Biologie samenvatting hoofdstuk 1
Levens kenmerken
Alles wat levens kenmerken heeft is een organisme er zijn 9
levenskenmerken dit zijn ze: groei, ontwikkeling, reageren op
prikkels, beweging, stofwisseling, voeden, ademhaling,
uitscheiding en voortplanting. Bij stofwisseling worden woorden
stoffen veranderd in andere stoffen.
Groei en ontwikkeling
Je lichamelijke groei en ontwikkeling stopt ongeveer als je 18 jaar
bent maar je geestelijke ontwikkeling en groei gaat veel langer door
dan je 18 zo veranderd bijvoorbeeld je muziek smaak nog altijd.
Levensfasen
Baby: tot 1,5 jaar leert bijvoorbeeld zitten of reageren op andere.
Peuter: 1,5 tot 4 jaar leert bijvoorbeeld praten en lopen.
Kleuter: 4 tot 6 jaar leert bijvoorbeeld fietsen en samen spelen.
Schoolkind: 6 tot 12 jaar leert bijvoorbeeld lezen en schrijven.
Puber: 12 tot 16 jaar je krijgt bijvoorbeeld een groei speurt en nieuwe
gevoelens.
Adolescent: 16 tot 21 je leert zelfstandig worden.
Volwassene: 21 tot 65 jaar gaat werken en zich voortplanten.
Oudere: ouder dan 65 krijgt lichamelijke en mentale problemen.
, Orgaanstelsels
Grote organismes hebben orgaanstelsels deze bestaan uit organen een
orgaan is een deel van een organisme met 1 of meer functies, organen
bestaan uit cellen deze zijn niet plat maar lijken dit wel onder de
microscoop.
Weefsels
Een groep cellen met dezelfde functies en vorm noem je een weefsel
organen bestaan vaak uit verschillende weefsels, cellen in spierweefsels
hebben een andere vorm dan cellen in bindweefsel, er zijn verschillende
type tussencelstof deze zitten in veel weefsels het kan vloeistof zijn
zoals hersenvloeistof maar het kan ook een harde stof zijn zoals een
kalkachtige stof.
Organisatieniveaus
Er zijn 5 organisatieniveaus dit zijn ze van groot naar klein: organisme,
orgaanstelsel, orgaan, weefsel en een cel, deze staan altijd met elkaar in
verbinding
Levens kenmerken
Alles wat levens kenmerken heeft is een organisme er zijn 9
levenskenmerken dit zijn ze: groei, ontwikkeling, reageren op
prikkels, beweging, stofwisseling, voeden, ademhaling,
uitscheiding en voortplanting. Bij stofwisseling worden woorden
stoffen veranderd in andere stoffen.
Groei en ontwikkeling
Je lichamelijke groei en ontwikkeling stopt ongeveer als je 18 jaar
bent maar je geestelijke ontwikkeling en groei gaat veel langer door
dan je 18 zo veranderd bijvoorbeeld je muziek smaak nog altijd.
Levensfasen
Baby: tot 1,5 jaar leert bijvoorbeeld zitten of reageren op andere.
Peuter: 1,5 tot 4 jaar leert bijvoorbeeld praten en lopen.
Kleuter: 4 tot 6 jaar leert bijvoorbeeld fietsen en samen spelen.
Schoolkind: 6 tot 12 jaar leert bijvoorbeeld lezen en schrijven.
Puber: 12 tot 16 jaar je krijgt bijvoorbeeld een groei speurt en nieuwe
gevoelens.
Adolescent: 16 tot 21 je leert zelfstandig worden.
Volwassene: 21 tot 65 jaar gaat werken en zich voortplanten.
Oudere: ouder dan 65 krijgt lichamelijke en mentale problemen.
, Orgaanstelsels
Grote organismes hebben orgaanstelsels deze bestaan uit organen een
orgaan is een deel van een organisme met 1 of meer functies, organen
bestaan uit cellen deze zijn niet plat maar lijken dit wel onder de
microscoop.
Weefsels
Een groep cellen met dezelfde functies en vorm noem je een weefsel
organen bestaan vaak uit verschillende weefsels, cellen in spierweefsels
hebben een andere vorm dan cellen in bindweefsel, er zijn verschillende
type tussencelstof deze zitten in veel weefsels het kan vloeistof zijn
zoals hersenvloeistof maar het kan ook een harde stof zijn zoals een
kalkachtige stof.
Organisatieniveaus
Er zijn 5 organisatieniveaus dit zijn ze van groot naar klein: organisme,
orgaanstelsel, orgaan, weefsel en een cel, deze staan altijd met elkaar in
verbinding