en als ik het maar goed heb)
Deze ontwikkelingen leiden tot draagvlak voor een ‘eigen verantwoordelijkheid’ paradigma
Liberal and managerial paradigma’s
Burgerschapsideaal als framingsinstrument
Hoe?
3 Sturingsinstrumenten overheid:
- Wet- en regelgeving (Wmo)
- Geld
- Communicatie (Rutte 1.18)
Stroom van verschillende emoties en wederzijdse verwachtingen
Huidige burgerschapsideaal
Nieuw burgerschapsideaal: de affectieve burger (oprecht betrokken en geïnteresseerd in iemand)
• Van juridische status naar identificatieproces (we zijn afhankelijk naar elkaar, en nu opeens
oog voor een ander)
• Moreel begrip
, • Van afhankelijkheden tussen burgers en overheid naar afhankelijkheden
tussen individuen (hoe strookt dit met individualisering?)
- Twee kernelementen: eigen verantwoordelijkheid (voor onszelf opkomen en zorgen) en
actieve solidariteit (ook echt iets doen voor een ander)
Voor elkaar zorgen – voorwaarden
Op welke aannames stoelt het beleid?
• Sociale cohesie (betrokken op elkaar, belangrijk om betrokken te zijn op elkaar)
• Sociaal kapitaal (wat krijg je mee vanuit je omgeving, in wat voor gezin ben je geboren, heb je
ouders die je stimuleren)
• Civil society (overheid vindt het belangrijk dat mensen zelf dingen organiseren, bijv.
buurtpreventieapp)
• Wederkerigheid (reciprociteit, je doet iets voor de ander en de ander doet iets voor jou
terug)
• Coproductie / cocreatie (coproductie; samen iets uitvoeren bijv. buurtbbq, cocreatie; samen
iets nieuws bedenkt)
• Hier gaan we volgend college verder op in
Gevolgen
- Emotionalisering van het burgerschap (dat wij blij moeten zijn dat we in NL wonen)
- Toename schuldgevoelens (wat als jij niet meedoet)
- Feminisering van het burgerschap (overheid wil dat we betrokken zijn op elkaar, zijn vrouwen beter
in zijn dan mannen, vrouwen spelen hierin een belangrijkere rol, mannen dreigen buiten de boot te
vallen)
Toenemende sociale ongelijkheid (burgerinitiatieven) (bijv. voedselbank verschil tussen arm en rijk)