SE Par. 1 Natuurlijke gevaren in Zuid Amerika
Vulkanen en aardbevingen
● Westkant ZA → Nazcaplaat en Antarctische plaat duiken onder
Amerikaanse plaat
● Subductiezone (westen) → veel vulkaanuitbarstingen en aardbevingen
● Direct gevolg van aardbevingen in zeebodem voor kust = tsunami’s
● In hetzelfde gebied waar aardbevingen zijn, zijn ook vulkanen actief →
direct gevolg van subductie
● Allemaal stratovulkanen die af en toe uitbarsten maar niet gevaarlijk zijn
● ↳ Erupties beperken zich tot uitstoot van aswolken en zitten ook in
dunbevolkte gebieden → schade en slachtoffers laag
Massabewegingen
● Indirecte gevolgen van beving = aardverschuivingen
● Deze massabewegingen ontstaan door:
○ Bij aardbeving → afschuiven van delen op onstabiele helling
○ Bij veel neerslag → (bv El Nino) modder, puin, gesteente van helling
schuiven. Gevolgen: schade aan wegen, gebouwen, landbouwgrond
○ Ontstaan lahars bij vulkaanuitbarsting → modderstroom die ontstaat
door smelten sneeuw en ijs hoog op vulkaanhelling als vulkaan
uitbarst. zorgen voor veel shade
● Steden last van aardverschuivingen
● Arme inwoners bouwen krotwoning op hellingen aan rand van stad → in
reliëfrijke steden schuiven deze slechte huizen soms naar beneden
Overstromingen
● Nattere delen ZA vaak overstromingen
● In berggebieden Flash floods = rivieren krijgen plotseling zeer hoge piekafvoer
● ↳ Door hevig regenval in bovenloop loopt bedding snel vol en stort water
naar beneden
● In vlakke gebieden rivieren met groot debiet = High floods
● ↳ Niveau stijgt traag tot rivier buiten oevers gaat → oorzaak = langdurige
regenbuien en tropische stortbuien
● In vlakke delen benedenloop van grote rivieren leidt tot grote overstromingen met
veel slachtoffers
Menselijke invloed
● Mens oorzaak rampen → ontbossing → helling komt kaal te liggen, water
infiltreert niet in bodem, water stroomt af via oppervlak
● Verkeerd landgebruik → bv zonder terrassering in reliëfrijk gebied →
gemakkelijk afstroming
● Elke verharding (wegenaanleg) van oppervlak zorgt voor kortere vertragingstijd
● Gevolgen versterkt door diverse stedelijke agglomeraties een slecht
rioleringssysteem hebben → bepaalde stadswijken na hevige plensbui
, staan blank
SE Par. 2 Hazard management
Schade
● Sinds 1960: economische schade van natuurrampen in ZA verachtvoudigd,
Oorzaken:
○ Ongebreidelde urbanisatie
○ Armoede
○ Slecht bestuur
○ Constructie van gebouwen en infrastructuur op kwetsbare plekken
○ Klimaatverandering en El Nino
○ Ontbossing
● Meer slachtoffers na natuurrampen in ontwikkelingslanden dan rijke landen
● ↳ Komt door:
○ Verkeerde locatiekeuze voor bouw en infrastructuur
○ Zich niet houden aan bouwvoorschriften
○ Verkeerd omgaan met natuurlijke bronnen (ontbossing)
○ Gebrek aan rampenplan
● ↳ Voorbeelden:
○ Hoge bevolkingsdichtheden in rivierdalen en delta’s
○ Wegen en woningbouw op onstabiele hellingen
○ Gevaarlijke mijnen
Risico’s
● Hoe hoog risico voor natuurramp met gevolgen is, hangt af van 3 factoren:
○ 1. De aard van de natuurramp
■ Soort ramp en intensiteit, schaal van ramp en schadelijke gevolgen
■ Zo zal aardbeving grotere gevolgen hebben als die hoog scoort op
schaal van Richter, groot oppervlak plaatsvindt en branden ontstaan
○ 2. Aantal mensen en gebouwen betrokken
■ En hoeveel infrastructuur verwoest wordt
■ Aardbeving in dunbevolkt gebied levert weinig schade maar in
Santiago wel veel schade
○ 3. Kwetsbaarheid samenleving, bepaald door:
■ Fysieke factoren bv slechte constructie van gebouwen en landgebruik
dat bodemerosie bevordert
■ Sociale factoren bv bevolkingsgroepen die achtergesteld worden, arm
zijn, minder kansen hebben
■ Economische factoren bv onverzekerde informele sector,
afhankelijkheid één inkomstenbron, precaire voedselvoorziening
■ Milieufactoren bv uitputting van hulpbronnen als water,
landbouwgrond en klimaatverandering
● In ZA lopen armere bevolkingsgroepen in krottenwijken grootste risico →
bij deze bevolkingsgroep is risicoperceptie laag → komt doordat natuurlijke
gevaren vaak lange en wisselende pauze hebben
Maatregelen