Hoofdstuk 17: Het effect van intensieve pedagogische thuishulp op
kinduitkomsten, kindermishandeling en uithuisplaatsing: internationaal
onderzoek
17.1. Inleiding
Gezinnen met complexe en meervoudige problemen worden gekenmerkt door een opeenstapeling
van problemen op diverse levensgebieden. Door de aanwezigheid van een veelheid aan
risicofactoren lopen kinderen die opgroeien in deze gezinnen een verhoogd risico op het ontwikkelen
van onder andere cognitieve, sociaal-emotionele en psychische problemen.
Een veelvoorkomende vorm van systeemgerichte hulpverlening bij gezinnen is Intensieve
Pedagogische Thuishulp (IPT). Er is een diversiteit aan programma’s die een aantal
gemeenschappelijke karakteristieken delen. Het uiteindelijke doel van IPT is het verbeteren van het
gezinsfunctioneren zodat uithuisplaatsing kan worden voorkomen. Om dit doel te bereiken worden
doelstellingen op meerdere levensgebieden opgesteld en in onderlinge samenhang als uitgangspunt
voor hulpverlening genomen. Het is een integrale benadering die de complexiteit van de
problematiek in deze gezinnen in ogenschouw neemt. Hulpverlening vindt plaats in de thuisomgeving
van het gezin (waardoor diagnostiek en interventie beter aansluiten op die situatie), maar is
intensiever dan andere vormen van ambulante hulpverlening. Gezinnen hebben op deze manier ook
geen vertaalslag nodig van de interventie naar de thuissituatie, waardoor ze beter in staat zijn
geleerde vaardigheden thuis toe te passen.
Op dit moment is er een breed aanbod aan interventies gebaseerd op de principes van IPT. De
opkomst hiervan kreeg echter ook veel kritiek, omdat onderzoek uitwees dat het helemaal geen
effect heeft op het voorkomen van uithuisplaatsing. Maar eigenlijk moet er onderzoek worden
gedaan in een breder spectrum aan kinduitkomsten! Dit doen ze dus in dit onderzoek.
Drie vragen staan centraal:
1. Welke kinduitkomsten worden gerapporteerd in evaluatieonderzoek naar IPT?
2. In hoeverre is IPT effectief in het verbeteren van deze kinduitkomsten?
3. In hoeverre is IPT effectief in het voorkomen van recidive van kindermishandeling en
uithuisplaatsing?
17.2. Methode
Bij alle artikelen is in kaart gebracht welke kinduitkomsten zijn gerapporteerd. Deze uitkomsten zijn
gecategoriseerd en per categorie omschreven. Ze zijn verdeeld in studies met negatief effect, met
geen effect en met positief effect.
De proportie kinderen die thuis blijft wonen is drie keer zo groot als de proportie kinderen die uit
huis wordt geplaatst.
17.3. Resultaten
Er zijn acht categorieën van uitkomsten te onderscheiden: Gedrags- en emotionele problematiek,
Stress/stressvolle ervaringen, Functioneren en welzijn, Motivatie, Sociale relaties, Gezondheid,
Mishandeling misbruik en verwaarlozing, Uithuisplaatsing.
Gedrags- en emotionele problemen:
Bij aanvang is hier vaak sprake van. Na afloop is vaak een afname te zien. Desondanks is er na de
afsluiting nog steeds sprake van aanzienlijke gedragsproblematiek.
,Stress- en stressvolle ervaringen:
Kinderen uit gezinnen met IPT hebben vaak meer stressvolle ervaringen dan andere kinderen. In
diverse onderzoeken wordt het aantal stressvolle gebeurtenissen in het leven van kinderen als
indicator voor het risico op uithuisplaatsing gebruikt.
De vermindering van stress gedurende en na de interventie verschilt aanzienlijk per studie, van kleine
tot zeer grote afname. Na afsluiting van hulpverlening is er bij veel kinderen nog steeds sprake van
aanzienlijke stress.
Functioneren en welzijn:
Uitkomsten zijn tegenstrijdig. Wel blijkt het welzijn van kinderen gedurende deelname aan IPT toe te
nemen.
Motivatie:
Bij afronding van IPT hebben kinderen een verbeterde motivatie voor deelname aan hulpverlening en
om thuis te blijven wonen. Kleine verbetering in de motivatie tot gedragsverandering van kinderen.
Sociale relaties:
Bij afsluiting van IPT hebben kinderen wel meer hechte vriendschappen. Echter wordt de relatie met
broers en zussen niet verbeterd. Over de relatie met ouders is geen consistent beeld naar voren
gekomen
Gezondheid:
Fysieke gezondheid verbeterd. Ook de mentale gezondheid (emotionele stabiliteit, vermogen om
met stress om te gaan) wordt beter beoordeeld door hulpverleners.
Mishandeling, verwaarlozing en misbruik:
Veel variatie in uitkomsten.
Uithuisplaatsing:
De percentages van uithuisplaatsing verschillen heel erg. Echter is wel in de onderzoeken te zien dat
na mate de tijd verstrijkt na de interventie, er steeds meer uithuisplaatsingen bij komen. In de VS
lijken de percentages lager te liggen dan in NL, in GB juist hoger. Sommige onderzoeken hebben ook
vergeleken met een controlegroep. De resultaten van hun zijn echter allemaal verschillend
17.4. Discussie
Bij onderzoeken naar IPT blijken grote verschillen te zijn in de mate waarin er bij gezinnen sprake is
van kindermishandeling. Bij gezinnen waar sprake was van (recidive van) kindermishandeling kwam
uithuisplaatsing vaker voor.
Bij afsluiting van IPT is gemiddeld ruim 9% van de kinderen uit huis geplaatst. In het jaar na afsluiting
loopt dit op tot gemiddeld 20%. Uit onderzoek met een controlegroep komt naar voren dat er bij IPT
aanvankelijk minder sprake is van uithuisplaatsing dan bij reguliere hulpverlening. Dit verschil
verdwijnt echter gedurende het jaar na afsluiting van de hulpverlening.
Er zijn echter vele methodologische beperkingen die het doen van stellige uitspraken over de
effectiviteit van IPT bemoeilijken.
17.5. Tot besluit
Op basis van kinduitkomsten kan de vraag gesteld worden of IPT als interventievorm voldoende
(directe) ondersteuning biedt voor kinderen en jongeren in gezinnen met complexe en meervoudige
problematiek. Gebaseerd op de hypothese dat kinderen in zulke gezinnen meer directe
, ondersteuning behoeven, is momenteel onderzoek gaande waarin wordt onderzocht of het inzetten
van kindgericht hulpverlening naast IPT een positief effect kan hebben.
Hoofdstuk 19: Verrichtingen in de hulpverlening aan gezinnen in multi-
probleem situaties
19.1. Inleiding
Gezinnen met meervoudige en complexe problemen ervaren problemen op meerdere leefgebieden
tegelijk, zoals op het gebied van opvoedingsvaardigheden, psychosociale problemen en sociaal-
economische kwesties. Kinderen in deze gezinnen hebben minder kansen om zich positief te
ontwikkelen en vertonen vaker gedragsproblemen die zich doorontwikkelen tot ernstigere
problemen gedurende de adolescentie. Daarnaast is het zorggebruik van deze gezinnen relatief hoog
omdat de problemen over een langere periode aanwezig blijven. Er bestaat geen duidelijk antwoord
op de vraag welk type hulpverlening het effectiefst is. Sommige mensen hebben baat bij kortdurende
crisisinterventie, echter pleiten de meeste mensen voor langdurige ondersteuning. De meeste
interventies richten zich op 1 type problematiek, maar voor deze gezinnen is het belangrijk dat er op
meerdere leefgebieden tegelijk ondersteuning wordt geboden. Onderzoeken naar interventies die dit
wel doen zien er veelbelovend uit.
Over de effectiviteit van de interventie weten we wel iets, maar we weten nog niet veel over de
welke verrichtingen aan het behaalde effect hebben bijgedragen. Meer kennis hierover is dus
belangrijk. Ideaal zou zijn wanneer we zouden weten welke (combinaties van) verrichtingen,
rekening houdend met het complexe en meervoudige karakter van de gezinsproblemen, de grootste
kans op een goed resultaat geven.
Om op een gestructureerde manier meer kennis te verzamelen over de aangeboden zorg aan
gezinnen in multiprobleemsituaties kan een zogenaamde verrichtingenlijst gebruikt worden. Hiermee
kan gedetailleerd worden geregistreerd welke handelingen een professional uitvoert tijdens de
hulpverlening. Hier wordt de ontwikkeling van de MPG-taxonomie besproken, een verrichtingenlijst
die interventie-overstijgend is. Vervolgens bespreken we de toepassing van een verrichtingenlijst die
specifiek werd ontwikkeld voor het gezinsondersteuningsprogramma ‘10’ voor Toekomst; KIPP.
19.2. De MPG-taxonomie
Ontwikkeling
De MPG-taxonomie is ontwikkeld in het kader van een onderzoek naar werkzame elementen van
behandeling voor gezinnen met zware opvoedproblemen en gezinnen in multi-probleem situaties.
Het ontwikkelingsproces bestond uit 4 fasen:
1. Selectie van interventies voor MPG
o Voor 8 interventies werd wetenschappelijk bewijs voor effectiviteit gevonden
2. Ontwikkeling van bètaversie
o Deze testversie is ontwikkeld op basis van reeds bestaande verrichtingenlijsten uit twee
hulpverleningsprogramma’s aangevuld met informatie op basis van nationale richtlijnen
voor hulpverlening aan gezinnen met meervoudige en complexe problematiek en
internationale verrichtingenlijsten
o Het doel was om interventie-overstijgend te kunnen registreren welke verrichtingen een
professional heeft uitgevoerd gedurende de behandeling van een gezin. Daarom was het
van belang om een eenheid tussen taal en taxonomie te ontwikkelen die alles goed zou
dekken.
3. Scoren van interventiehandleidingen
o Door twee onafhankelijke beoordelaars. Ze keken of er verrichtingen in de MPG-
taxonomie stonden die niet in de handleiding van de geselecteerde interventies stonden
en andersom.