,Voorwoord
Wij zijn meerderjarig studenten die zelf gelukkig door de selectie heen zijn gekomen. We weten
hoe lastig en veel de stof kan zijn, helemaal tussen toetsweken en examens door. We hebben
besloten om jullie een beetje te helpen en we hopen dat jullie hier dan ook wat aan hebben. We
raden aan om eerst het hoofdstuk goed te begrijpen voor je begint aan de artikelen. We hebben
het hoofdstuk uitgelegd en een kleine samenvatting van de artikelen. Wanneer er vragen zijn
over het hoofdstuk zijn kun je mailen naar . Alvast heel veel succes.
Kijk voordat je begint met leren deze filmpjes:
https://youtu.be/wHCJUMBKgyo
https://youtu.be/LSYED-7riNY
,Inleiding
Voorwoord 2
Samenvatting ch. 17 - Cellulaire en moleculaire immunologie 5
Adaptieve immuunrespons tegen allografts 5
De aard van alloantigen 5
Herkenning van alloantigens door T-cellen 7
Indirecte herkenning 8
Activatie- en effectorfuncties van alloreactieve T-cellen 8
Activering van T-cellen 8
Rol van costimulate in T-cel reacties 9
Effectorfuncties van alloreactieve T-cellen 9
Activatie van alloreactieve B-cellen en de productie van antilichamen 9
Patronen en mechanismen van allograft afstoting 9
Hyperacute afstoting 9
Acute afstoting 10
Acute cellulaire afwijzing 10
Acute antilichaam gemedieerde reactie 10
Chronische afstoting 10
Preventie en behandeling van allograft afstoting 11
Methoden om de immunogeniciteit van allotransplantatie te verminderen 11
Immunosuppressie om allograft afstoting te voorkomen of te behandelen 12
T-cel signaalroute remmers 12
Cyclosporine 12
Tactrolimus 13
Rapamycine (sirolimus) 13
Antimetabolieten 13
Anti lymfocyten antilichamen 13
Co-stimulerende blokkade 14
Medicatie tegen alloantilichamen en alloreactieve B-cellen 14
Plasmaferese 14
Intraveneuze immunoglobuline therapie 14
Ontstekingsremmende medicatie 14
Xenogene transplantatie 14
Bloedtransfusie 15
ABO bloedgroepantigenen 15
Andere bloedgroep antigenen 16
, Lewis antigeen 16
Rhesus (Rh) antigen 16
Hematopoietische stamcel (HSC) transplantatie 16
Immunologische complicatie van hematopoietische stamceltransplantatie 17
graft -versus-host-ziekte 17
Oefenvragen hst. 17 17
Antwoorden oefenvragen 20
Artikel 1: A Bacterial IgG-Degrading Enzyme to Unhinge Antibodies - Julie R. Ingelfinger,
M.D. 23
Artikel 2: IgG Endopeptidase in Highly Sensitized Patients Undergoing Transplantation -
S.C. Jordan et al. 24
Artikel 3 - A Multicenter Study on Long-Term Outcomes After Lung Transplantation
Comparing Donation After Circulatory Death and Donation After Brain Dead 25
Artikel 4 - First experience with ex vivo lung perfusion for initially discarded donor lungs
in the Netherlands: a single-centre study - 26
Sites voor verdere uitleg 28
, Samenvatting ch. 17 - Cellulaire en moleculaire
immunologie
Adaptieve immuunrespons tegen allografts
Aangeboren immuniteit: ook wel aspecifieke afweer genoemd. Denk aan de huid die
zorgt voor een blokkade of zuur in je maag waardoor pathogenen het niet overleven.
Ook macrofagen en natural killer cellen (NK) bijvoorbeeld. Eigenlijk alles zonder dat er T
en B-cellen aan te pas komen.
Verworven/adaptieve immuniteit: specifieke afweer, vooral de productie van
immunoglobulinen oor B-cellen tegen een pathogeen (lichaamsvreemde stof).
DAMP’s nucleaire of cytosolische (uit cytoplasma) eiwitten die vrijkomen bij cel schade. DAMP’s
zorgen voor de activatie van de aspecifieke afweer.
De aard van alloantigen
Allo antigenen is een begrip gebruikt in de transplantatie. Het staat eigenlijk voor
lichaamsvreemde eiwitten afkomstig van een ander individu die niet overeenkomt met het
lichaamseigen. Om de kans op afstoting zo klein mogelijk te maken moeten de genetische
verschillen minimaal zijn, ze kijken in hoeverre de histocompatibiliteits moleculen
overeenkomen. Histocompatibiliteits moleculen zijn eiwitten die tot expressie worden gebracht
aan het oppervlak van bijna alle gewervelde cellen.
De immunologie rond een transplantatie heeft verschillende basisregels die als eerst werden
vastgesteld op basis van experimenten met muizen. De regels luidden:
- Transplantaties tussen genetisch identieke individuen (tweeling of inteeltstam*) worden
niet afgestoten.
- Transplantaties tussen niet-genetisch identieke individuen worden bijna altijd afgestoten.
- Transplantaties bij dieren in een niet-inteeltstam van ouder naar kind zal niet worden
afgestoten, ongeacht welke ouder.
- Transplantaties van kind naar ouder in een niet-inteelt stam zal in beide gevallen worden
afgestoten.
*Inteeltstam = 20 achtereenvolgende generaties aan broer-zus paring.
Uit deze basisregels kan worden geconcludeerd dat er sprake is van co-dominante expressie.
Co-dominante expressie betekent dat elk individu genen erft van beide ouders voor deze