Hoorcollege 6 (22-02) Europa’s demarrage (Great Divergence)
Inleiding
- Demarrage -> losmaken uit ‘peloton’. Na inlopen van achterstand veranderde de verhoudingen
rond het midden van de 18e eeuw, Europa neemt een voorsprong op de rest van het Euraziatische
continent en de rest van de wereld, deze wordt uitgebouwd.
Deel 1: Het Maltusiaans plafond
Essentie van pre-industriële samenlevingen. Periodes van groei worden gevolgd door periodes van
bevolkingsachteruitgang. Geen permanente bevolkingsgroei en groei van de welvaart mogelijk,
blijven aanlopen tegen het Malthusiaans Plafond.
Bevolkingsontwikkeling
- Op lange termijn enorme groei.
- Tempo van toename zeer ongelijk.
Theorie: Malthus
- Thomas Robert Malthus (1766-1834)
- Predikant, demograaf en econoom.
- Spanning tussen bevolkingsomvang en bestaansmiddelen (voedsel, kleding enz):
- Aantal mensen stijgt sneller dan beschikbare hoeveelheid voedsel. Grote gezinnen ->
bevolking groeit heel snel, economie niet in staat bij te houden.
- Overbevolking (onvermijdelijk) en aanpassing van bevolkingsomvang (noodzakelijk) door:
- ‘positive checks’ -> harde manier: oorlogen, hongersnoden, epidemieën.
- ‘preventive checks’ -> voorkomen dat er zoveel mensen geboren worden,
bevolkingsgroei in toom houden -> anticonceptie (primitieve condooms, celibaat,
later trouwen en taboe buitenechtelijke kinderen, verkleinen vruchtbare periode)
- Na achteruitgang van bevolking positieve gevolgen voor ‘overlevenden’ -> golden
age, hoge levensstandaard, maar vaak te veel groei en opnieuw terugdringen.
- Plafond in grafiek: soort van lijn die de trend van bevolkingsgroei stopt.
Pessimisme klassieke economen
- Landoppervlak van de aarde beperkt, moeilijk om winst te behalen bij groeiende bevolking -> areaal
cultuurgrond beperkt.
- Hogere opbrengst van grond alleen mogelijk door:
- Toevoegen van meer kapitaal (efficiënte werktuigen, gebruik van goed ontwikkeld zaaigoed)
- Toevoegen van meer arbeid, groot effect op productiviteit van de grond.
- Maar: wet van afnemende meeropbrengsten:
- Bij toevoegen arbeid steeds meer opbrengst, maar toename van opbrengst neemt af tot
een punt waarop de opbrengst zelfs afneemt. Productiviteit van de grond kan niet eindeloos
verhoogd worden.
- Bovendien: concurrentie om de beschikbare grond bij groei van bevolking:
- Voedsel
- Grondstoffen voor nijverheid
- Veevoer (last- en trekdieren (voor vervoer productie), slachtvee)
- Brandstof (hout) (voor nijverheid en verwarming)
-> Welvaart berustte op de productiviteit van de grond.
Inleiding
- Demarrage -> losmaken uit ‘peloton’. Na inlopen van achterstand veranderde de verhoudingen
rond het midden van de 18e eeuw, Europa neemt een voorsprong op de rest van het Euraziatische
continent en de rest van de wereld, deze wordt uitgebouwd.
Deel 1: Het Maltusiaans plafond
Essentie van pre-industriële samenlevingen. Periodes van groei worden gevolgd door periodes van
bevolkingsachteruitgang. Geen permanente bevolkingsgroei en groei van de welvaart mogelijk,
blijven aanlopen tegen het Malthusiaans Plafond.
Bevolkingsontwikkeling
- Op lange termijn enorme groei.
- Tempo van toename zeer ongelijk.
Theorie: Malthus
- Thomas Robert Malthus (1766-1834)
- Predikant, demograaf en econoom.
- Spanning tussen bevolkingsomvang en bestaansmiddelen (voedsel, kleding enz):
- Aantal mensen stijgt sneller dan beschikbare hoeveelheid voedsel. Grote gezinnen ->
bevolking groeit heel snel, economie niet in staat bij te houden.
- Overbevolking (onvermijdelijk) en aanpassing van bevolkingsomvang (noodzakelijk) door:
- ‘positive checks’ -> harde manier: oorlogen, hongersnoden, epidemieën.
- ‘preventive checks’ -> voorkomen dat er zoveel mensen geboren worden,
bevolkingsgroei in toom houden -> anticonceptie (primitieve condooms, celibaat,
later trouwen en taboe buitenechtelijke kinderen, verkleinen vruchtbare periode)
- Na achteruitgang van bevolking positieve gevolgen voor ‘overlevenden’ -> golden
age, hoge levensstandaard, maar vaak te veel groei en opnieuw terugdringen.
- Plafond in grafiek: soort van lijn die de trend van bevolkingsgroei stopt.
Pessimisme klassieke economen
- Landoppervlak van de aarde beperkt, moeilijk om winst te behalen bij groeiende bevolking -> areaal
cultuurgrond beperkt.
- Hogere opbrengst van grond alleen mogelijk door:
- Toevoegen van meer kapitaal (efficiënte werktuigen, gebruik van goed ontwikkeld zaaigoed)
- Toevoegen van meer arbeid, groot effect op productiviteit van de grond.
- Maar: wet van afnemende meeropbrengsten:
- Bij toevoegen arbeid steeds meer opbrengst, maar toename van opbrengst neemt af tot
een punt waarop de opbrengst zelfs afneemt. Productiviteit van de grond kan niet eindeloos
verhoogd worden.
- Bovendien: concurrentie om de beschikbare grond bij groei van bevolking:
- Voedsel
- Grondstoffen voor nijverheid
- Veevoer (last- en trekdieren (voor vervoer productie), slachtvee)
- Brandstof (hout) (voor nijverheid en verwarming)
-> Welvaart berustte op de productiviteit van de grond.