Eindtoets A
3 Krachten
3p 1 Auto 1 staat stil voor een rood verkeerslicht. De auto wordt van achter
aangereden door een andere auto 2. Leg uit waarom de hoofdsteun
van de bestuurder van auto 1 erg belangrijk is.
2 Een sprinter van 55 kg bereikt bij de start in 0,080 s een snelheid van
2,4 ms−1.
2p a Bereken de kracht die hierbij op de sprinter moet werken.
1p b Leg uit waardoor deze kracht wordt geleverd.
3 Op een lange rechte weg rijdt een auto met constante snelheid. Op een
zeker moment wil de chauffeur sneller gaan rijden en drukt daartoe het
gaspedaal verder in. De kracht die de motor levert is als functie van de
tijd weergegeven in figuur 1. Op het tijdstip t = 20 s begon het
versnellen. De massa van de auto met chauffeur is 1,0∙10 3 kg.
▲ figuur 1
de motorkracht als functie van de tijd
2p a Hoe groot is de wrijvingskracht op de auto voor het versnellen?
Verklaar je antwoord.
2p b Bepaal met behulp van figuur 1 de versnelling direct na tijdstip t = 20 s.
De snelheid van de auto is als functie van de tijd weergegeven in figuur 2.
1
, Nova Natuurkunde 4 havo Hoofdstuk 3 Eindtoets A
▲ figuur 2
de snelheid van de auto als functie van de tijd
3p c Leg met behulp van de figuren 1 en 2 uit dat de wrijvingskracht vanaf
t = 20 s voortdurend toeneemt.
4p d Bepaal met behulp van figuur 2 de totale wrijvingskracht die de auto
ondervindt op het tijdstip t = 30 s.
4 Powerskips zijn een soort schoenen waarmee het mogelijk is om hoge
sprongen te maken. Zie figuur 3.
▲ figuur 3
de Powerskips in actie
Een Powerskip bevat een hefboom en een veer en wordt aan het onderbeen
vastgemaakt. In figuur 4A is een Powerskip in rust vereenvoudigd en op
schaal weergegeven. De hefboom draait om punt D en staat met punt S op de
grond.
Vóór het maken van een sprong wordt de veer eerst verder uitgerekt. Zie
figuur 4B. Tijdens de afzet voor de sprong levert de veer dan extra kracht.
2