…waar te vinden in het boek
… Wetsartikel
… Terug te vinden in examenmatrijs
1.1 Welk overheidsorgaan of overheidsinstantie kan een gegeven belasting/heffing
opleggen
GEMEENTELIJKE BELASTINGEN (DOOR DE GEMEENTE )
o Onroerendezaakbelasting (OZB)
Uitleg: Een eigenaar van een woning of een eigenaar/ gebruiker van een bedrijfspand moet
dit betalen
o Parkeerbelasting
o Reclamebelasting
o Toeristenbelasting
o Reinigingsheffing
o Rioolheffing
o Hondenbelasting
o Baatbelasting
Uitleg: Aanleg van riolering, met medewerking van het gemeentebestuur, is gebaat voor de
eigenaar van een onroerende zaak. De belasting zit vast aan het onroerende goed, niet de
eigenaar. De eigenaar betaald het wel.
VB: Jamie heeft een koophuis, de gemeente vernieuwd de gemeentelijke riolering en legt
een nieuwe riolering, dat gebaat is voor Jamie. Jamie beslist om de Baatbelasting over 30
jaar verspreid te betalen. Echter na 10 jaar verkoopt hij het huis aan Marieke, zij moet de
volgende 20 termijnen betalen.
o Precariobelasting
Uitleg: Word geheven voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven voor de
openbare dienst bestemde gemeentegrond.
VB: De luifel van Piet hangt boven de stoep, de stoep is gemeentegrond dus moet hij
precariobelasting betalen
PROVINCIALE BELASTINGEN (DOOR DE PROVINCIE )
o Motorrijtuigbelasting in opcenten
Uitleg: Een procentgewijze verhoging van een oorspronkelijk bedrag
RIJKSBELASTINGEN (DOOR HET R IJK) (WAT JE MOET WETEN)
o Omzetbelasting (BTW)
o Overdrachtsbelasting
o Milieuheffingen
o Belasting voor persoon-en bestelauto’s (BPM)
o Accijns
o Motorrijtuigbelasting