Stralingsdeskundigheid periode 2
In de röntgenbuis wordt elektronen omgezet in röntgenstraling. Er ontstaat een grote
spanning tussen de kathode en de anode. De anode bestaat vaak uit de stof Wolfraam.
De röntgenbuis is vacuüm zodat de elektronen ongestoord van de kathode naar de anode
gaan. Verder zorgt het vacuüm ervoor dat de gloeidraad niet gelijk opbrandt.
Wolfraam kan temperatuur hebben van meer dan 400 graden. Verder heeft het een hoog
atoomnummer wat betekent veel atomen, waardoor de elektronen veel
wisselwerkingsprocessen kan hebben met deze atomen van het Wolfraam.
Buisspanning
- kV (kilovolt)
- Elektrische spanning tussen de anode en de kathode
- Hogere spanning geeft röntgenstraling met hogere energie
Buislading
- mAs (milli ampère maal seconde)
- Elektrische lading is het aantal elektronen dat van kathode naar anode ‘stroomt’
- Meer lading geeft meer röntgenstraling
Opwekken van röntgenstraling:
Röntgenstraling ontstaat door energieverlies van elektronen in het Wolfraam bij de anode.
2 manieren van opwekking:
1. Remstraling (afremmen van elektronen door de kern, hoe dichterbij de kern hoe
groter de energie)
2. Karakteristieke straling (‘Vallen’ van elektronen naar een schil dichter naar de kern.
[opvullen van ‘gaten’ in meer naar binnen gelegen schillen ontstaan door
weggeschoten elektronen])
Het röntgenspectrum
Y-as= intensiteit
X-as= kV
- Remstraling kan elke waarde van energie bevatten 0 tot elke buisspanning (poly-
energetisch )
1
,Het filter in de buis zorgt ervoor dat het laag-energetische spanning weg gefilterd word.
Wanneer dit niet weg gefilterd word zou de straling toch nutteloos zijn en dus extra
patiëntendosis.
- Karakteristieke straling is mono-energetisch, er is maar 1 energie
Elke schilovergang heeft een andere karakteristieke fotonenergie (KeV), per atoom zijn deze
hetzelfde:
tabel van de keV van Wolfraam.
Combi van remstraling en karakteristieke straling:
Röntgenspectrum en mAs:
Buislading in mAs:
- elektrische lading is het aantal elektronen dat van kathode naar anode ‘stroomt’:
meer lading geeft meer röntgenstraling:
2
, Er zijn dus meer röntgenfotonen, 2 keer zoveel mAs, 2 keer zoveel elektronen etc.
Buisspanning in kV
- elektrische spanning tussen anode en kathode: hogere spanning geeft
röntgenstraling met hogere energie
Er komen dus meer röntgenfotonen
Röntgenspectrum en filtering:
Een filter zorgt ervoor dat laag-energetische fotonen (die niks toevoegen tot de
beeldvorming maar wel tot de straling naar de patiënt toe) geabsorbeerd wordt.
3
In de röntgenbuis wordt elektronen omgezet in röntgenstraling. Er ontstaat een grote
spanning tussen de kathode en de anode. De anode bestaat vaak uit de stof Wolfraam.
De röntgenbuis is vacuüm zodat de elektronen ongestoord van de kathode naar de anode
gaan. Verder zorgt het vacuüm ervoor dat de gloeidraad niet gelijk opbrandt.
Wolfraam kan temperatuur hebben van meer dan 400 graden. Verder heeft het een hoog
atoomnummer wat betekent veel atomen, waardoor de elektronen veel
wisselwerkingsprocessen kan hebben met deze atomen van het Wolfraam.
Buisspanning
- kV (kilovolt)
- Elektrische spanning tussen de anode en de kathode
- Hogere spanning geeft röntgenstraling met hogere energie
Buislading
- mAs (milli ampère maal seconde)
- Elektrische lading is het aantal elektronen dat van kathode naar anode ‘stroomt’
- Meer lading geeft meer röntgenstraling
Opwekken van röntgenstraling:
Röntgenstraling ontstaat door energieverlies van elektronen in het Wolfraam bij de anode.
2 manieren van opwekking:
1. Remstraling (afremmen van elektronen door de kern, hoe dichterbij de kern hoe
groter de energie)
2. Karakteristieke straling (‘Vallen’ van elektronen naar een schil dichter naar de kern.
[opvullen van ‘gaten’ in meer naar binnen gelegen schillen ontstaan door
weggeschoten elektronen])
Het röntgenspectrum
Y-as= intensiteit
X-as= kV
- Remstraling kan elke waarde van energie bevatten 0 tot elke buisspanning (poly-
energetisch )
1
,Het filter in de buis zorgt ervoor dat het laag-energetische spanning weg gefilterd word.
Wanneer dit niet weg gefilterd word zou de straling toch nutteloos zijn en dus extra
patiëntendosis.
- Karakteristieke straling is mono-energetisch, er is maar 1 energie
Elke schilovergang heeft een andere karakteristieke fotonenergie (KeV), per atoom zijn deze
hetzelfde:
tabel van de keV van Wolfraam.
Combi van remstraling en karakteristieke straling:
Röntgenspectrum en mAs:
Buislading in mAs:
- elektrische lading is het aantal elektronen dat van kathode naar anode ‘stroomt’:
meer lading geeft meer röntgenstraling:
2
, Er zijn dus meer röntgenfotonen, 2 keer zoveel mAs, 2 keer zoveel elektronen etc.
Buisspanning in kV
- elektrische spanning tussen anode en kathode: hogere spanning geeft
röntgenstraling met hogere energie
Er komen dus meer röntgenfotonen
Röntgenspectrum en filtering:
Een filter zorgt ervoor dat laag-energetische fotonen (die niks toevoegen tot de
beeldvorming maar wel tot de straling naar de patiënt toe) geabsorbeerd wordt.
3