TRANSFERBOEK ;
FUNCTIE VAN DE BEWONER
ALS BASIS VOOR
THERAPEUTISCH VERZORGEN .
Derde versie 2011
Zorggroep Maas en Waal
VERPLEEGHUIS WAELWICK
Schoolpad 1
6644 CP Ewijk
,Zorggroep Maas en Waal Waelwick Transfer boek 2011 2
Voorwoord
De algemene zorgvisie in ons huis is, dat we hulp aanbieden daar waar zelfzorg
tekorten van de bewoner aanwezig zijn.
Deze hulp is hulp op maat en dient op professionele wijze gegeven worden.
Veel verpleeghuisbewoners zijn om rede van hun ziekte of handicap niet of slechts
gedeeltelijk in staat zich te verplaatsen.
Als gevolg hiervan doen zij een beroep op verzorgenden of behandelaars om hen
hierbij behulpzaam te zijn.
Het is bekend dat er in de verpleging en verzorging veel problemen (kunnen)
ontstaan bij het tillen en verplaatsen(transfers) van bewoners.
Ter beperking van deze problemen, rekening houdend met het welzijn van de
bewoners, werd in ons huis een transferbeleid ontwikkeld.
Dit boek is een onderdeel van dit beleid en is bedoeld als naslagwerk.
Transfercommissie:
J.v.d. Rakt
(0487)509666
© Verpleeghuis Waelwick - Ewijk, 2011 3de versie
,Zorggroep Maas en Waal Waelwick Transfer boek 2011 3
Inleiding
Moeilijke handelingen, zware transfers en slechte werkhoudingen kunnen
leiden tot gezondheids- klachten van hulpverleners.
Als gevolg van de wet terugdringing ziekteverzuim en de
arbeidsomstandigheden- wet zijn velen zich bewuster geworden van de
effecten van lichamelijke belasting.
Om deze effecten te minimaliseren zijn een aantal zaken van groot belang:
Het is belangrijk zuinig te zijn op je eigen lichaam.
Een ieder moet zich bewust zijn van de gevaren van overbelasting.
De sfeer in de organisatie en op de afdeling is van belang.
Het moet bijvoorbeeld heel gewoon zijn om regelmatig hulp bij
transfers te vragen, ook al kost dit meer tijd.
Medewerkers moeten elkaar ook kunnen aanspreken op hun
tilgedrag .
Het is van belang te erkennen dat er een grens is aan wat aan
lichamelijke belasting mogelijk is.
Luister naar je rug. Erken dat er grenzen zijn en handel erna.
Sommige vormen van tilarbeid zijn zo onveilig dat geen enkele
transfertechniek de situatie veilig maakt.
In die gevallen zullen we gebruik moeten maken van hulpmiddelen.
Om overbelasting te voorkomen is het noodzakelijk, dat er per situatie en per
bewoner steeds zal moeten worden bepaald welke transfertechniek het
veiligste is voor hulpverlener en bewoner.
Dit begint met de mogelijkheden van de bewoner.
De soort en de mate van zijn/haar aandoening spelen een belangrijke rol.
Daarnaast spelen de volgende factoren een rol:
Ervaring met transfer van een hulpverlener.
De houding waarin wordt gewerkt.
De mogelijkheden van de bewoner om mee te werken.
De beschikbaarheid van medewerkers.
Om de gezondheid van de verzorgenden te beschermen en de restfunctie van
de bewoner optimaal te benutten moet er dus bewust met
transferhandelingen worden omgegaan. Zorgvuldig dient te worden
afgewogen hoe zwaar handelingen zijn en hoe moeilijke situaties aangepakt
moeten worden. Het multidisciplinaire team maakt deze afweging. De
, Zorggroep Maas en Waal Waelwick Transfer boek 2011 4
afspraken worden vastgelegd in een zogenaamde transferprotocol, waarna
ieder medewerker (ook diegene die niet bij deze afweging aanwezig zijn
geweest) de juiste handeling uitvoert.
Doordat deze afspraken vastgelegd zijn worden ze ook controleerbaar.
Toelichting bij het transferprotocol.
Het transferprotocol bestaat uit de volgende onderdelen:
Een kolom waarin de groepen handelingen worden aangeduid.
Ruimte om aan te geven wat de bewoner zelfst andig kan. (Vul je in, als de
bewoner zelfstandig is op een bepaald onderdeel.)
Een kolom waarin, na afweging de gekozen techniek wordt vermeld.
(Middels pictogram)
Een kolom waarin aanvullende informatie kan worden vermeld. (Instructies,
aandachtspunten)
Ruimte om te paraferen.
Bepaling van het niveau van de cliënt.
Om dit te bepalen wordt van de fysiotherapeut gevraagd om te onderzoeken
welke mogelijkheden de patiënt heeft.
Op basis van het vermogen van de cliënt wordt dan vastgesteld in welk
leerniveau hij zich bevind en hoe de transfers maar ook de ADL voor cliënt en
hulpverlener goed uit te voeren zijn en elkaar aanvullen.
Leerniveau s
Leerniveau 1, Cliënt is zelfs in lig niet in staat om actief te zijn en zal
dus passief moeten worden verzorgt waarbij we de PDL beginselen
zoveel mogelijk proberen toe te passen
Leerniveau 2, Cliënt is nu wel in staat om in lig actief te zijn door bv.
zijn hoofd op te tillen ,een bruggetje te maken of zijn been op te tillen
Leerniveau 3, Cliënt kan even op de rand van het bed zitten zonder
steun, maar wel met toezicht.
Leerniveau 4, Cliënt kan op de rand van het bed zitten en een trui aan
doen
Leerniveau 5, Cliënt kan op de rand van het bed zitten en/ of stoel
voor de wastafel en kan zich wassen en aankleden en door middel van
het benen kruisen kousen en schoenen aandoen .
Leerniveau 6, Cliënt kan staan met steun voor maar kan niet actief zijn
.
Leerniveau 7, Cliënt kan staan en actief zijn bij de ADL bv. wassen van
onderen en broek aantrekken.