Vraag 7 vorige week: rechter moet ambtshalve vaststellen welk recht van toepassing is, artikel 10:2
BW.
Vraag 8 vorige week: aan de hand van welke regeling kan de Nederlandse rechter bepalen welk recht
van toepassing is op de overeenkomst? Hier is genoeg om te zien dat volgens artikel 1 en 2 van
Rome I en daarna artikel 3 en 4 van Rome I. In week 4 komt dit verder aan bod.
Deze week: opdracht casuscollege week 2
Casus 1. Floricult BV is een in Maastricht gevestigd bedrijf dat handelt in sierteeltgewassen.
Voor de bemesting van deze gewassen sluit Floricult op 20 februari 2018 een overeenkomst
met fa. Moors in Luik (België) voor de koop van een grote partij bemestingsproducten. Deze
producten worden conform afspraak op 17 maart 2018 afgeleverd bij Floricult. Helaas blijkt
dat na het gebruik van de bemestingsproducten door Floricult en haar Nederlandse
afnemers de sierteeltgewassen beschadigd zijn. Floricult lijdt daardoor grote schade nu hele
partijen onverkoopbaar zijn en Floricult partijen terug moet nemen. Wanneer Floricult Moors
hiervan op de hoogte stelt, meldt Moors dat het product is geproduceerd door Agri s.p.a.,
een Italiaans bedrijf met hoofdvestiging in Parma. De feitelijke productie en bewerking van
de producten van Agri vindt plaats in Athene (Griekenland). Pogingen om de zaak in der
minne te regelen verlopen zeer moeilijk. Floricult overweegt een procedure aan te spannen
tegen Moors en mogelijk tegen Agri, nu deze waarschijnlijk beter verhaal zal bieden.
Vraag 1. Welk(e) gerecht(en) is (zijn) internationaal bevoegd om van een vordering wegens
wanprestatie van Floricult jegens Moors kennis te nemen?
1. Welke regeling is van toepassing? Brussel I bis omdat de verweerder woonplaats
heeft in een EU-lidstaat.
o Toetsing aan het toepassingsgebied:
A. Materieel toepassingsgebied (art. 1 EEX-Vo II): burgerlijke en
handelszaken (verordeningsautonoom begrip), maar let op er zijn ook
uitzonderingen geformuleerd in art. 1 lid 1 en art. 1 lid 2 Brussel I bis.
In dit geval hebben we te maken met een koopovereenkomst en deze
valt op grond van art. 1 EEX-Vo II binnen het materiele
toepassingsgebied van deze verordening. Hieraan is dus voldaan.
B. Formeel toepassingsgebied (art. 4 t/m 6 EEX-Vo II): alleen van
toepassing op internationale zaken. Dit kun je afleiden uit deze
artikelen, aangezien er telkens sprake is van internationale
aangelegenheden.
Hoofdregel = art. 4 Brussel I bis: deze verordening is van
toepassing als de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat.
Verweerder heeft hier woonplaats in België. Dus hoofdregel in
ieder geval van toepassing.
Er zijn ook uitzonderingen hierop:
- Forumkeuze niet art. 4 noemen, maar meteen naar artikel 25
Brussel I bis stappen. (artikel 6 jo.) (hier niet van toepassing)
, - Exclusieve bevoegdheid niet art. 4 noemen, maar meteen
naar artikel 24 Brussel I bis stappen. (artikel 6 jo.) hier ook van
toepassing omdat er sprake is van een overeenkomst waaruit
verbintenissen voortvloeien. Zie onder de tussenconclusie.
Verder van belang: Art. 63 EEX-Vo II regelt het begrip woonplaats. De woonplaats van de
verweerder is in dit geval Luik, België. Aan het formeel toepassingsgebied is in dit geval dus
voldaan.
C. Temporeel toepassingsgebied: alle vorderingen ingesteld na 10 januari
2015 (art. 66 lid 1). Toets moment is het moment waarop de vordering
wordt ingesteld. In dit geval is de vordering ingesteld op 17 maart
2016. Hieraan is dus ook voldaan.
Tussenconclusie: Belgische rechter bevoegd op grond van artikel 4 jo. 63 Brussel I bis.
Kijk ook altijd: Is er ook een alternatieve rechter bevoegd? Daarbij kijk je naar artikel 7 lid 1
Brussel I-bis. Bij verbintenissen uit een overeenkomst: plaats van uitvoering, sub b eerste
streepje: de plaats waar de ovk uitgevoerd wordt is ook de plaats waar de rechter alternatief
bevoegd is: Maastricht.
Eindconclusie: de eiser kan dus kiezen dus de rechter v Maastricht (NL) en België.
Let op, artikel 7 verwijst naar een plaats in de lidstaat (vandaar Maastricht noemen) terwijl
artikel 4 naar de lidstaat als geheel verwijst (vandaar België noemen en niet Luik).
Vraag 2. 2) Welk(e) gerecht(en) zou(den) internationaal bevoegd zijn om van een vordering
van Floricult jegens Agri kennis te nemen? (deze uitleg was heel vaag!)
Stap 1. Welke regel is van toepassing? Kijk je of Brussel I-bis van toepassing is:
internationale zaak en Italië, België, Nederland. Artikel 1 materieel toepassingsgebied, artikel
4 formeel toepassingsgebied. Artikel 4 Brussel I bis Italië. = lidstaat EU. Er is verder geen
exclusieve bevoegdheid van toepassing of forumkeuze. Je kijkt dan dus naar de hoofdregel,
dat is dat de verweerder bij zijn woonplaats wordt opgeroepen.
Tussenconclusie: rechter van Italië is bevoegd op grond van artikel 4 jo. 63 Brussel I bis.
Echter:
Floricult en Agri hebben geen overeenkomst, dus Floricult zal Agri aanspreken op grond van
onrechtmatige daad. Kijk naar de alternatieve bevoegdheid: kijk naar waar de schade heeft
plaatsgevonden, artikel 7 lid 2 Brussel I-bis. Noem hierbij 2 arresten van Strikwerda: Arrest
Jabob Handte en Kalfelis/Schrode (alleen dikgedrukte arrest zijn verplicht).
Volgens de rechtspraak van de HvJ met betrekking tot handelsoort,
Kalimijnen, zijn beide gerechten bevoegd.
Bij handel is de plaats van productie van belang, productieaansprakelijk op
grond van het Kaniz/Panterwerke arrest.
En de plaats van vervaardiging is hierbij Athene (volgens de handelssoort)
Marinari arrest en Zuid-Chemie arrest zijn van belang bij de plaats waar de schade heeft
plaatsgevonden.
Er is hier ook fysieke schade aan de gewassen, deze schade is ontstaan door gebruik van
een product in Nederland, dus ook Maastrichtse rechter alternatief bevoegd.