Oefenvragen en antwoorden wetenschapsfilosofie HC 1
tm 8,
2019 – 2019
Vragen:
1. Welke 3 vragen stelt epistemologie?
2. Waarom faalde Plato?
3. Wie was de leermeester van Plato?
4. Wie was de leerling van Plato?
5. Wat is het peripathisch principe?
6. Waarom kon je in de Middeleeuwen beter niet zeggen dat Aristoteles geen
gelijk had?
7. Waarom deed Aristoteles geen experimenten om iets te leren over de
natuurlijke wereld?
8. Waarom stond in de Middeleeuwen de wetenschap en filosofie in feite stil?
9. Wat zijn de 3 kenmerken van de nieuwe methode (volgens Bacon?)
10. Waarom verschilt Bacon van Aristoteles?
11. Noem de 4 idols.
12. Wat is het verschil tussen Descartes en Plato?
13. Wat is Descartes optimisme?
14. Wat is het empiristisch principe van Locke?
15. Noem de 3 begrippen van Hume's analyse van oorzakelijkheid.
16. Wat bedoelt Kant met synthese?
17. Wat houdt de Copernicaanse wending van Kant in?
18. Hoe meent Kant de kennis van algemene beweringen waarin causaliteit
voorkomt te redden?
19. Wat waren de problemen waar Kant tegenaan liep?
20. Wie voerde de term positivisme in?
21. Noem de 3 stadia van Comtes wet.
, 22. Van welke stroming was Comte de grondlegger?
23. Waarom is verstehen volgens Dilthey geen wetenschappelijke methode?
24. Wat geeft Hempel voor kritiek op Verstehen?
25. Wie verdedigde de correspondentietheorie?
26. Wat is de correspondentietheorie?
27. Waarom stopte Wittgenstein I met filosofie?
28. Wat maakte de wetenschap één geheel volgens de logisch positivisten?
29. Als een deductief-nomologische redenering logisch geldig is, betekent dit dan
dat de conclusie altijd waar is?
30. Wat is sense data?
31. Noem 3 kritiekpunten van het logisch positivisme.
32. Wat waren de eerste 2 demarcatiecriteria?
33. Wat houdt onderbepaaldheid van de theorieën door de empirische data in?
34. Wat leert Popper door zijn aanvaring met het Marxisme?
35. Wat is het verschil tussen de logisch positivisten en Popper?
36. Wat was Popper's eerste suggestie voor een demarcatiecriterium?
37. Waarom werkte dat demarcatiecriterium niet?
38. Noem de 4 kenmerken van falsificationisme.
39. Wat bedoelt Popper met 'kritisch kijken'?
40. Wat bedoelt Popper met corroborating evidence (bevestigend bewijs)?
41. Wat zegt Popper over ingeboren ideeën?
42. Geef een paar voorbeelden waarom de wetenschap volgens Popper rationeel
is.
43. Noem 2 problemen waar Popper tegenaan liep.
44. Beschrijf per boek in 1 zin waar de boeken van Wittgenstein om draaide.
45. Geef een voorbeeld van een gedachte-experiment over het omgekeerde
spectrum.
46. Noem de 2 eigenschappen waar privé-taal uit volgt.
47. Waarom was Wittgenstein (II) tegen een privé-taal?
48. Beschrijf het schema voor veranderingen in de wetenschap (Kuhn).
49. Wat zijn de 3 kenmerken van revolutie?
50. Waarom is het ene paradigma niet beter dan het andere volgens Kuhn?
tm 8,
2019 – 2019
Vragen:
1. Welke 3 vragen stelt epistemologie?
2. Waarom faalde Plato?
3. Wie was de leermeester van Plato?
4. Wie was de leerling van Plato?
5. Wat is het peripathisch principe?
6. Waarom kon je in de Middeleeuwen beter niet zeggen dat Aristoteles geen
gelijk had?
7. Waarom deed Aristoteles geen experimenten om iets te leren over de
natuurlijke wereld?
8. Waarom stond in de Middeleeuwen de wetenschap en filosofie in feite stil?
9. Wat zijn de 3 kenmerken van de nieuwe methode (volgens Bacon?)
10. Waarom verschilt Bacon van Aristoteles?
11. Noem de 4 idols.
12. Wat is het verschil tussen Descartes en Plato?
13. Wat is Descartes optimisme?
14. Wat is het empiristisch principe van Locke?
15. Noem de 3 begrippen van Hume's analyse van oorzakelijkheid.
16. Wat bedoelt Kant met synthese?
17. Wat houdt de Copernicaanse wending van Kant in?
18. Hoe meent Kant de kennis van algemene beweringen waarin causaliteit
voorkomt te redden?
19. Wat waren de problemen waar Kant tegenaan liep?
20. Wie voerde de term positivisme in?
21. Noem de 3 stadia van Comtes wet.
, 22. Van welke stroming was Comte de grondlegger?
23. Waarom is verstehen volgens Dilthey geen wetenschappelijke methode?
24. Wat geeft Hempel voor kritiek op Verstehen?
25. Wie verdedigde de correspondentietheorie?
26. Wat is de correspondentietheorie?
27. Waarom stopte Wittgenstein I met filosofie?
28. Wat maakte de wetenschap één geheel volgens de logisch positivisten?
29. Als een deductief-nomologische redenering logisch geldig is, betekent dit dan
dat de conclusie altijd waar is?
30. Wat is sense data?
31. Noem 3 kritiekpunten van het logisch positivisme.
32. Wat waren de eerste 2 demarcatiecriteria?
33. Wat houdt onderbepaaldheid van de theorieën door de empirische data in?
34. Wat leert Popper door zijn aanvaring met het Marxisme?
35. Wat is het verschil tussen de logisch positivisten en Popper?
36. Wat was Popper's eerste suggestie voor een demarcatiecriterium?
37. Waarom werkte dat demarcatiecriterium niet?
38. Noem de 4 kenmerken van falsificationisme.
39. Wat bedoelt Popper met 'kritisch kijken'?
40. Wat bedoelt Popper met corroborating evidence (bevestigend bewijs)?
41. Wat zegt Popper over ingeboren ideeën?
42. Geef een paar voorbeelden waarom de wetenschap volgens Popper rationeel
is.
43. Noem 2 problemen waar Popper tegenaan liep.
44. Beschrijf per boek in 1 zin waar de boeken van Wittgenstein om draaide.
45. Geef een voorbeeld van een gedachte-experiment over het omgekeerde
spectrum.
46. Noem de 2 eigenschappen waar privé-taal uit volgt.
47. Waarom was Wittgenstein (II) tegen een privé-taal?
48. Beschrijf het schema voor veranderingen in de wetenschap (Kuhn).
49. Wat zijn de 3 kenmerken van revolutie?
50. Waarom is het ene paradigma niet beter dan het andere volgens Kuhn?