1. Bestudeer de tekst ‘Het socratisch gesprek’ (bij HC2).
A. Schrijf een (fictief) ‘socratisch gesprek’ uit over een vraagstuk in de
pedagogiek. In het gesprek komen minstens twee personages aan het
woord. Baseer het gesprek op de stappen die in de tekst uit de reader
worden genoemd. Denk eraan dat in dit gesprek de vraag onderzocht
wordt, onder meer op de mogelijke vooronderstellingen, die (impliciet) ter
sprake komen. Ongeveer 300 woorden.
I. S. : 'Wat is emotionele verwaarlozing?'
II. B. :'Emotionele verwaarlozing is de grootste vorm van
kindermishandeling.'
S. :'Leg uit'
B. :'Emotionele verwaarlozing is het bewust negeren van de behoefte aan
affectie van het kind door een ouder.'
S. :'Maar stel nou eens dat het kind niet bewust wordt genegeerd door de
ouder?
B.: 'Oké, een voorbeeld: K. Heeft alles wat haar toekomt. Ze heeft eten, een
dak en kan naar school, maar er is geen ouder die haar bijstaat in emotionele
moeilijkheden. Ze huilt vaak alleen en is bij de jongens van haar leeftijd veel
opzoek naar affectie.'
III. S.: 'Hoe weet je zeker dat dit kind bewust wordt genegeerd door de
ouder?'
B.: 'De ouders van K. zijn er niet tijdens het eten. K. wil graag praten over
haar verdrietige dag. K. moet alleen eten. Hierdoor voelt K. zich nog
eenzamer. De ouders van K. negeren structureel de behoefte aan liefde,
warmte, geborgenheid en steun.'
S.: 'Waarom zijn de ouders er niet tijdens het avondeten?'
B.: 'Haar ouders moeten werken.'
S.: 'Waarom moeten haar ouders werken?'
B.: 'Om geld te verdienen voor hun kinderen?'
S.: 'Negeren ze hun kind dan echt bewust?'
IV. S.: 'Welke redenenen hebben we WEL om te zeggen dat er sprake is van
emotionele verwaarlozing?'
B.: 'De ouders van K. schieten tekort in haar behoefte. Ze zijn er niet op het
moment dat ze verdrietig is en dus positieve affectie nodig heeft. Dit