College 4 - 18/9/24
Status Not started
Tags
Pand en hypotheek — art. 3:227 BW
Paritas creditorum — art 3:277 BW = gelijk in rang.
— Een absoluut recht is juridisch sterker dan een relatief recht.
Schuldenaar Jij geeft de hypotheek/pand aan de bank.
Pandgever Schuldenaar
Hypotheekgever Schuldenaar
Pandhouder/pandnemer Schuldeiser
Hypotheeknemer Schuldeiser
Pand en hypotheek zijn:
Voorrangsrechten; Het is afgeleid uit moederrecht (art. 3:8
BW → beperkte rechten).
zekerheidsrechten;
Recht van hypotheek op registergoed;
afhankelijke rechten;
pandrecht op een ander goed (vb.
zakelijke rechten (als ze op een zaak roerende zaak of vordering)
rusten)
Recht van pand en hypotheek strekt
Het doel is om de rechtspositie van een zich uit over al hetgeen de eigendom
financierder te versterken. van de zaak omvat — art. 3:227 lid 2
BW.
Een recht van hypotheek vestigen op toekomstige goederen is niet
mogelijk ex art. 3:98 jo. 97 lid 1 BW. Pandrecht kan wel op
toekomstige zaken en vorderingen worden gevestigd.
College 4 - 18/9/24 1
, — Stel je koopt een huis en je spreekt af op 1 januari dat het huis aan je wordt geleverd. De
koopsom van 300.000 euro wordt geleend van B. Kan hij dan bij voorbaat een
hypotheekrecht vestigen? Nee, je kan pas een hypotheekrecht vestigen als je op 1 januari
eigenaar wordt. Dat kan niet omdat het gaat om een registergoed. Een registergoed kan je niet
bij voorbaat leveren dus ook niet vestigen.
Als je wel eigenaar bent, dan kan het wel nu en op toekomstige vorderingen ex art. 3:231 lid
1 BW.
Het kan dus niet als je nog geen eigenaar bent ex art. 3:98 jo. 97 lid 1 BW,
maar pas wanneer je eigenaar bent, kan je voor nu en voor de toekomst een
hypotheekrecht vestigen.
Bij pandrecht kan dat wel omdat het gaat om roerende zaken.
Substitutie — art. 3:229 BW: bij tenietgaan bezwaarde goed waarop
hypotheek of pandrecht rust, komt van rechtswege een pandrecht te
rusten op alle vorderingen tot vergoeding die in plaats treden van het
bezwaarde goed.
— Een huis, waar hypotheekrecht op rust. Het huis is verzekerd tegen brand, schade. Stel het
brandt af, dan staat er een vordering op de verzekeringsmaatschappij. Dan verandert het
hypotheekrecht naar een pandrecht (de vordering is een pandrecht) en daar heeft de bank
automatisch recht op omdat het hypotheekrecht weg valt. Een hypotheekrecht kan namelijk
niet op geld worden gevestigd.
Bestaande en toekomstige vorderingen → art. 3:231 lid 1 BW.
VB) je koopt een huis van 300.000 euro, en je vestigt hierop een hypotheek met een
inschrijving van 250.000 euro omdat je in de toekomst wilt gaan verbouwen. Dan heb je
50.000 euro die open staat (huis is 300.000 euro waard). De 50.000 euro is een toekomstige
vordering en daar kan de hypotheek zich ook over uit strekken. De vordering moet wel
voldoende bepaalbaar zijn op moment van executie.
De vordering tot zekerheid waarvan zekerheidsrecht zal strekken kan zowel een ten tijde van
vestiging zekerheidsrecht bestaande als een op dat moment nog toekomstige zijn.
In beide gevallen vereist dat vordering voldoende bepaalbaar is — art.
3:231 lid 2 en 260 lid 1 BW.
College 4 - 18/9/24 2
Status Not started
Tags
Pand en hypotheek — art. 3:227 BW
Paritas creditorum — art 3:277 BW = gelijk in rang.
— Een absoluut recht is juridisch sterker dan een relatief recht.
Schuldenaar Jij geeft de hypotheek/pand aan de bank.
Pandgever Schuldenaar
Hypotheekgever Schuldenaar
Pandhouder/pandnemer Schuldeiser
Hypotheeknemer Schuldeiser
Pand en hypotheek zijn:
Voorrangsrechten; Het is afgeleid uit moederrecht (art. 3:8
BW → beperkte rechten).
zekerheidsrechten;
Recht van hypotheek op registergoed;
afhankelijke rechten;
pandrecht op een ander goed (vb.
zakelijke rechten (als ze op een zaak roerende zaak of vordering)
rusten)
Recht van pand en hypotheek strekt
Het doel is om de rechtspositie van een zich uit over al hetgeen de eigendom
financierder te versterken. van de zaak omvat — art. 3:227 lid 2
BW.
Een recht van hypotheek vestigen op toekomstige goederen is niet
mogelijk ex art. 3:98 jo. 97 lid 1 BW. Pandrecht kan wel op
toekomstige zaken en vorderingen worden gevestigd.
College 4 - 18/9/24 1
, — Stel je koopt een huis en je spreekt af op 1 januari dat het huis aan je wordt geleverd. De
koopsom van 300.000 euro wordt geleend van B. Kan hij dan bij voorbaat een
hypotheekrecht vestigen? Nee, je kan pas een hypotheekrecht vestigen als je op 1 januari
eigenaar wordt. Dat kan niet omdat het gaat om een registergoed. Een registergoed kan je niet
bij voorbaat leveren dus ook niet vestigen.
Als je wel eigenaar bent, dan kan het wel nu en op toekomstige vorderingen ex art. 3:231 lid
1 BW.
Het kan dus niet als je nog geen eigenaar bent ex art. 3:98 jo. 97 lid 1 BW,
maar pas wanneer je eigenaar bent, kan je voor nu en voor de toekomst een
hypotheekrecht vestigen.
Bij pandrecht kan dat wel omdat het gaat om roerende zaken.
Substitutie — art. 3:229 BW: bij tenietgaan bezwaarde goed waarop
hypotheek of pandrecht rust, komt van rechtswege een pandrecht te
rusten op alle vorderingen tot vergoeding die in plaats treden van het
bezwaarde goed.
— Een huis, waar hypotheekrecht op rust. Het huis is verzekerd tegen brand, schade. Stel het
brandt af, dan staat er een vordering op de verzekeringsmaatschappij. Dan verandert het
hypotheekrecht naar een pandrecht (de vordering is een pandrecht) en daar heeft de bank
automatisch recht op omdat het hypotheekrecht weg valt. Een hypotheekrecht kan namelijk
niet op geld worden gevestigd.
Bestaande en toekomstige vorderingen → art. 3:231 lid 1 BW.
VB) je koopt een huis van 300.000 euro, en je vestigt hierop een hypotheek met een
inschrijving van 250.000 euro omdat je in de toekomst wilt gaan verbouwen. Dan heb je
50.000 euro die open staat (huis is 300.000 euro waard). De 50.000 euro is een toekomstige
vordering en daar kan de hypotheek zich ook over uit strekken. De vordering moet wel
voldoende bepaalbaar zijn op moment van executie.
De vordering tot zekerheid waarvan zekerheidsrecht zal strekken kan zowel een ten tijde van
vestiging zekerheidsrecht bestaande als een op dat moment nog toekomstige zijn.
In beide gevallen vereist dat vordering voldoende bepaalbaar is — art.
3:231 lid 2 en 260 lid 1 BW.
College 4 - 18/9/24 2