Bestuursrecht
Staat en Staatsrecht
Staat is een organisatie, een verzameling van
overheidsorganen/overheidsambten. De organisatie oefent gezag uit, met
voorrang boven andere organisaties. Gezag over een gemeenschap van mensen
in een bepaald grondgebied (Nederland). In het staatsrecht kijk je naar de
voorgenoemde punten (H3).
In het Staatsrecht wordt gekeken naar de hiervoor genoemde punten. Vooral naar
de organisatie en het gezag. Hoe zijn de overheidsorganen samengesteld en hoe
verhouden ze zich tot elkaar? En welke bevoegdheden hebben ze?
Bronnen Staatsrecht
- Grondwet
o Zegt iets over de ambten en hun bevoegdheden, verhoudingen en
samenstelling
- Gewoonterechtelijke regels
o Belangrijkste is de vertrouwensregel (1868), als het parlement niet
langer vertrouwen heeft in het kabinet, moet de minister opstappen
o Kabinetsformatie
o In de praktijk gegroeide gewoonte, waaraan gehouden moet worden
(Gewoonterecht)
- Aantal geschreven regelingen
o Organieke wetten: wetten waarvan de Grondwet zegt dat ze
gemaakt moeten worden (art. 75 Gw )
o EVRM Grondrechten
o Reglement van orde (1e Kamer, 2e Kamer en Ministerraad)
Democratische rechtsstaat en legaliteitsbeginsel
Drie aspecten Democratie (Belifante):
1. Bevoegdheden van het volk en volksvertegenwoordiging
Rechtsstaat
1. Beperken van de macht van de Overheid
Legaliteitsbeginsel is bedoeld om de macht van de Overheid in te perken
1. geen bevoegdheid zonder grondslag in de wet of grondwet. Gaat over
bevoegdheden van Overheidsambten (Publiekrecht).
2. Overheidsoptreden in overeenstemming met de wet of grondwet (de wet
die de bevoegdheid heeft toegekend).
, Geldt het legaliteitsbeginsel voor elk Overheidsoptreden?
Als de Overheid dwingend optreed, geldt altijd de grondslag is nodig in de wet of
grondwet.
Als de Overheid presterend optreedt (o.a Subsidies) moet dat altijd een
grondslag hebben in een wet in formele zin?
- Volgens Belifante is het wenselijk, maar nog niet gerealiseerd (art 4:23
Awb)
Codificatie te vinden in: art. 16 Gw en art. 89 lid 2 Gw
Avondklok 18-03-2022 Rechtsoverweging 3.1.3, 3.2.2
Regering en parlement
Definities te vinden in:
- Regering: 42 lid 1 Gw
- Parlement: 50 en 51 Gw
Ontwikkeling
16e – 17e eeuw: Absoluut Koningschap
18e eeuw: Beperking koninklijke macht (1840: Ontstaan Contraseign)
19e eeuw: Machtenscheiding + checks and balances
Parlementair stelsel
- Politieke ministeriële verantwoordelijkheid (42 lid 2 Gw)
- Vertrouwensregel: ziet op de relatie van een minister tot het parlement,
minister tot ministers, minister tot het kabinet
- Ontbindingsrecht voor de regering (64 Gw) conflict tussen Staten-
Generaal en regering (ontbinding Staten-Generaal = Conflict ontbinding)
o Zelfstandig recht
o Huidig gebruik
Rede 1: als het kabinet ontslag aanbiedt (vervroegde
verkiezingen)
Rede 2: als de Grondwet wordt herzien
Kabinetsformatie
Kabinet = ministers en staatssecretarissen (geen grondwettelijke term)
Tweedelingen:
- Extra Parlementair: formatie buiten het parlement om
- Parlementair: Totstandkoming van kabinet fracties van de Tweede Kamer
nauw betrokken
- Meerderheidskabinet: steun meerderheid van de Tweede kamer