, Hoofdstuk 1 Een inleiding in de ontwikkeling van het kind
- Ontwikkelingspsychologie: de wetenschap die zich bezighoudt met onderzoek naar de
ontwikkeling van het kind. Van bevruchting tot en met puberteit.
- Cohort: Dat is een groep mensen die op hetzelfde moment en op dezelfde plaats zijn
geboren. Tussen de diverse cohorten bestaan (generatie)verschillen. Daarnaast is er door
sociale invloeden ook sprake van individuele verschillen.
- Normatieve gebeurtenissen: Zijn gebeurtenissen met een biologische, maatschappelijke of
culturele achtergrond die de meerderheid van de groep op eenzelfde wijze wordt ervaren.
- Niet-normatieve gebeurtenissen: ongewone, speciale gebeurtenissen die ervaren worden
door een individu.
Beide hebben invloed op de cognitieve ontwikkeling.
Vroeger (voor 1600) werden kinderen nog gezien als kleine volwassenen, waar nog kleine
dingen aan moesten veranderen. Tegenwoordig zie je wel degelijk grote verschillen. In de
20e eeuw kwamen er zo ook twee pioniers onderzoekers bij op het gebied van de cognitieve
ontwikkeling: Alfred Binet en G. Stanley Hall. Ook kwamen er uiteindelijk vrouwelijke
onderzoekers.
- Continue verandering: houdt een geleidelijke verandering in, het is continu.
- Discontinue verandering: staat voor ontwikkeling in stappen.
* Volgens de meeste onderzoekers bestaan beide vormen.
- Kritieke periode: een tijdvak waarin de invloed van een gebeurtenis bijzonder grote impact
kan hebben. Tegenwoordig ook wel: gevoelige periode. Het verschil hiertussen is dat in een
gevoelige periode de gevolgen niet per se niet terug te draaien zijn.
- Nature: De invloed van nature draait om de invloed van erfelijke eigenschappen. Deze
eigenschappen komen naar voren in de loop der ontwikkeling.
- Nurture – (maturatie) invloed van de maatschappij beïnvloedt de ontwikkeling. Hierbij gaat
het dus om bv je omgeving en niet de erfelijke eigenschappen.
*Bijna elk gebied van ontwikkeling van een kind wordt beïnvloed door nature en nurture,
waarbij het gaat om een combinatie.