Hoofdstuk 6: Kwantitatief onderzoek: populatie en steekproef
6.1 Populatie
De populatie bevat alle eenheden waarover je een uitspraak wilt doen. Onderzoekseenheden zijn
niet altijd een persoon. Als de oorspronkelijke populatie niet geheel te bereiken is om betrouwbare
steekproeven uit te trekken, kun je de populatie afbakenen in een operationele populatie. De
operationele steekproef is de populatie waaruit je de feitelijke steekproef trekt.
6.2 Steekproef
Er wordt gebruik gemaakt van een steekproef omdat niet iedereen bereikbaar is of je wilt niet
iedereen lastig vallen. Een steekproef is een afvaardiging van de doelgroep van het onderzoek.
Populatieonderzoek wordt gekozen als de omvang niet te groot is, de tijd er is en als het binnen
budget past. Dit is het ondervragen van de gehele populatie. Is er te weinig tijd, budget of is de
omvang te groot wordt er gekozen voor steekproefonderzoek.
Aselecte manier van steekproef Selectie manier van steekproef
Enkelvoudig aselecte steekproef Quotasteekproef
Systematische steekproef met aselect begin Sneeuwbalsteekproef
Clustersteekproef Doelgerichte steekproef
Gestratificeerde steekproef Gemak steekproef
Aselecte manier van steekproef
Het doen van aselecte steekproeven betekent dat je ieder persoon of ieder element in een
doelgroep dezelfde kans heeft om uitgekozen te worden voor deelname aan het onderzoek.
- Enkelvoudig aselecte steekproef
Willekeurig trekken van een steekproef uit een bestand.
- Systematische steekproef met aselect begin
Het trekken van respondenten met een bepaalde stelregel bv om de 10 rijen in Excel.
- Clustersteekproef
Het trekken van een cluster gebruik je bijvoorbeeld bij een onderzoek dat zich richt op
tienjarige.
- Gestratificeerde steekproef
Het trekken van een steekproef in verschillende deelsegmenten wordt ook wel een
gestratificeerde steekproef genoemd. Dit pas je toe als anders groepen onvoldoende of niet
meegenomen worden in een steekproef.