Week 1 Week 2 Week 3 Week 4
maandag Psychiatrisc Anatomie Angststoornissen ADHD
h onderzoek Autisme Farmacologie: angst Gedragsstoorniss
Burn-out vs Schizofrenie & psychose Angst, tics en en
depressie Farmacologie: psychose dwang Farmacologie
Suïcidaliteit Patient: angst en verslaving
Farmacologi dwang Verslaving
e: stemming CAT-vragenuur
Donderda Bipolaire Dementie SOLK
g stoornissen Juridisch dwang Bewegingsstoorniss
Katatonie + Neurocognitieve en & psychiatrie
ECT stoornissen PTSS
Psychotische Persoonlijkheidsstoorniss
stoornissen en
Onderwerpen van de iBooks
Depressieve stemmingsstoornissen
Bipolaire stemmingsstoornissen
Psychose spectrumstoornissen
Angststoornissen
Verslavingsstoornissen
Psychotrauma, dissociatieve en stressor gerelateerde stoornissen
Neurocognitieve stoornissen
Persoonlijkheidsstoornissen
Eetstoornissen
Obsessieve, compulsieve en verwante stoornissen
Drangstoornissen
Somatisch, symptoomstoornis en verwachten stoornissen
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen
Slaapwaakstoornissen
Genderdysforie
Seksuele disfunctie
Psychiatrische diagnostiek en classificatie
Behandel methoden inde psychiatrie
Psychiatrie en recht
Suïcidaliteit en agitatie
Hengeveld MW, van H1: Psychopathologie
Balkom AJLM. H2: Diagnostiek & classificatie
Leerboek Psychiatrie H3: Etiopathogenese
3e geheel herziene druk H4: Epidemiologie
H5: Gevolgen
H6: Behandeling
H7.1: Delieren
H7.2: Dementieën
H8: Psychosespectrumstoornissen
H9: Bipolaire-stemmingsstoornissen
, H10.1: Depressieve stemmingsstoornissen
H10.2: Suïcidaal gedrag
H11: Angststoornissen
H12: Obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen
H13: Psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornissen
H14: Dissociatieve stoornissen
H15: Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen, en
nagebootste stoornissen,
H16: Eetstoornissen
H17: Slaap-waakstoornissen
H18: Seksuele disfuncties
H19: Genderdysforie
H20: Drangstoornissen
H21: Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen
H22: Persoonlijkheidsstoornissen
H23: Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen bij volwassenen
H24: Psychiatrie in de eerste lijn
H25: Spoedeisende psychiatrie
H26: Ziekenhuispsychiatrie
H27: Peri-partumpsychiatrie en transgenerationele psychiatrie,
H28: Ouderenpsychiatrie
H30: Transculturele psychiatrie
H35: Psychiatrie en recht, Begrippenlijst A, Begrippenlijst B
Anatomie emotionele systemen
College anatomie van monoaminerge systemen
Tot de mono-amines behoren: dopamine, serotonine, noradrenaline, adrenaline en histamine. Op
dopamine, serotonine en noradrenaline is veel farmacotherapie gebaseerd die belangrijk zijn in de
psychiatrie.
Bij parkinson gaat dopamine verloren maar ook serotonine en noradrenaline.
Niet-motorische aspecten bij ziekte van Parkinson
• afname reukvermogen
• autonome stoornissen
• depressie / angst
• slaapstoornissen
• cognitieve disfunctie / dementie
• psychose
• pijn
• hyperseksualiteit
• pathologisch gokgedrag
• compulsief koopgedrag
• compulsief eetgedrag
• “punding”
De compulsieve stoornissen komen bij 15-35% komen voor!
De vraag is dan natuurlijk komt het door de ziekte zelf of door de medicatie: qua compulsieve
stoornissen lijkt het ook verklaard te kunnen worden door de medicijnen.
,Bij de ziekte van parkinson is het hele brein betrokken: alleen daarom zouden de symptomen te
verklaren zijn.
Je ziet in de verschillende stages dat parkinson caudaal in de hersenen begint en uiteindelijk in de
schors terechtkomt.
Je ziet ook dat de ziekte in stage 2 te vinden is in de serotonerge en noradrenerge systemen voordat
het de substantie nigra treft in stage 3.
Verstoring van verschillende monoaminerge systemen hebben volgende effecten:
Dopaminerg Substantia nigra Psychoses, ICD (compulsieve
stoornis)
Serotonerg Raphe nucleus Angst, depressie
Noradrenerg Locus coeruleus Cognitieve dysfunctie, dementie
Noradrenerge en serotonerge systemen eerder aangedaan dan dopaminerge systeem.
Diffuse modulatoire systemen
Gemeenschappelijke kenmerken van de monoaminerge systemen:
1. De nuclei van oorsprong bestaan uit klein aantal cellen (duizenden)
2. Nuclei liggen in “central core”, merendeels in hersenstam
3. Individuele monoaminerge neuronen beïnvloeden vele postsynaptische neuronen (>100.000)
4. Mogelijk “paracriene” (diffuse) signaaloverdracht (het wordt als het ware door gesproeid)
-> dus weinig cellen die heel veel postsynaptische neuronen aansturen
, -> modulatoire systemen kunnen enkel versterken of inhiberen maar verder niets aan het signaal
veranderen
Dopaminerge systeem
Oorsprong Substantia nigra en VTA
Projecteert naar • Nucleus caudatus
• Ventraal striatum (SN, VTA)
• Cortex (VTA)
• Amygdala
• Hippocampus
Aanvoerende informatie uit • Prefrontale cortex
• Amygdala
• Striatum
• Hersenstam (raphe 5HT)
Substantia is zwart gekleurd maar VTA heeft ook dopaminerge cellen alleen het pigment ontbreekt.
Het ventraal striatum is een speciaal gebied ten opzichte van de caudatus of het putamen omdat
deze enkel limbische input krijgt en bijv. geen sensorische of motorische input. Het houdt zich dus
alleen bezig met affectieve, motivationele, emotionele processen en stemming.
Mesolimbische dopaminerge systeem
Het VTA projecteert dus naar een aantal processen waaronder het ventrale striatum.
Maar ventrale striatum krijgt ook input vanuit de:
• Mediale prefrontale cortex: maken van beslissingen
• Amygdala: emotionele en motivationele processen
• Hippocampus: contextuele informatie over stimulus (helpt bij nemen van beslissingen)