Bij psychologie is het doel ons opleiden tot academisch professionals. Naast het verwerven
van psychologische kennis ook bijvoorbeeld methoden & onderzoek, statistiek, academisch
redeneren & schrijven of de klinische & maatschappelijke vertaling van psychologische
kennis.
Voor mij van belang is actief meedoen, laten zien wat je kan en je maakt kennis met de
opleiding. Zij laten zien wat ze verwachten van studenten en wij kunnen zien of het iets voor
ons is.
Vergeet de vragenlijsten niet in te vullen!
Rangnummer wordt bepaald door:
- Volledige deelname aan alle onderdelen van de selectie;
- Resultaat van het tentamen;
- Resultaat van de twee opdrachten;
- Antwoorden op de vragen uit de vragenformulier;
- 5-VWO cijfers.
Alles staat op blackboard.
Data en deadlines zijn belangrijk:
- Vooraf opgenomen college over Methoden & Statistiek
- Zaterdag 17-02 is college en werkgroep op locatie
- Maandag 19-02 is uiterlijk 23:59 inleveren opdracht Methoden en statistiek (via
Remindo) (utrecht science park)
- Donderdag 22 februari 09:00 uiterlijk inleveren essay angstbehandeling (blackboard)
- Donderdagavond 22 februari is tentamen (utrecht science park)
En dan:
- Op blackboard in het grade centre krijg je de resultaten van de toetsing voor 1 april
- Op grond van selectiecriteria wordt een ranking vastgesteld
- Op 15 april ontvang je via Studielink je rangnummer
Key:
- Zorg dat je overal aan meedoet
- Zorg dat je je aan alle deadlines houdt
Uitprinten:
- Dit bestand
- Handleiding
- Programma
- Werkgroep (verplichte voorbereiding)
- Powerpoint M&T
- Kijkvragen M&T
,Chapter 1: Biopsychologie van emotie, stress en gezondheid
(angst, de donkere kant van emotie)
Angst heeft drie belangrijke eigenschappen: het is de gemakkelijkste emotie die bij
verschillende soorten uit gedrag kan worden afgeleid; het speelt een belangrijke adaptieve
functie bij het motiveren van het vermijden van bedreigende situaties; en chronische angst is
een veelvoorkomende bron van stress.
Biopsychologie van emotie: introductie
1.1 Vroege mijlpalen (zes) in het biopsychologische onderzoek naar emoties
1848: De zaak van Phineas Gage
Het buskruit explodeerde terwijl de meter het aanstampte, waardoor het 3 cm dikke, 90 cm
lange stootijzer door zijn gezicht, schedel en hersenen en aan de andere kant naar buiten
schoot. Eenmaal hersteld waren zijn persoonlijkheid en emotionele leven totaal veranderd.
Neuroloog John Harlow kreeg toestemming van de familie van Gage om het lichaam op te
graven en ijzer aan te stampen om het te bestuderen.
1994, Damasio reconstrueerde het ongeval en bepaalde het waarschijnlijke gebied van de
hersenbeschadiging van Gage door een röntgenfoto van de schedel te maken en deze
nauwkeurig te meten. Schade aan de hersenen van Gage trof beide mediale prefrontale
kwabben, betrokken bij planning, besluitvorming en emotie.
1872: Darwin’s theorie van de evolutie van emotie
In Darwin’s boek ‘The expression of Emotions in Man and Animals’ ontwikkelde hij een
theorie over de evolutie van emotionele expressie die uit drie hoofdideeën bestond:
• Uitingen van emoties komen voort uit gedragingen die aangeven wat een dier waarschijnlijk
vervolgens gaat doen.
• Als de signalen die door dergelijk gedrag voortkomen ten goede komen aan het dier dat ze
vertoont, zullen ze evolueren op manieren die hun communicatieve functie versterken, en kan
hun oorspronkelijke functie verloren gaan.
• Tegengestelde boodschappen worden vaak gesignaleerd door tegengestelde bewegingen
en houdingen, een idee dat het principe van antithese wordt genoemd.
Zodra vijanden dit gedrag begonnen te herkennen als signalen van dreigende agressie,
ontstond er een overlevingsvoordeel voor aanvallers die hun agressie het meest effectief
konden communiceren en hun slachtoffers konden intimideren zonder daadwerkelijk te
vechten. Als gevolg hiervan ontwikkelden zich uitgebreide dreiging displays en namen de
daadwerkelijke gevechten af.
Signalen van agressie en onderwerping moeten duidelijk te onderscheiden zijn; dus hadden
ze de neiging om in tegengestelde richtingen te evolueren.
Primaten signaleren agressie door te staren en onderwerping door hun blik af te wenden.
+- 1900: James-Lange (1884) en Cannon Bard (1915) theorieën
James-Lange-theorie: emotie-inducerende sensorische stimuli worden ontvangen en
geïnterpreteerd door de cortex (gebied in hersenen waar informatie uit de rest van het lichaam
ontvangen, geanalyseerd en geïnterpreteerd wordt) → brengen veranderingen teweeg in de
viscerale organen (de inwendige organen met bloedvaten en lymfestelsel, bijv. in keel-, borst- en
buikholte) via het autonome zenuwstelsel (regelt onbewuste processen in lichaam) en in de
skeletspieren (spier bevestigd tussen twee delen van het skelet, de skeletspieren vormen het actieve
bewegingsapparaat) via het somatische zenuwstelsel (regelt bewuste processen in lichaam).
, Vervolgens veroorzaken de autonome en somatische reacties de
ervaring van emotie in de hersenen.
Cannon-Bard theorie: emotionele stimuli prikkelen zowel het
gevoel van emotie in de hersenen als de expressie van emotie in
het autonome en somatische zenuwstelsel.
Volgens de theorie van James-Lange hangt emotionele ervaring
volledig af van het autonome en somatische zenuwstelsel; echter
zijn deze niet nodig voor het ervaren van emotie.
Mensen met gebroken nek, minimale autonome en somatische
feedback, hebben nog steeds alle emotionele ervaringen, hoewel
er enige demping van angst en woede lijkt te zijn
Volgens de Cannon-Bard-theorie zijn emotionele ervaringen en
emotionele uitingen parallelle processen die geen direct causale
relatie hebben; echter kunnen autonome en somatische reacties
op emotionele stimuli de emotionele ervaring beïnvloeden.
James-Lange of de Cannon-Bard-theorie leidden tot de moderne biopsychologische visie: elk
van de perceptie van de stimulus, de autonome en somatische reacties op de stimulus, en de
ervaring van de emotie beïnvloed de andere twee factoren.
1929: Ontdekking van schijn woede
Bard ontdekte dat katten zonder cortex agressief reageren op de geringste provocatie. Ze
zijn ongepast ernstig en niet gericht op een bepaald doel = schijn woede. Bard concludeerde
hieruit dat de hypothalamus cruciaal is voor de expressie van agressieve reacties en de
functie van de cortex is het remmen en sturen van deze reacties.
1939: Ontdekking van Klüver-Bucy syndroom
Klüver-Bucy syndroom, verwijderen van voorste temporale kwabben, omvat de volgende
gedragingen: consumptie van bijna alles wat eetbaar is; toegenomen seksuele activiteit, vaak
gericht op ongepaste voorwerpen; een neiging om herhaaldelijk bekende voorwerpen te
onderzoeken; neiging om voorwerpen met de mond te onderzoeken; een gebrek aan angst.
Bij primaten worden de meeste symptomen van het Klüver-Bucy-syndroom toegeschreven
aan schade aan de amygdala, een structuur die emotie codeert.
1952: Limbische systeem theorie van emotie
In 1937 stelde Papez voor dat emotionele expressie
gecontroleerd is door verschillende onderling verbonden kernen
en kanalen die de thalamus omringen. Hij stelde voor dat
emotionele toestanden tot uitdrukking komen door de werking
van de andere structuren van het circuit op de hypothalamus en
dat ze worden ervaren door hun werking op de cortex; deel van
het huidige limbisch systeem.
Papez’ emotietheorie werd in 1952 herzien en uitgebreid door
Paul MacLean en werd de invloedrijke limbische systeem
theorie van emotie.
1.2 Emoties en het autonomische zenuwsysteem (AZS)
Emotionele specificiteit van het autonome zenuwstelsel
De specificiteit van ANS-reacties ligt tussen uitersten van totale specificiteit (James-Lang-
theorie: verschillende emotionele stimuli → verschillende patronen AZS-activiteit →
, verschillende emotionele ervaringen) en totale algemeenheid (Cannon-Bard-theorie: alle
emotionele stimuli → dezelfde algemene patroon van sympathische activering produceren).
Polygrafie (leugendetectortest)
Polygrafie is een ondervragingsmethode waarbij gebruik wordt gemaakt van ANS-indexen
van emoties om de waarheidsgetrouwheid van de reacties van een persoon af te leiden. Het
evalueren van de effectiviteit is moeilijk, omdat we niet weten of de gedachte schuldig is. In
onderzoeken wordt gebruikgemaakt van de schijn misdaad procedure: vrijwilligers nemen
deel aan een schijn misdaad en worden vervolgens onderworpen aan een polygraaftest door
een examinator onbewust is van schuld/ onschuld. De gebruikelijke ondervragingsmethode
is de controlevraagtechniek: fysiologische reactie op de doelvraag (Heb je dit gestolen?)
wordt vergeleken met de fysiologische reacties op controlevragen (Hebt u kinderen?).
De veronderstelling is dat liegen gepaard gaat met een grotere sympathische activering.
Succespercentage rond de 55%. Vragen als "Heb je die tas gestolen?" zullen bij de meeste
verdachten een emotionele reactie uitlokken, ongeacht schuld. Schuldig-kennistechniek, de
verborgen informatie test, omzeilt dit probleem: polygrafist moet beschikken over informatie
die enkel schuldige kan weten; bekijkt reacties van de verdachte op een lijst met feitelijke en
gekunstelde details. Hoewel electrodermale activiteit de enige maatstaf was voor
ANS-activiteit die in dit onderzoek werd gebruikt, 88% nepcriminelen correct geïdentificeerd;
belangrijker nog is dat geen onschuldige controle vrijwilliger schuldig werd bevonden.
1.3 Emoties en Gezichtsuitdrukkingen
Ekman en al zijn leidend geweest in onderzoek naar gezichtsuitdrukkingen; hebben atlas
samengesteld van gezichtsuitdrukkingen geassocieerd met verschillende emoties.
Universaliteit van gezichtsexpressie
Mensen uit verschillende culturen maken vergelijkbare gezichtsuitdrukkingen in vgl. situaties
en kunnen emotionele betekenis identificeren van gezichtsuitdrukkingen uit andere culturen.
Primaire gezichtsuitdrukkingen
Ekman en Friesen concludeerden dat gezichtsuitdrukkingen van deze zes emoties primair
zijn: verrassing, woede, verdriet, walging, angst en geluk. Alle andere gezichtsuitdrukkingen
van echte emotie zijn samengesteld uit mengsels van deze zes primaire.
Gezichtsfeedbackhypothese
Gezichtsfeedbackhypothese = hypothese dat gezichtsuitdrukkingen emotionele ervaring
beïnvloeden. Meta-analyse van gezichtsfeedbackhypothese bevestigt de betrouwbaarheid
van deze en soortgelijke bevindingen; effecten echter kleiner dan aanvankelijk aangenomen.
Vrijwillige controle van gezichtsuitdrukkingen
We oefenen vrijwillige controle uit over gezichtsspieren, zo zijn er 2 manieren om ware en
valse uitdrukkingen te onderscheiden. (1) Micro-expressies (korte gezichtsuitdrukking) van
de echte emotie doorbreken vaak de valse (0,05 sec). (2) Er zijn vaak subtiele verschillen
tussen echte en valse gezichtsuitdrukkingen die ervaren waarnemers kunnen detecteren.
Duchenne zei dat oprechte glimlachen onderscheiden kunnen worden door te kijken naar de
gezichtsspieren die worden samengetrokken tijdens een oprechte glimlach: orbicularis oculi,
omcirkeld oog en trekt huid van wangen en voorhoofd naar de ogen trekt. oogbol en
zygomaticus major, die de liphoeken omhoog trekt. Ekman heeft de oprechte glimlach de
Duchenne glimlach genoemd.
Gezichtsuitdrukkingen: huidige perspectieven
Video-opnamen hebben bijgedragen aan 4 kwalificaties van Ekmans oorspronkelijke theorie: