Cursus 12 – twintigste eeuw van 1900 tot 1940 (interbellum)
Culturele achtergronden
Expressionisme: veel emotie, als tegengif tegen de vervreemding en materialisme.
Dadaïsme: anti-traditie, anti-geschiedenis en anti-cultuur, wilde als een kind/wilde zich
bevrijden van cultuur collagetechniek.
Surrealisme: mentale vrijheid van kunstenaar, minachtend naar burgerlijke en
materialistische maatschappij leidde tot 1e WO.
Mondriaan: abstract, streefde naar zuivere werkelijkheid en harmonie.
Literaire ontwikkelingen
3.1 Schrijver en publiek
Nieuwe lezersgroepen (vrouwen).
Opkomst van de bestseller, meer dan 10.000 exemplaren verkocht.
Publieksschrijvers: schreven omvattende en realistische romans, veel bestsellers Ina
Boudier-Bakker, Johan Fabricius.
Eliteschrijvers: voelde zich verheven, schreven over moderne levensbeschouwing en zette
zich af tegen massaliteratuur van de ouderwetse publieksschrijvers, weinig animo voor
Menno ter Braak, E. du Perron.
Verschillende ontwikkelingen: traditie en vernieuwing.
3.2 Doorwerking romantiek: Slauerhoff en van Schendel
Neoromantiek: werkelijkheid word onbevredigd ervaren en wordt ontvlucht, hoofdpersonen
hebben een bijna onmogelijke droom (fantasie). J.J. Slauerhoff.
Arthur van Schendel: schreef veel historische romans geen verheerlijking van nationaal
verleden zoals bij Romantiek.
Afzetting tegen het naturalisme en door onrust binnen Nederland.
3.3 Avant-garde invloeden: Van Ostaijen en Marsman
Avant-gardebewegingen: wilden de kunst vernieuwen en breken van tradities.
Autonomieopvatting: een literaire tekst wordt opgevat als een zelfstandig taalbouwsel en
niet als weergave van een individueel gevoel. Dichters experimenteerde met ritme,
klankwerking en beeldspraak (meer associatief dan logisch verband) .
I.K. Bonset (Theo van Doesburg), Paul van Ostaijen en Hendrik Marsman schreven allen in
het tijdschrift ‘De Stijl’.
- Paul van Ostaijen: gebruikte een dadaïstische collagetechniek in zijn bundel: ‘De bezette
stad’. taalexperimentele, autonome gedichten en pogingen tot ontindividualisering.
- Hendrik Marsman: vitalistisch, verheelijking van het leven maar ook somber en
pessimistisch expressionistisch, zocht naar geconcentreerde vorm, geen leestekens,
onvolledige zinnen, witregels, geen ik-figuur enzovoort.
3.4 Martinus Nijhoff
3.5 Vernieuwing van de roman
Psychologische roman: populair eerste helft twintigste eeuw, focust vooral op gedrag,
gevoelens, driften en verlangens van personages een analyse van de eigen-ik (Simon
Vestdijk)
Tijdens interbellum werd er nagedacht over het vernieuwen van de roman.
Nieuwe roman: over hedendaagse onderwerpen, kortere fragmenten (montagetechniek),
niet in ik-vorm en geen gepsychologiseer. modernisme
Culturele achtergronden
Expressionisme: veel emotie, als tegengif tegen de vervreemding en materialisme.
Dadaïsme: anti-traditie, anti-geschiedenis en anti-cultuur, wilde als een kind/wilde zich
bevrijden van cultuur collagetechniek.
Surrealisme: mentale vrijheid van kunstenaar, minachtend naar burgerlijke en
materialistische maatschappij leidde tot 1e WO.
Mondriaan: abstract, streefde naar zuivere werkelijkheid en harmonie.
Literaire ontwikkelingen
3.1 Schrijver en publiek
Nieuwe lezersgroepen (vrouwen).
Opkomst van de bestseller, meer dan 10.000 exemplaren verkocht.
Publieksschrijvers: schreven omvattende en realistische romans, veel bestsellers Ina
Boudier-Bakker, Johan Fabricius.
Eliteschrijvers: voelde zich verheven, schreven over moderne levensbeschouwing en zette
zich af tegen massaliteratuur van de ouderwetse publieksschrijvers, weinig animo voor
Menno ter Braak, E. du Perron.
Verschillende ontwikkelingen: traditie en vernieuwing.
3.2 Doorwerking romantiek: Slauerhoff en van Schendel
Neoromantiek: werkelijkheid word onbevredigd ervaren en wordt ontvlucht, hoofdpersonen
hebben een bijna onmogelijke droom (fantasie). J.J. Slauerhoff.
Arthur van Schendel: schreef veel historische romans geen verheerlijking van nationaal
verleden zoals bij Romantiek.
Afzetting tegen het naturalisme en door onrust binnen Nederland.
3.3 Avant-garde invloeden: Van Ostaijen en Marsman
Avant-gardebewegingen: wilden de kunst vernieuwen en breken van tradities.
Autonomieopvatting: een literaire tekst wordt opgevat als een zelfstandig taalbouwsel en
niet als weergave van een individueel gevoel. Dichters experimenteerde met ritme,
klankwerking en beeldspraak (meer associatief dan logisch verband) .
I.K. Bonset (Theo van Doesburg), Paul van Ostaijen en Hendrik Marsman schreven allen in
het tijdschrift ‘De Stijl’.
- Paul van Ostaijen: gebruikte een dadaïstische collagetechniek in zijn bundel: ‘De bezette
stad’. taalexperimentele, autonome gedichten en pogingen tot ontindividualisering.
- Hendrik Marsman: vitalistisch, verheelijking van het leven maar ook somber en
pessimistisch expressionistisch, zocht naar geconcentreerde vorm, geen leestekens,
onvolledige zinnen, witregels, geen ik-figuur enzovoort.
3.4 Martinus Nijhoff
3.5 Vernieuwing van de roman
Psychologische roman: populair eerste helft twintigste eeuw, focust vooral op gedrag,
gevoelens, driften en verlangens van personages een analyse van de eigen-ik (Simon
Vestdijk)
Tijdens interbellum werd er nagedacht over het vernieuwen van de roman.
Nieuwe roman: over hedendaagse onderwerpen, kortere fragmenten (montagetechniek),
niet in ik-vorm en geen gepsychologiseer. modernisme