1. Wat is SBU (Strategic Business Unit)?
Een bedrijfsonderdeel met eigen doelstellingen en redelijk onafhankelijk van de rest van het bedrijf.
Dit kan een product of productlijn of merk zijn. Bijvoorbeeld: Becel bij Unilever.
2. Verschillende soorten doelstellingen:
- Organisatie & ondernemersdoelstelling
- SBU
- Instrumentele doelstelling (marketingmix)
- Marketingdoelstelling (te formuleren in termen: marktaandeel, omzet/afzet, winst en aantal klanten)
3. Wat zijn instrument doelstellingen (marketingmix)?
- Product doelstellingen
- Plaats doelstellingen distributie
- Prijs doelstelling
- Promotie doelstellingen
4. Hoe zijn doelstellingen te formuleren?
In SMART-termen (specifiek ‒ meetbaar ‒ acceptabel ‒ realistisch ‒ tijdsgebonden)
5. Waar staat het SDDP-model voor?
1. Segment (Indelen van de markt in afzonderlijke klantgroepen met verschillende behoeften, kenmerken of
gedragingen)
2. Doelgroep (specifieke groep mensen binnen dat segment)
3. Differentiatie (marktaanbod onderscheiden van de concurrenten om superieure waarde voor je klanten te creëren)
4. Positionering (realiseren van een bepaalde positie van een bedrijf/merk in het hoofd van de afnemers t.o.v.
concurrenten)
6. Waaraan moet een zo goed mogelijke missie voldoen MORS
- Motiverend en het liefst marktgericht
- Onderscheidend
- Realistisch
- Specifiek
7. Waar staat marktsegmentatie voor?
Het indelen van de markt in afzonderlijke klantengroepen met verschillende behoeften, kenmerken of gedragingen.
We zeggen ook wel: het opsplitsten van heterogene groepen à homogene markt
8. Met welke segmentatiecriteria kun je de markt segmenteren? (marktsegmentatie consumentenmarkt)
- Demografische leeftijd ‒ geslacht ‒ inkomen ‒ opleiding
- Geografische klimaat ‒ regio ‒ stadsgrootte aardrijkskunde
- Psychografische sociale klasse ‒ levensstijl - persoonlijkheid
- Gedragscriteria loyaliteit ‒ gelegenheid ‒ gebruikersstatus
9. Wat is een doelgroep?
Het segment dat het bedrijf kiest om te bewerken. (Denk: Persoon)
10. Wat zijn de eisen van marktsegmentatie?
- Meetbaarheid (kenmerken koper moeten herkend kunnen worden)
- Omvang (potentiele omzet moet groot genoeg zijn)
- Bereikbaarheid (er moeten manieren zijn om de gekozen groep te bereiken)
- Bewerkbaarheid (er moeten voldoende middelen zijn, de doelgroep moet zich aangesproken voelen)
Voordelen marktsegmentatie:
- Goede afstemming van producten en diensten op doelgroep
- Betere prijstelling (mogelijkheid om korting gerichter te bepalen)
11. Welke marketingstrategieën zijn er?
Ongedifferentieerde, gedifferentieerde en de geconcentreerde marketing.
Pagina 1 van 10
, 12. Waar staat ongedifferentieerde marketing voor?
Negeert de verschillen tussen de segmenten en richt zich met 1 aanbod op de gehele markt.
Risico: afnemers herkent zich niet in de uniforme benadering Voordeel: lage kosten ondernemer
13. Waar staat gedifferentieerde marketing voor?
Verschillende doelgroepen worden aangesproken met verschillend marketing aanbod.
Voordeel: afgestemd op doelgroep geeft betere resultaten (verkoop) - Hogere kosten door afstemming
marketinginstrumenten op de doelgroep (verschillende verpakkingen, eigen communicatie.)
14. Waar staat geconcentreerde marketing voor?
Richt zich op 1 of meerdere segmenten of specifieke niches.
* Niche marketing (gat in de markt) * Market-by-market segmentatie: 1 segment benaderen en na succes het volgende
Bijvoorbeeld: customization/one to one marketing /made to order (zeiljacht)
15. Uit welke onderdelen bestaat micro marketing?
- Lokale marketing: voetbalplaatjes van Utrecht worden verkocht in Utrecht
- - Individuele marketing: massamarketing: eigen specialisatie mini auto ondanks massa
customation: zelf unieke samenstelling zoals een jacht
16. Wat zijn de voordelen en de nadelen van deze marketingstrategieën?
17. Waar staat differentiatie voor?
Marktaanbod onderscheiden van de concurrenten om superieure waarde voor klant te creëren. (USP)
18. Waar staat positioneren voor?
Het realiseren van een bepaalde positie van een bedrijf/merk in het hoofd van de afnemers t.o.v. concurrenten
19. Hoe zou je een positioneringsstrategie kunnen omschrijven?
Door te differentiëren op: product, service, kanalen, mensen en imago.
Voordelen benadrukken (functionele voordelen, emotionele voordelen). Juiste concurrentievoordelen kiezen (USP) en
positioneringsstrategie kiezen en implementeren: waarde percepties.
20. Wat zijn de productniveaus?
1. Kernproduct dorstlessen, honger
2. Tastbaar product merk, verpakking, functies kwaliteit en stijl
3. Uitgebreid product extra ondersteunende dienstverlening en service
21. Welke productindelingen van consumenten ken je?
- Convenience products (intensieve distributie à lage productie zoals boodschappen)
- Shopping products (selectieve distributie à wat je winkelt zoals kleding, tassen)
- Specialty products (exclusieve distirbutie à speciaal, duur en bijzonder zoals rolex, auto)
- Unsought products (producten waar je geen behoeften aan hebt zoals elektriciteit aanbieder)
22. Welke productbeslissingen zijn er te nemen?
- Beslissingen over afzonderlijke producten
- Productgroep beslissingen
- Beslissingen over het assortiment
23. Welke assortimentsdimensies zijn er?
- Breedte = aantal productgroepen brood
- Lengte = totaal aantal artikelen/producten pistolet
- Diepte = aantal verschillende uitvoeringen binnen een productgroep pitten brood
- Consistentie = mate van samenhang tussen de gevoerde producten
Pagina 2 van 10