Samenvatting
In deze zaak oordeelde het ICJ dat België geen recht had om de rechten van de
aandeelhouders van een Canadees bedrijf, Barcelona Traction, te verdedigen tegen Spanje.
Het hof stelde dat alleen de staat van oprichting (Canada) het recht had om diplomatieke
bescherming te bieden, en dat België geen directe belangen had.
Rechtsregel
Alleen de staat waarin een bedrijf is opgericht, heeft het recht om diplomatiek op te treden
ter bescherming van dat bedrijf; andere staten kunnen geen diplomatieke bescherming
bieden voor buitenlandse aandeelhouders.
2. Reference re Secession of Quebec (1998)
Samenvatting
Het Hooggerechtshof van Canada oordeelde dat Quebec niet unilateraal kon secederen van
Canada zonder instemming van de federale overheid en andere provincies. Het hof
benadrukte dat secessie een democratisch proces vereiste en dat zowel de politieke als
juridische procedures gevolgd moesten worden.
Rechtsregel
Een provincie in Canada kan niet unilateraal secederen; secessie moet plaatsvinden via een
democratisch proces dat instemming vereist van de federale overheid en andere provincies.
3. ICJ, Accordance with International Law of the Unilateral Declaration of
Independence of Kosovo (2010)
Samenvatting
Het ICJ oordeelde dat de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo niet in strijd
was met het internationaal recht. Het hof stelde vast dat er geen algemeen aanvaarde regel
was die dergelijke verklaringen verbood, en dat de verklaring zelf niet noodzakelijkerwijs de
soevereiniteit van Servië schond.
Rechtsregel
Een unilaterale verklaring van onafhankelijkheid, zoals die van Kosovo, is niet in strijd met
het internationaal recht, tenzij deze inbreuk maakt op bestaande internationale normen of
rechten.
1
, 4. PCIJ, The Case of the "S.S. Lotus" (1927)
Samenvatting
In deze zaak oordeelde het Permanente Hof van Internationale Justitie (PCIJ) dat de Franse
autoriteiten bevoegd waren om een schip (de S.S. Lotus) te vervolgen voor een aanvaring
met een Turks schip, omdat het gebeurde op internationale wateren. De uitspraak
benadrukte dat staten soevereine rechten hebben om hun eigen rechtsmacht uit te oefenen,
tenzij er een specifieke beperking op dat recht in internationaal recht is vastgesteld.
Rechtsregel
Staten hebben de vrijheid om hun rechtsmacht uit te oefenen op basis van hun
soevereiniteit, zolang er geen internationale regels zijn die dit beperken.
5. ICJ, North Sea Continental Shelf (1969)
Samenvatting
In deze zaak besliste het ICJ dat de delimitation van de continentaal plat van de Noordzee
tussen Duitsland, Nederland en Denemarken gebaseerd moest zijn op het beginsel van
gelijkheid en billijkheid. Het hof benadrukte dat de afspraken en afspraken van de betrokken
staten belangrijk zijn en dat er geen vooraf vastgestelde regels waren voor de deling.
Rechtsregel
Bij de deling van continentaal plat moet rekening worden gehouden met beginselen van
gelijkheid en billijkheid, en er is een noodzaak voor onderhandeling tussen de betrokken
staten.
6. ICJ, Nuclear Tests (Australia v. France) (1974)
Samenvatting
In deze zaak oordeelde het ICJ dat Frankrijk zijn nucleaire testprogramma in de Stille
Oceaan moest stoppen. Het hof stelde vast dat de tests in strijd waren met de verplichtingen
van Frankrijk onder het internationale recht, vooral met betrekking tot de bescherming van
het milieu en de rechten van andere staten.
Rechtsregel
Staten hebben een verplichting om te voorkomen dat hun activiteiten schadelijk zijn voor
andere staten, en om de gevolgen van hun handelingen voor het milieu te respecteren.
2