SD aantekeningen
Biologische effecten:
Stochastische effecten Deterministische effecten
Geen drempeldosis Drempeldosis is afhankelijk van het
gewenste effect
Kans op effect neemt toe bij een hogere Effect treedt op boven een drempeldosis.
effectieve dosis De ernst van het effect neemt toe bij een
hogere dosis
Voorbeelden: Voorbeelden:
- Genetisch effect - Verbranding
- Tumorinductie - Syndromen
- Celdood
003
Atoombouw
Een materie bestaat uit een atoom.
Een atoom bestaat weer uit
elektronen met daarin de atoomkern,
bestaande uit protonen en
neutronen. Wanneer er goed
ingezoomd word op de neutron dan
zien we dat een neutron is
opgebouwd uit Quarks. Om precies te
zijn twee ‘down’quarks en één ‘up’quark.
Zo’n atoom bestaat eigenlijk uit twee onderdelen: een kern en een elektronenwolk
Kern Elektronenwolk
+
Protonen (P ) Neutronen (N) Elektronen (E-)
Lading +1 Lading 0 Lading -1
Massa 1 u Massa 1 u Massa: bijna geen
De lading van een atoom is alle ladingen opgeteld.
Bijvoorbeeld:
- Een atoom bevat 8 protonen, 9 neutronen en 10 elektronen. Wat is de totale lading
van het atoom?
8 protonen +8
9 neutronen 0
10 elektronen -10
Totaal: -2
Het aantal protonen bepaalt het atoomnummer en het element.
De neutronen zorgen voor binding en stabiliteit in de kern.
Het aantal elektronen bepaalt de chemische eigenschappen.
1
, Iso….
Isotopen= atomen met een gelijk aantal protonen
b.v. 12C en 14C
Isobaren= atomen met een gelijk aantal kerndeeltjes (protonen+neutronen)
b.v. 14C en 14N
Isotonen= atomen met gelijk aantal neutronen
b.v. 12C en 13N
Isomeren= atomen met gelijk aantal protonen en neutronen, maar er een verschil in energie
in de kern is.
b.v. 99Tc en 99mTc
Hoe bereken je nu hoeveel protonen, neutronen en elektronen een ongeladen atoom heeft?
Het atoomnummer is gelijk aan het aantal protonen, die weer gelijk is aan het aantal
elektronen. Mocht dit genoteerd zijn, kan de elektronen berekend worden d.m.v. het
massagetal. Namelijk: het massagetal= het aantal protonen + het aantal neutronen.
Verder kan het relatieve voorkomen berekend worden door:
Het percentage relatieve aanwezigheid : 100% keer het atoomnummer. Dit doe je bij alle
isotopen het (percentage :100 x atoomnummer) van alle tel je op.
b.v.:
(0,05845 x 54) + ( 0,91754 x56) + (0,02119 x57) + (0,00282 x58)= 55,9
Atoommodel van Bohr:
2
Biologische effecten:
Stochastische effecten Deterministische effecten
Geen drempeldosis Drempeldosis is afhankelijk van het
gewenste effect
Kans op effect neemt toe bij een hogere Effect treedt op boven een drempeldosis.
effectieve dosis De ernst van het effect neemt toe bij een
hogere dosis
Voorbeelden: Voorbeelden:
- Genetisch effect - Verbranding
- Tumorinductie - Syndromen
- Celdood
003
Atoombouw
Een materie bestaat uit een atoom.
Een atoom bestaat weer uit
elektronen met daarin de atoomkern,
bestaande uit protonen en
neutronen. Wanneer er goed
ingezoomd word op de neutron dan
zien we dat een neutron is
opgebouwd uit Quarks. Om precies te
zijn twee ‘down’quarks en één ‘up’quark.
Zo’n atoom bestaat eigenlijk uit twee onderdelen: een kern en een elektronenwolk
Kern Elektronenwolk
+
Protonen (P ) Neutronen (N) Elektronen (E-)
Lading +1 Lading 0 Lading -1
Massa 1 u Massa 1 u Massa: bijna geen
De lading van een atoom is alle ladingen opgeteld.
Bijvoorbeeld:
- Een atoom bevat 8 protonen, 9 neutronen en 10 elektronen. Wat is de totale lading
van het atoom?
8 protonen +8
9 neutronen 0
10 elektronen -10
Totaal: -2
Het aantal protonen bepaalt het atoomnummer en het element.
De neutronen zorgen voor binding en stabiliteit in de kern.
Het aantal elektronen bepaalt de chemische eigenschappen.
1
, Iso….
Isotopen= atomen met een gelijk aantal protonen
b.v. 12C en 14C
Isobaren= atomen met een gelijk aantal kerndeeltjes (protonen+neutronen)
b.v. 14C en 14N
Isotonen= atomen met gelijk aantal neutronen
b.v. 12C en 13N
Isomeren= atomen met gelijk aantal protonen en neutronen, maar er een verschil in energie
in de kern is.
b.v. 99Tc en 99mTc
Hoe bereken je nu hoeveel protonen, neutronen en elektronen een ongeladen atoom heeft?
Het atoomnummer is gelijk aan het aantal protonen, die weer gelijk is aan het aantal
elektronen. Mocht dit genoteerd zijn, kan de elektronen berekend worden d.m.v. het
massagetal. Namelijk: het massagetal= het aantal protonen + het aantal neutronen.
Verder kan het relatieve voorkomen berekend worden door:
Het percentage relatieve aanwezigheid : 100% keer het atoomnummer. Dit doe je bij alle
isotopen het (percentage :100 x atoomnummer) van alle tel je op.
b.v.:
(0,05845 x 54) + ( 0,91754 x56) + (0,02119 x57) + (0,00282 x58)= 55,9
Atoommodel van Bohr:
2