Een minstreel is een rondreizende kunstenaar die verhalen en liederen
dichtte en ten gehore bracht. Een miniatuur is een geschilderde prent.
Op een hofdag zijn alle vazallen aanwezig. De koning presenteert in
koninklijke waardigheid en bevestigt/versterkt zijn positie. Ze nemen het
beleid door, er wordt recht gesproken en feest gevierd.
God
Koning
Hertogen en graven
Vazallen
Een vazal wordt beschermd door een heer in ruil voor herendiensten
(feodaliteit)
Karel zijn land is verdeeld in graafschappen (soort provincies) die
bestuurd worden door edelen.
Heilige getallen zoals: 3 (Goddelijke Drie-eenheid), 7 (7 rondjes om
Jericho), 12 (de 12 discipelen van Jezus)
Karel herinnert God aan alle wonderen die Hij heeft verricht en vraagt om
zo’n zelfde wonder.
Het getal 2 is het getal van de duivel.
Het overschrijven van boeken, wat vroeger veel werd gedaan omdat de
boekdrukkunst nog niet was uitgevonden, was veel werk. De kopiisten
hebben daarom voor regelmatig terugkerende woorden afkortingstekens
bedacht. Er werden initialen gebruikt in de boeken, beginletters van een
nieuw tekstgedeelte, die extra groot en meestal in kleur zijn weergeven.
Soms is er in de letter een afbeelding geschilderd en dan noemen we het
een gehistorieerde initiaal.
Er waren in middeleeuwen wel boeken over Karel maar niet iedereen
kon ze raadplegen. Daarom bestond er een levendige mondelinge
cultuur. Er waren verhaalfamilies > met eigen genrekenmerken
(Karelepiek, Arturepiek). Chansons de geste > liederen over
heldendaden (verhalende gedichten)
Beroemd verhaal over Karel > Roelandslied (gebaseerd op een slag
tussen het leger van Karel en de Basken), zijn paladijn, Roeland, is de
hoofdpersoon. Het Roelandslied (en Karel ende Elegast) behoort tot de
koningscyclus, daar wordt Karel zo beschreven dat hij (met hulp van
God) de orde en het recht handhaaft op de aarde.
Een paladijn is een slaafse aanhanger.
Karel speelt zelf eigenlijk nooit de hoofdrol in boeken over hem.