Doelstellingen
1. De student kan de onderliggende theoretische basisbeginselen van het NSM beschrijven;
2. De student kan de 5 variabelen van het NSM omschrijven en daarbij per variabele een
voorbeeld noemen;
3. De student kan de visie op verplegen uit het NSM herkennen en benoemen.
Samenvatting H 1,2,3 en
4 Neuman
Theorie bestaat uit 3 fundamenten. Zie 1), 2) en 3)
1) Cliëntsysteem
Mens = open cliëntsysteem; opgebouwd uit fysiologische, psychologische, sociaal-culturele,
ontwikkelings- en spirituele variabelen en in voortdurende interactie met de omgeving.
(uitwisseling van materie, energie en informatie.
“Wholeness”= benadering van het totaal of totale mens
Wederkerige relatie cliëntsysteem en omgeving; input- throughput- output; feedback
Circulaire interacties bv lichaamstemp
Zelfstabilisatie: aanpassing systeem aan de omgeving; jas aandoen bij koude
Uitwisseling met omgeving leidt tot voortdurende veranderingsprocessen en een steeds complexer
georganiseerd systeem. Dit proces heet Negentropie
Gesloten systeem= geen uitwisseling; dode materie. Entropie = afname van uitwisseling van energie,
informatie en materie. Als open systeem (bv mens) zich afsluit van de omgeving.
Uitwisseling van energie = welbevinden
Open systeem: levende weefsels, mens, gezin, groep mensen. Belangrijk is grens van het systeem:
• Onderscheid tussen systeem en omgeving bv bij mens als systeem, is gezin de omgeving.
Bij gezin als systeem bestaat omgeving uit bv de buurt waarin met woont
• Vindt uitwisseling met omgeving plaats en biedt bescherming
Systeem is opgebouwd uit subsystemen vb aids pag 21
2) Stress-coping theorie= wijze uitwisseling tussen systeem en
omgeving Stress: Eigen visie, niet objectief vast te stellen
Stress (stimulus, respons): relatie tussen individu en omgeving bedreigend/overschrijding
mogelijkheden getaxeerd en brengt hiermee welzijn in gevaar.
Taxatie: betekenis die men er aan geeft:
Primaire taxatie: reflex, onbelangrijk, positief stress gevend
Stress gevend:
Schade of verlies