Drie preventie niveaus:
1. Preventieniveau 1: gericht op alle leerlingen in een klas. Basisondersteuning
Probleem is nog geen probleem. Iedereen heeft dezelfde basisaanpak. Het is de bedoeling dat
je een omgeving creëert die probleemgedrag voorkomt en SEL bevordert. 85 – 90%
2. Preventieniveau 2: gericht op sommige leerlingen. Het betreft leerlingen die kwetsbaar zijn
en opvallen door hun gedrag. Basisondersteuning
Preventieve aanpak op schoolniveau alleen is onvoldoende. Het betreft leerlingen die zich
problematisch ontwikkelen. Children at ristk. 7 – 10 %
3. Preventieniveau 3: gericht op enkele leerlingen in een klas. Zij vallen op doordat het
probleemgedrag ernstig is en/of een frequent en intensief karakter heeft. Extra
ondersteuning
Het betreft leerlingen die het risico lopen een traject van ernstig externalisernd of
internaliserend probleemgedrag, criminaliteit en geweld in te gaan. Dit kan tot ver in
volwassenheid duren. High risk children. 3 – 5%
Fase in groepsvorming
1. Forming – fase van kennismaking
eerste weken
2. Norming – fase waarin de normen worden bepaald
eerste weken
3. Storming – fase waarin de onderlinge posities worden vastgesteld
tot herfst
4. Performing – fase waarin de klas daadwerkelijk als groep gaat functioneren
na herfst
5. Adjourning – fase van afscheid nemen.
Mei – juni
De vijf SEL-competenties
1. Besef hebben van jezelf – herkennen van emoties bij jezelf en de ander
2. Zelfmanagement – het managen van heftige emoties
3. Besef hebben van een ander – voor anderen zorgen
4. Relaties kunnen hanteren – verstandige beslissingen nemen, gezonde relaties aangaan met
anderen
5. Keuzes kunnen maken – uitdagende situaties effectief oplossen
, Complimenten kun je geven op de volgende domeinen:
- Uiterlijk
- Materiële bezittingen
- Vaardigheden
- Persoonlijkheid
Attributie – verwijst naar de verklaring die mensen zoeken voor een faal- of succeservaring.
- Interne attributie
Iemand die de oorzaak bij zichzelf zoekt.
- Externe attributie
Iemand zoekt de oorzaak bij een externe factor.
Als leerkracht kan je aansluiten bij de behoefte aan gevoelens van competentie en werkplezier door
realistische attributie stijlen. Het draait daarbij om twee actiepunten:
1. Succes wordt gevierd
2. De oorzaak van falen wordt omgebogen van stabiel naar variabel.
Goede feedback heeft de grootste invloed op presteren:
1. Feed up – Waar werk ik naar toe? Welk doel moet ik bereiken?
2. Feed back – Hoe doe ik het op dit moment? Bereik ik zo mijn doel?
3. Feed forward – Hoe verder? Hoe bereik ik mijn doel nog sneller?
Hiërarchie in de groep:
- Populaire groep
15% van de leerlingen. Is opvallend geliefd. Zijn sociaal, behulpzaam en communicatief.
Cognitief erg vaardig. Meestal groepje bewonderaars.
- Gemiddelde groep
55% van de leerlingen. Vallen niet op. Kunnen goed meekomen op sociaal gebied. Trekken
vooral met elkaar op of ze bewegen rondom de kring van populaire kinderen. Zorgen voor
rust en gezelligheid.
- Controversiële groep
5% van de leerlingen. Vallen op door bijzonder gedrag. Kunnen agressief en brutaal gedrag
vertonen naar de leerkracht. De leerlingen worden niet afgewezen omdat ze niet op alle
terreinen afwijkend zijn.
- Genegeerde groep
10% van de leerlingen. Soms lijkt het een beetje of ze onzichtbaar zijn. Ze worden geduld en
geaccepteerd, maar ook niet meer dan dat. De leerling voelt zich goed in zijn positie. Ze
hebben wel kans op angst/depressie.
- Afgewezen groep
15% van de leerlingen. Ze zijn niet geliefd en worden vaker dan anderen vijandig benaderd.
Zij zijn vaak minder sociaal en cognitief vaardig en reageren meer dan gemiddeld agressief of
juist heel teruggetrokken.
Afgewezen leerling moet je zo snel mogelijk signaleren.
1. Preventieniveau 1: gericht op alle leerlingen in een klas. Basisondersteuning
Probleem is nog geen probleem. Iedereen heeft dezelfde basisaanpak. Het is de bedoeling dat
je een omgeving creëert die probleemgedrag voorkomt en SEL bevordert. 85 – 90%
2. Preventieniveau 2: gericht op sommige leerlingen. Het betreft leerlingen die kwetsbaar zijn
en opvallen door hun gedrag. Basisondersteuning
Preventieve aanpak op schoolniveau alleen is onvoldoende. Het betreft leerlingen die zich
problematisch ontwikkelen. Children at ristk. 7 – 10 %
3. Preventieniveau 3: gericht op enkele leerlingen in een klas. Zij vallen op doordat het
probleemgedrag ernstig is en/of een frequent en intensief karakter heeft. Extra
ondersteuning
Het betreft leerlingen die het risico lopen een traject van ernstig externalisernd of
internaliserend probleemgedrag, criminaliteit en geweld in te gaan. Dit kan tot ver in
volwassenheid duren. High risk children. 3 – 5%
Fase in groepsvorming
1. Forming – fase van kennismaking
eerste weken
2. Norming – fase waarin de normen worden bepaald
eerste weken
3. Storming – fase waarin de onderlinge posities worden vastgesteld
tot herfst
4. Performing – fase waarin de klas daadwerkelijk als groep gaat functioneren
na herfst
5. Adjourning – fase van afscheid nemen.
Mei – juni
De vijf SEL-competenties
1. Besef hebben van jezelf – herkennen van emoties bij jezelf en de ander
2. Zelfmanagement – het managen van heftige emoties
3. Besef hebben van een ander – voor anderen zorgen
4. Relaties kunnen hanteren – verstandige beslissingen nemen, gezonde relaties aangaan met
anderen
5. Keuzes kunnen maken – uitdagende situaties effectief oplossen
, Complimenten kun je geven op de volgende domeinen:
- Uiterlijk
- Materiële bezittingen
- Vaardigheden
- Persoonlijkheid
Attributie – verwijst naar de verklaring die mensen zoeken voor een faal- of succeservaring.
- Interne attributie
Iemand die de oorzaak bij zichzelf zoekt.
- Externe attributie
Iemand zoekt de oorzaak bij een externe factor.
Als leerkracht kan je aansluiten bij de behoefte aan gevoelens van competentie en werkplezier door
realistische attributie stijlen. Het draait daarbij om twee actiepunten:
1. Succes wordt gevierd
2. De oorzaak van falen wordt omgebogen van stabiel naar variabel.
Goede feedback heeft de grootste invloed op presteren:
1. Feed up – Waar werk ik naar toe? Welk doel moet ik bereiken?
2. Feed back – Hoe doe ik het op dit moment? Bereik ik zo mijn doel?
3. Feed forward – Hoe verder? Hoe bereik ik mijn doel nog sneller?
Hiërarchie in de groep:
- Populaire groep
15% van de leerlingen. Is opvallend geliefd. Zijn sociaal, behulpzaam en communicatief.
Cognitief erg vaardig. Meestal groepje bewonderaars.
- Gemiddelde groep
55% van de leerlingen. Vallen niet op. Kunnen goed meekomen op sociaal gebied. Trekken
vooral met elkaar op of ze bewegen rondom de kring van populaire kinderen. Zorgen voor
rust en gezelligheid.
- Controversiële groep
5% van de leerlingen. Vallen op door bijzonder gedrag. Kunnen agressief en brutaal gedrag
vertonen naar de leerkracht. De leerlingen worden niet afgewezen omdat ze niet op alle
terreinen afwijkend zijn.
- Genegeerde groep
10% van de leerlingen. Soms lijkt het een beetje of ze onzichtbaar zijn. Ze worden geduld en
geaccepteerd, maar ook niet meer dan dat. De leerling voelt zich goed in zijn positie. Ze
hebben wel kans op angst/depressie.
- Afgewezen groep
15% van de leerlingen. Ze zijn niet geliefd en worden vaker dan anderen vijandig benaderd.
Zij zijn vaak minder sociaal en cognitief vaardig en reageren meer dan gemiddeld agressief of
juist heel teruggetrokken.
Afgewezen leerling moet je zo snel mogelijk signaleren.