Het doel is leerlingen effectief te leren communiceren in zowel mondelinge als schriftelijke
vorm.
2. Wat verstaat Huizenga onder 'functionele geletterdheid'?
Functionele geletterdheid is het vermogen om taal te gebruiken in praktische, alledaagse
situaties.
3. Waarom is taalbewustzijn belangrijk in het taalonderwijs?
Taalbewustzijn helpt leerlingen begrijpen hoe taal werkt en hoe ze het effectief kunnen
gebruiken.
4. Hoe onderscheidt Huizenga tussen formeel en informeel taalgebruik?
Formeel taalgebruik is gepast in officiële situaties, terwijl informeel taalgebruik in
persoonlijke of sociale settings wordt gebruikt.
5. Welke rol speelt woordenschatverwerving in taalontwikkeling?
Woordenschat is cruciaal voor leesbegrip en communicatie; het vergroot het taalvermogen.
6. Wat is het verschil tussen passieve en actieve woordenschat?
Passieve woordenschat zijn woorden die men begrijpt, terwijl actieve woordenschat
woorden zijn die men zelf gebruikt.