Inhoudsopgave
Les 1 – Herhaling jaar 1 ................................................................................................................................... 2
Les 2 – Belas3ng/BTW..................................................................................................................................... 6
Aantekeningen opdracht sportgoedkoop: ....................................................................................................... 9
Les 3 – investeringsselec3e ........................................................................................................................... 11
Les 4 – Primi3eve en verfijnde opslagmethode ............................................................................................. 18
Les 5 – Indirecte kosten en verschillenanalyse ............................................................................................... 23
,Les 1 – Herhaling jaar 1
Herhaling jaar 1
Stof doorlezen (herhaling) en opdracht maken.
1. Onderneming begint met een idee, businessplan maken, bedrijfsidee uitwerken
2. Marktonderzoek
3. Financiële onderbouwing à Houden wij ons vooral mee bezig Cjdens de lessen.
Debiteuren= mensen of bedrijven die jou geld schuldig zijn.
Crediteuren= Mensen of bedrijven die jij geld schuldig bent.
Onderdelen financieel plan (= omvat alles van financieel management, niet hetzelfde als
financiële onderbouwing)
- InvesteringsbegroCng (alles aan de acCva en debet kant van balans, links)
- Financieringsplan (alles aan de passiva en credit kant, rechts)
- Openingsbalans (1 januari)
- Begrote winst- en verliesrekening (alles wat er tussendoor gebeurt in een jaar)
- LiquiditeitsbegroCng (alles wat er tussendoor gebeurt in een jaar)
- Begrote eindbalans (31 december)
InvesteringsbegroJng (links op de balans, acJva)
Welke producCemiddelen zijn nodig om te starten?
- Gebouwen
- Inventaris
- Voorraden
- Debiteuren (nog niet betaald, geld wat je nog krijgt)
- Kasgeld (wat op de bank staat)
- Voorfinanciering BTW (komt ie nog op terug)
- Etc.
Alles wat je bezit
Financieringsplan (rechts op de balans, passiva)
Hoe heb je alles betaald aan de linker kant?
- Eigen vermogen
- Hypothecaire lening (lening langer dan een jaar) à lang vreemd vermogen (langer
dan een jaar)
- Onderhandse lening (Geld lenen van een bekende) à lang vreemd vermogen
- Rekening-courantkrediet (Wat je in de min mag staan bij de bank, je hoeW niet elke
keer om een lening te vragen, maar je betaalt wel rente. Je mag net zo lang rood
staan als je wil. Korte termijn) à kort vreemd vermogen
- Crediteuren (wat je nog moet betalen, vaak factuur binnen 30 dagen) à kort vreemd
vermogen. Ook wel dividend.
2
, Openingsbalans (theorie vragen)
Alleen primaire producCemiddelen op de balans
Vaste acJva: (eigendommen die langer meegaan dan een jaar, duurzaam)
- Gebouwen
- Machines
- Inventaris
- Terreinen
- Transportmiddelen
VloMende acJva (korter dan een jaar)
- Debiteuren (vorderingen)
- Voorraden
- Liquide middelen (kas,bank)
- Voorfinanciering BTW
Vaste passiva = lang vreemd vermogen (alles langer dan een jaar)
- Langlopende schulden
- Achtergestelde converteerbare obligaCes
- Voorziening (geld reserveren voor iets, een schuld dus)
- Hypotheek
- Onderhandse lening/krediet
-
VloMende passiva = kort vreemd vermogen (korter dan een jaar)
- Crediteuren
- Kortlopende schulden
- Rekening courant
Eigen vermogen
- Eigen vermogen
- Groepsvermogen
- Reserves
- Aandelenkapitaal
Totaal vermogen = totaal passiva
3