H1 Consumentengedrag & scenario’s Vier soorten beslissingsgedrag
- Routinematig (bevalt goed) Verschillende visies op de consument
1.1 Wat is consumentengedrag? - Afwisselingsgericht - Passief (beïnvloedbaar)
Al het gedrag dat de consument vertoont bij - Situatiebepaald - Rationeel (alles afwegen met
het zoeken naar, kopen, gebruiken, evalueren - Impulsief beschikbare info)
en het ontdoen van product, dienst of idee. - Cognitief (infoverwerker &
1.3 Scenariobenadering probleemdoplosser → nieuwe info
Customer activity cycle. Beslissing hangt van situatie af. - Experiencer (waarden & trends)
3 fasen die elkaar beïnvloeden: Gedragsscenario: omgeving van - Emotioneel (emo/affectieve waarde van
- Pre aankoopfase consumentengedrag. product. Bv rozen → liefde)
- Aankoopfase - De persoon; consument (bv zuinigheid) 1.5 Industrieel afnemersgedrag
- Post aankoop fase - De context; macro, micro, sociale - Nieuwe aankopen
omgeving van consument. - Gewijzigde heraankopen
Cg verandert door macro-ontwikkelingen - Het object; een reclame-uiting, dienst of - Routinematig heraankopen
- Beter geïnformeerd product. (Informationeel of
- Veeleisender transformationeel, hoog betrokken of laag Industriële afnemer : Een industriële
betrokken. Relevantie object) afnemer neemt goederen en diensten af
1.2 Beslissingproces teneinde daarmee zelf weer goederen en
Fasen Verschillende consumenten: diensten te kunnen produceren.
- Behoefte vaststellen (ervaren: - Optimizers; alles afwegen
verandering in de huidige/gewenste - Satisfiers; niet teveel tijd besteden → technisch beter onderlegd
situatie. Bv. Iets gaat kapot → weet eerder welke specificaties hij zoekt
- Info verzamelen (Intern & extern) Beïnvloedingsfactoren op het proces
- Info beoordelen + vergelijken - Ervaring of kennis met het object Probleemherkenning →Product specificaties
- Beslissing nemen - Betrokkenheid (motivatie) → Info verzamelen →Koopbeslissing →
- Gebruiken - Beschikbare middelen (geld & t ijd) Evalueren
- Evalueren
1.4 Consument als afnemer DMU (Decision Making Unit) → Groep mensen
Drie soorten beslissingsprocessen Verschillende afnemers: voor inkoop van een bedrijf
- Uitgebreid probleemoplossend - B2C – B2B Verschillende rollen:
- Beperkt probleemoplossend - Koper – gebruiker - Gebruikers
- Routinematig beslissings → ervaring - Klant – cliënt - gast - Beïnvloeders
- Massa- of individueleconsument - Kopers
- Profit – non-profit - Beslissers
- Gatekeepers (voor de juiste info)
, H2 Context Sociaal marketing concept → behoefte
2.1 Ontwikkeling van het Oplossing: Economies of scale: consument vervullen, zodanig dat de
marketingconcept veel produceren → productie kosten per gehele maatchappij er ook op vooruit gaat.
- Productie georiënteerd (goedkoop & product lager
snel) Ideële sponsoring :Sponsoren van
- Product georiënteerd (prijs/kwaliteit verh) 2.3 Werkwijze van de marketeer projecten met een ideëel doel. (Bv.
- Verkoop georiënteerd (AIDA) Marketingplanningsproces (strategische Inzamelacties)
- Consumentenoriëntatie (wens analyse)
consument) Met welke waardestrategie van concurrent
onderscheiden
2.2 Marketingspiralen - Product leadership (hoogste
Meerwaarde = onderscheid kwaliteit)
→ Waarde die de consument - Operational excellence (goedkoop
- Verwacht & gemak)
- Gewend is - Customer intimacy (goede relatie
- Waarde concurrent met klant opbouwen)
Klantwaarde was (kwaliteit/prijs) en is nu Fasen marketingplan
(kwaliteit+voordelen+positieve - Situatieanalyse
emoties)/(prijs+extra kosten+negatieve - Marketingdoelstellingen op
emoties) product/merk niveau
- Marketingstrategie
Meerwaarde zorgt voor steeds minder - Marketinginstrumenten
onderscheid. - Budget
- Evalueren
4 soorten spiralen
- Innovatiespiraal (innovatiedruk → Analyseren gedrag individuele consument
steeds minder verschil) → diepte interview
- Communicatiespiraal (teveel
comm. om te verwerken) 2.4 Ethiek
- Distributiespiraal (kanalen raken Gedragsbeïnvloeding → negatief,
overvol) onethisch en manipulatief
- Prijsspiraal (prijsverlaging → minder
inkomsten → minder investerings-
mogelijkheden
- Routinematig (bevalt goed) Verschillende visies op de consument
1.1 Wat is consumentengedrag? - Afwisselingsgericht - Passief (beïnvloedbaar)
Al het gedrag dat de consument vertoont bij - Situatiebepaald - Rationeel (alles afwegen met
het zoeken naar, kopen, gebruiken, evalueren - Impulsief beschikbare info)
en het ontdoen van product, dienst of idee. - Cognitief (infoverwerker &
1.3 Scenariobenadering probleemdoplosser → nieuwe info
Customer activity cycle. Beslissing hangt van situatie af. - Experiencer (waarden & trends)
3 fasen die elkaar beïnvloeden: Gedragsscenario: omgeving van - Emotioneel (emo/affectieve waarde van
- Pre aankoopfase consumentengedrag. product. Bv rozen → liefde)
- Aankoopfase - De persoon; consument (bv zuinigheid) 1.5 Industrieel afnemersgedrag
- Post aankoop fase - De context; macro, micro, sociale - Nieuwe aankopen
omgeving van consument. - Gewijzigde heraankopen
Cg verandert door macro-ontwikkelingen - Het object; een reclame-uiting, dienst of - Routinematig heraankopen
- Beter geïnformeerd product. (Informationeel of
- Veeleisender transformationeel, hoog betrokken of laag Industriële afnemer : Een industriële
betrokken. Relevantie object) afnemer neemt goederen en diensten af
1.2 Beslissingproces teneinde daarmee zelf weer goederen en
Fasen Verschillende consumenten: diensten te kunnen produceren.
- Behoefte vaststellen (ervaren: - Optimizers; alles afwegen
verandering in de huidige/gewenste - Satisfiers; niet teveel tijd besteden → technisch beter onderlegd
situatie. Bv. Iets gaat kapot → weet eerder welke specificaties hij zoekt
- Info verzamelen (Intern & extern) Beïnvloedingsfactoren op het proces
- Info beoordelen + vergelijken - Ervaring of kennis met het object Probleemherkenning →Product specificaties
- Beslissing nemen - Betrokkenheid (motivatie) → Info verzamelen →Koopbeslissing →
- Gebruiken - Beschikbare middelen (geld & t ijd) Evalueren
- Evalueren
1.4 Consument als afnemer DMU (Decision Making Unit) → Groep mensen
Drie soorten beslissingsprocessen Verschillende afnemers: voor inkoop van een bedrijf
- Uitgebreid probleemoplossend - B2C – B2B Verschillende rollen:
- Beperkt probleemoplossend - Koper – gebruiker - Gebruikers
- Routinematig beslissings → ervaring - Klant – cliënt - gast - Beïnvloeders
- Massa- of individueleconsument - Kopers
- Profit – non-profit - Beslissers
- Gatekeepers (voor de juiste info)
, H2 Context Sociaal marketing concept → behoefte
2.1 Ontwikkeling van het Oplossing: Economies of scale: consument vervullen, zodanig dat de
marketingconcept veel produceren → productie kosten per gehele maatchappij er ook op vooruit gaat.
- Productie georiënteerd (goedkoop & product lager
snel) Ideële sponsoring :Sponsoren van
- Product georiënteerd (prijs/kwaliteit verh) 2.3 Werkwijze van de marketeer projecten met een ideëel doel. (Bv.
- Verkoop georiënteerd (AIDA) Marketingplanningsproces (strategische Inzamelacties)
- Consumentenoriëntatie (wens analyse)
consument) Met welke waardestrategie van concurrent
onderscheiden
2.2 Marketingspiralen - Product leadership (hoogste
Meerwaarde = onderscheid kwaliteit)
→ Waarde die de consument - Operational excellence (goedkoop
- Verwacht & gemak)
- Gewend is - Customer intimacy (goede relatie
- Waarde concurrent met klant opbouwen)
Klantwaarde was (kwaliteit/prijs) en is nu Fasen marketingplan
(kwaliteit+voordelen+positieve - Situatieanalyse
emoties)/(prijs+extra kosten+negatieve - Marketingdoelstellingen op
emoties) product/merk niveau
- Marketingstrategie
Meerwaarde zorgt voor steeds minder - Marketinginstrumenten
onderscheid. - Budget
- Evalueren
4 soorten spiralen
- Innovatiespiraal (innovatiedruk → Analyseren gedrag individuele consument
steeds minder verschil) → diepte interview
- Communicatiespiraal (teveel
comm. om te verwerken) 2.4 Ethiek
- Distributiespiraal (kanalen raken Gedragsbeïnvloeding → negatief,
overvol) onethisch en manipulatief
- Prijsspiraal (prijsverlaging → minder
inkomsten → minder investerings-
mogelijkheden