Mio-matrix = 3 perspectieven die cruciaal zijn om in de marketing met elkaar te verbinden (markt,
interactie en organisatie)
Macro-omgeving = Destep-model
- Demografische (eenoudergezinnen)
- Economisch (oplopende rentestand)
- Sociaal (individualistich)
- Ecologisch (duurzamer)
- Politiek (andere btw)
P’s = product, prijs, plaats, promotie, personeel
C’s = customer, solution, cost to customer, communication en convenience
Save = solution, access, value en education
5 krachten van porter: (bepalen je marktspositie)
- De concurrentie
- Mogelijkheid van toetreding van nieuwe concurrenten
- De kracht van afnemers
- De kracht van substituten
- De kracht van leveranciers
Oceaanmodel:
- Rode oceaan:
- Hevige concurrentiestrijd
- Marktaandelen van andere veroveren
- Excelleer in bestaande
- Blauwe oceaan:
- Focust op zichzelf
- Financiële keuzes in voordeel van innovatie
- Geld naar de toekomstonderzoek
Fit-stop model = voor kleine bedrijven minder dan 10 werknemers en een aantal ton omzet
- Finance, innovativeness, tech-ready, shared values, talent development, organizational
structure en people
Goed= tastbaar, worden gemaakt en dan geconsumeerd, kun je bezitten en standaard karakter
Dienst = ontastbaar, tegelijkertijd gemaakt en geconsumeerd, kun je niet bezitten en uniek karakter
Type relaties met klant:
- Samenspraak ( warmte)
- Ruilhandel (competitie)
Profit
- Steef maximale winst
, - Financiële stakeholders
- Gefinancierd door privaat kapitaal
Non-profit (scholen/ziekenhuizen/goede doelen):
- Maximale impact/dienstverlening
- Maatschappelijke stakeholders
- Gefinancierd door publiek kapitaal/sponsors
Anticiperend vermogen = je voorzien wanneer het nodig is en in staat zijn om regels van het spel te
wijzigen.
Gamechangers = mensen met een hoog anticiperend vermogen
- Problemen oplossen vs voorkomen
- Reageren vs anticiperen
Paradigmaveranderaars:
- Jonge honden (starters)
- Switchers (carrière wissel)
- Onafhankelijke zielen (langer in het veld)
- Uitvinders (oplossen)
Paradigmapioniers = goed omgaan met onvolledige data en risico
Doelgroep bestaat uit: leeftijd, cultureel, geslacht, achtergrond en leefgebied
Model van hofstede (hoe samenleving is ingericht en beïnvloed wordt):
- Power distance index (hoe gaan mensen om met ongelijkheid)
- Individualism versus collectivism (ik of wij)
- Masculinity versus femininity
- Uncertainty avoidance index (comfort bij risico en onzekerheid)
- Long term orientation versus short
- Indulgence versus restraint (mag je plezier maken)
Consumentengedrag = gedrag dat een consument vertoont bij het zoeken naar, het kopen, het
gebruiken/verbruiken, het evalueren en ontdoen van diensten/producten/ideeën.
Customer activity cycle = consumentengedrag kan worden opgedeeld in fase of onderdelen die elkaar
beïnvloeden.
Pre-aankoopfase = behoefte bepalen/informatie zoeken
Aankoopfase =
Post-aankoopfase = gebruiken/evalueren/afdanken
Refuse en rethink = bepaalde schadelijke producten of materialen niet meer verkopen of
alternatieven bedenken.
Reduce = zuiniger of efficiënter omgaan met producten
Reuse = producten hergebruiken
Repair = reparen ipv vervangen
Recycle = verwerken en hergebruiken van materialen
Recover = terugwinnen van energie uit materialen
Wanneer een consument beïnvloed kan worden:
- Bij vaststellen van ontstaan van behoefte of bestaande behoefte
- Informatie verzamelen
- Evaluatie van alternatieven
- Beslissingen nemen
- Gebruiken
- Evalueren
Routematigbeslissingsgedrag = dezelfde route opnieuw bewandelen
Heuristieken = beslissingsregels
interactie en organisatie)
Macro-omgeving = Destep-model
- Demografische (eenoudergezinnen)
- Economisch (oplopende rentestand)
- Sociaal (individualistich)
- Ecologisch (duurzamer)
- Politiek (andere btw)
P’s = product, prijs, plaats, promotie, personeel
C’s = customer, solution, cost to customer, communication en convenience
Save = solution, access, value en education
5 krachten van porter: (bepalen je marktspositie)
- De concurrentie
- Mogelijkheid van toetreding van nieuwe concurrenten
- De kracht van afnemers
- De kracht van substituten
- De kracht van leveranciers
Oceaanmodel:
- Rode oceaan:
- Hevige concurrentiestrijd
- Marktaandelen van andere veroveren
- Excelleer in bestaande
- Blauwe oceaan:
- Focust op zichzelf
- Financiële keuzes in voordeel van innovatie
- Geld naar de toekomstonderzoek
Fit-stop model = voor kleine bedrijven minder dan 10 werknemers en een aantal ton omzet
- Finance, innovativeness, tech-ready, shared values, talent development, organizational
structure en people
Goed= tastbaar, worden gemaakt en dan geconsumeerd, kun je bezitten en standaard karakter
Dienst = ontastbaar, tegelijkertijd gemaakt en geconsumeerd, kun je niet bezitten en uniek karakter
Type relaties met klant:
- Samenspraak ( warmte)
- Ruilhandel (competitie)
Profit
- Steef maximale winst
, - Financiële stakeholders
- Gefinancierd door privaat kapitaal
Non-profit (scholen/ziekenhuizen/goede doelen):
- Maximale impact/dienstverlening
- Maatschappelijke stakeholders
- Gefinancierd door publiek kapitaal/sponsors
Anticiperend vermogen = je voorzien wanneer het nodig is en in staat zijn om regels van het spel te
wijzigen.
Gamechangers = mensen met een hoog anticiperend vermogen
- Problemen oplossen vs voorkomen
- Reageren vs anticiperen
Paradigmaveranderaars:
- Jonge honden (starters)
- Switchers (carrière wissel)
- Onafhankelijke zielen (langer in het veld)
- Uitvinders (oplossen)
Paradigmapioniers = goed omgaan met onvolledige data en risico
Doelgroep bestaat uit: leeftijd, cultureel, geslacht, achtergrond en leefgebied
Model van hofstede (hoe samenleving is ingericht en beïnvloed wordt):
- Power distance index (hoe gaan mensen om met ongelijkheid)
- Individualism versus collectivism (ik of wij)
- Masculinity versus femininity
- Uncertainty avoidance index (comfort bij risico en onzekerheid)
- Long term orientation versus short
- Indulgence versus restraint (mag je plezier maken)
Consumentengedrag = gedrag dat een consument vertoont bij het zoeken naar, het kopen, het
gebruiken/verbruiken, het evalueren en ontdoen van diensten/producten/ideeën.
Customer activity cycle = consumentengedrag kan worden opgedeeld in fase of onderdelen die elkaar
beïnvloeden.
Pre-aankoopfase = behoefte bepalen/informatie zoeken
Aankoopfase =
Post-aankoopfase = gebruiken/evalueren/afdanken
Refuse en rethink = bepaalde schadelijke producten of materialen niet meer verkopen of
alternatieven bedenken.
Reduce = zuiniger of efficiënter omgaan met producten
Reuse = producten hergebruiken
Repair = reparen ipv vervangen
Recycle = verwerken en hergebruiken van materialen
Recover = terugwinnen van energie uit materialen
Wanneer een consument beïnvloed kan worden:
- Bij vaststellen van ontstaan van behoefte of bestaande behoefte
- Informatie verzamelen
- Evaluatie van alternatieven
- Beslissingen nemen
- Gebruiken
- Evalueren
Routematigbeslissingsgedrag = dezelfde route opnieuw bewandelen
Heuristieken = beslissingsregels