Spieren
Les 1
Soorten
- Skeletspier heeft streepjes
- Gladde spier vooral darm
- Hartspier met bloedvaten en gebruikt veel zuurstof want mag niet verzuren
Energiesystemen
- Aerobe systeem (zuurstof om te verbranden (sloom kracht leveren))
- Anaerobe systeem (geen zuurstof) Lactaat systeem (fast kracht)
- ATP – CP (extreme kracht)
Type spiervezels
- Type 1 (slow) – duursport
- Type 2a (fast) – krachtsport
- Type 2x (extreem fast) – extreme kracht
Bouw van de skeletspier
- Hele spier --> epimysium (vliesje)
- Spierbundel/Fasciclulus --> perimysium (vliesje)
- Spiervezel/spiercel --> endomysium (vliesje)
- Myofibril
In de Myofibril liggen sarcomere (dikke en dunne filamenten):
- Opgebouwd uit contractiele eiwitten
- Actine en myosine
Tussen de myofibillen zitten mitochondrion dat zijn de energiefabriekjes (leveren energie om
kracht te kunnen leven) (verbranden stofjes)
Mysium = vlies of membraam
, Les 2
Sarcomeren
Dikke = actin
Dunne = myosin
H zone --> plek in sarcomere met alleen myosin
I band --> plek in sarcomere met alleen actin
A band --> plek in sarcomere waar de actin en myosin overlap hebben
Dikke filament = myosine met myosine koppen
Dunne filament = actine, tropomyosine en troponine
Motorunit
Via neuronen komt een aansturing die de Myosine aan het werk zet.
Cz mototisch neuron - Dendrieten – axonheuvel – motorisch eindplaatje – spiervezel –
myofibril
Neurotransmitters (adrealine, dopamine) = zorgen ervoor dat het signaal vanuit het neuron
wordt overgegeven aan de spiervezels.
Spiervezel contractie
1. Signaal wordt ontvangen door de dendrieten
2. Signaal wordt doorgegeven aan de Axon
3. Signaal komt aan de motorische eindplaat
4. Neurotransmitters komen vrij
5. Neurotransmitters worden opgevangen door de receptoren
6. Depolarisatie over de gehele spiervezel
7. Singaal wordt door de t – tubulus ontvangen
8. CA2+ komt vrij uit sarcoplamatisch rectum (SR)
9. Tropomyosine gaat van de bindingsplaatsen op de actine af
10. Myosinekoppen binden zich met actine
11. Actine glijdt over de myosine heen
12. H zone verdwijnt
Sliding filament theorie is ineenschuiven van filamenten tijdens aanspanning
ATP = Adenosine Tri fosfaat
Enige energievorm voor de cellen!
ATP is dus 1 adenosine en 3 keer een fosfaat die zijn kleiner er zitten om de adenosine heen.
Mitochondriën halen energie uit voedingsstoffen
ATP naar ADP is energie maken. Het enige wat er gebeurd is dat er P (fosfaat) van de
adenosine afvalt --> dat maakt energie.
Les 1
Soorten
- Skeletspier heeft streepjes
- Gladde spier vooral darm
- Hartspier met bloedvaten en gebruikt veel zuurstof want mag niet verzuren
Energiesystemen
- Aerobe systeem (zuurstof om te verbranden (sloom kracht leveren))
- Anaerobe systeem (geen zuurstof) Lactaat systeem (fast kracht)
- ATP – CP (extreme kracht)
Type spiervezels
- Type 1 (slow) – duursport
- Type 2a (fast) – krachtsport
- Type 2x (extreem fast) – extreme kracht
Bouw van de skeletspier
- Hele spier --> epimysium (vliesje)
- Spierbundel/Fasciclulus --> perimysium (vliesje)
- Spiervezel/spiercel --> endomysium (vliesje)
- Myofibril
In de Myofibril liggen sarcomere (dikke en dunne filamenten):
- Opgebouwd uit contractiele eiwitten
- Actine en myosine
Tussen de myofibillen zitten mitochondrion dat zijn de energiefabriekjes (leveren energie om
kracht te kunnen leven) (verbranden stofjes)
Mysium = vlies of membraam
, Les 2
Sarcomeren
Dikke = actin
Dunne = myosin
H zone --> plek in sarcomere met alleen myosin
I band --> plek in sarcomere met alleen actin
A band --> plek in sarcomere waar de actin en myosin overlap hebben
Dikke filament = myosine met myosine koppen
Dunne filament = actine, tropomyosine en troponine
Motorunit
Via neuronen komt een aansturing die de Myosine aan het werk zet.
Cz mototisch neuron - Dendrieten – axonheuvel – motorisch eindplaatje – spiervezel –
myofibril
Neurotransmitters (adrealine, dopamine) = zorgen ervoor dat het signaal vanuit het neuron
wordt overgegeven aan de spiervezels.
Spiervezel contractie
1. Signaal wordt ontvangen door de dendrieten
2. Signaal wordt doorgegeven aan de Axon
3. Signaal komt aan de motorische eindplaat
4. Neurotransmitters komen vrij
5. Neurotransmitters worden opgevangen door de receptoren
6. Depolarisatie over de gehele spiervezel
7. Singaal wordt door de t – tubulus ontvangen
8. CA2+ komt vrij uit sarcoplamatisch rectum (SR)
9. Tropomyosine gaat van de bindingsplaatsen op de actine af
10. Myosinekoppen binden zich met actine
11. Actine glijdt over de myosine heen
12. H zone verdwijnt
Sliding filament theorie is ineenschuiven van filamenten tijdens aanspanning
ATP = Adenosine Tri fosfaat
Enige energievorm voor de cellen!
ATP is dus 1 adenosine en 3 keer een fosfaat die zijn kleiner er zitten om de adenosine heen.
Mitochondriën halen energie uit voedingsstoffen
ATP naar ADP is energie maken. Het enige wat er gebeurd is dat er P (fosfaat) van de
adenosine afvalt --> dat maakt energie.