HOORCOLLEGE 1 – LICHAAMSSAMENSTELLING
Waarom willen we lichaamssamenstelling
weten?
- Gezondheidsrisico vaststellen
- Veranderingen in
lichaamssamenstelling volgen die
geassocieerd zijn met ziekten
- Effectiviteit voedings- of
activiteiteninterventies bepalen
- Ideale lichaamsgewicht vaststellen
- Voedings- of trainingsadvies geven
- Groei en ontwikkeling volgen
Wat is lichaamssamenstelling?
- Atomair niveau
- Moleculair niveau
- Cellulair niveau
- Weefselniveau
- Lichaamsniveau
Wat is samenstelling lichaam?
- Reference man: man, 20-24, gezond, 1,74 m, 70 kg
- Lichaamssamenstelling op atomair niveau:
Atoomelement Kilogram % lichaamsgewicht
Zuurstof 43 61
Koolstof 16 23
Waterstof 7 10
Stikstof 1,8 2,6
Calcium 1,0 1,4
Component Kilogram % lichaamsgewicht
Fosfor 0,6 0,8
Water 42 60
Totaal 69,4 98,8
- Extracellulair 18 26
- Intracellulair 24 34
- Lichaamssamenstelling op moleculair niveau → Vet 13,5 19,1
- Essentieel 1,5 2,1
- Niet-essentieel 12 17
Koolhydraat 0,5 0,6
Mineralen 3,7 5,3
Eiwit 10,1 14,4
, - Verdeling lichaamseiwit:
Orgaan/ weefsel Eiwit massa (kg) % van totaal lichaamseiwit
Skelet spier 4,8 45,3
Hersenen 0,11 0,10
Lever 0,32 3,0
Nier 0,053 0,50
Hart 0,008 0,50
Bloed 0,99 9,3
Huid 0,75 7,1
Skelet 1,9 7,9
- Lichaamssamenstelling op cellulair niveau
o Celmassa 46 kilogram
o Extracellulaire massa 24 kilogram (vaste stoffen, vloeistoffen)
- Lichaamssamenstelling op weefselniveau → Component Kilogram % lichaamsgewicht
Meest gebruikte niveaus: Spier 28 40
Vet 15 21,4
Bloed 5,5 7,9
Bot 5 7,1
Huid 2,6 3,7
Lever 1,8 2,6
Totaal 57,9 82,7
Methoden voor meten lichaamssamenstelling:
- Variëren in: prijs, complexiteit, beschikbaarheid, nauwkeurigheid, medewerking proefpersoon/
patiënt, gebruik
- Directe methoden
o Kadaver studies
▪ Ontleding en chemische analyses kadavers
▪ Veelal uitgevoerd rond 1940
▪ Bevinding 1: aanzienlijke variatie in hoeveelheid lichaamsvet
▪ Bevinding 2: samenstelling botmassa, vetvrije weefsel en vetweefsel redelijk
constant
▪ Nadelen:
• Relatief klein aantal humane studies
• Kadavers vaak oude/ zieke personen
• Samenstelling verandert na dood
• Niet erg praktisch voor toepassing bij levende personen
o In vivo neutronen activatie analyse (IVNAA)
▪ Voordelen
, • Meet chemische samenstelling lichaam in vivo
• Gouden standaard
▪ Nadelen
• Flinke stralingsbelasting
• Duur en zeer beperkt beschikbaar
- Indirecte methoden (gebaseerd op directe methoden)
o K40 methode, densitometrie, verdunningsmethoden, MRI, CT, DXA
- Dubbel indirecte methoden (gebaseerd op indirecte methoden)
o Antropometrische methoden
▪ Gewicht
• IJk weegschaal regelmatig
• Weeg persoon zonder kleding
• Weeg persoon op zelfde moment van dag
▪ Lengte
• Meet zonder schoenen
• Hielen, billen, schouders en achterhoofd tegen muur
• Na maximale inademing
• Hoofd in Frankfort Horizontaal Plane
• Vertekening lengte bij: kyfose, lordose of scoliose
• Alternatieve indicatoren voor lichaamslengte: kniehoogte en spanwijdte
▪ BMI
•Quetelet index: gewicht/ Ondergewicht < 18,5
lengte2 (kg/ m2) = Body Mass Normaal gewicht 18,5 – 24,9
Index = BMI Overgewicht >25
• Gebruik maken lineair verband - Matig overgewicht 25 – 29,9
om vetpercentage te - Ernstig overgewicht >30
voorspellen o.b.v. BMI
• Er zijn veel voorspellingsformules in literatuur
• Niet klakkeloos zo maar gebruiken, beste uitzoeken
• BMI zegt niks over vetverdeling
• Bij kinderen: werk met internationale percentielen i.p.v. met standaard
WHO-afkappunten
• Voordelen
o Definities gelijk voor mannen en vrouwen
o Lengte en gewicht vaak goed te meten
o Veel gebruikt, vergelijkbaarheid andere studies
o In veld te gebruiken
• Nadelen:
o Moeilijk te berekenen?
o Definities verschillend voor bijvoorbeeld Aziaten
o Oppassen bij kinderen en ouderen
o Meet vet massa en vetvrije massa (meet geen
lichaamssamenstelling)
o Meet geen vetverdeling
▪ Middelomtrek
• Horizontaal, na normale uitademing, midden tussen onderste rib en iliaca
crest, meestal niet natuurlijke taille
• Maat voor abdominaal vet/ visceraal vet
, • Bij veroudering vindt herverdeling van lichaamsvet plaats: accumulatie van
buikvet
• Middelomtrek bij ouderen mogelijk beter dan BMI
• Afkappunten middelomtrek voor ouderen aanpassen: ongeveer 70% van
ouderen zit in hoog-risico groep
• Voordelen:
o Redelijk makkelijk te meten
o Hangt met name af van buikvet
o Wellicht beter bruikbaar bij ouderen dan BMI
• Nadelen:
o Meting lastig bij obesitas
o Afkappunten zijn geslacht specifiek
o Afkappunten bij ouderen mogelijk niet juist
• Oude maat = waist-to-hip ratio = middelomtrek/ heupomtrek = MHV
o Gebruikt als maat voor vetverdeling
• Vergeleken met middelomtrek
o Is MHV lager gecorreleerd met visceraal vet
o Voorspelt MHV minder goed gezondheidsrisico
o Niet gebruiken dus!!!
▪ Huidplooien
• Meten dikte subcutaan vet op diverse anatomische plaatsen
• Procedure
o Linker- of rechterzijde lichaam
o Exacte locatie bepalen o.b.v. botpunten
o Locatie markeren
o Plooi oppakken en huidplooimeter plaatsen
o Dikte aflezen 4 seconden na start meting
o Nauwkeurig aflezen
o Procedure herhalen en uitkomsten middelen
• Binnen-waarnemer behoorlijke variatie en tussen-waarnemer variatie nog
groter
• Voordelen
o Redelijk eenvoudig uit te voeren
o In veld te gebruiken
o Goedkoop
o Geen voorbereiding nodig
• Nadelen
o Kleding moet uit
o Grote variatie binnen en tussen waarnemer(s)
o Formules zijn populatie-specifiek
o Flinke meetfout vetmassa en/ of VVM
o Overige methoden