K1 SPI(C)E-acroniem
Een onderzoeksvraag van een kwalitatief onderzoek kan je herkennen aan de elementen
van het SPI(C)E-acroniem. De betekenis van de letters is:
Setting: waar, in welke context?
Perspective: voor wie?
Interest: Wat?
Comparison: Vergeleken met wat?
Evaluation: Met welk resultaat?
Het ‘comparison’ deel van het acroniem wordt niet altijd gebruik. Daarom wordt deze
vaak tussen haakjes gezet.
Het herkennen van een goede, complete onderzoeksvraag is een belangrijke basis voor
het doen van onderzoek en ook een nuttige vaardigheid voor het tentamen. Het
herkennen van de verschillende SPI(C)E-onderdelen kun je oefenen met de zelftoets.
K2 Selecte steekproeven
Om een onderzoek uit te voeren zijn er subjecten nodig die je kan onderzoeken. Het
selecteren van de subjecten noem je het trekken van een steekproef.
In de meeste onderzoeken is de populatie (iedereen waarover je iets wilt zeggen) zo
groot dat het eigenlijk onmogelijk is om iedereen in de populatie te onderzoeken. Dat is
meestal ook niet nodig: door een deel van de populatie te onderzoeken kunnen
onderzoekers begrijpen hoe het sociale fenomeen waarin ze geïnteresseerd zijn werkt.
Het deel van de populatie wat onderzocht wordt heet de steekproef. Hiervoor willen
onderzoekers subjecten uit de populatie selecteren. Het selectieproces wordt het trekken
van de steekproef genoemd.
Globaal gezien kan dit op twee verschillende manieren:
1) De subjecten worden geheel willekeurig (op toevalsbasis) uit de populatie
getrokken. In dit geval spreken we van een aselecte steekproef.
2) Er is geen sprake van willekeur of toevalsbasis; of de onderzoekers of de
subjecten maken deel uit van het selectieproces. In dit geval spreken we van een
selecte steekproef.
Bij een kwalitatief onderzoek is het doel om bepaalde kenmerken zo veel mogelijk in de
steekproef terug te laten komen. Dit zijn vaak kenmerken die voor het onderzoek
relevant zijn. Dat wil zeggen dat de onderzoeker de verschillenden meningen/ervaringen
etc. die in de populatie bestaan ook in de steekproef terugziet. Daarom wordt er bij
kwalitatief onderzoek vaak gebruik gemaakt van een selecte steekproef
De makkelijkste optie voor het selecteren van deelnemers is om die subjecten te
benaderen waar de onderzoeker zelf de minste inspanning voor hoeft te doen. Dit
noemen we een gemakssteekproef (convenience sample). Dit kan op allerlei manier,
enkele voorbeelden zijn:
o De mensen vragen die fysiek/geografisch dicht bij de onderzoeker zijn;
o De mensen vragen die de onderzoeker via social media eenvoudig kan bereiken
o Naar een locatie gaan waar de onderzoeker weet dat de mensen bereid zijn om mee
te werken.
Doelgerichte steekproef
In kwalitatief onderzoek is de onderzoeker vaak opzoek naar een selecte groep mensen
die een specifieke bijdrage kunnen leveren aan een beter begrip van hetgeen onderzocht
wordt. de onderzoeker kan bijvoorbeeld opzoek zijn naar mensen met een bepaald
opleidingsniveau of seksuele voorkeur. In deze situaties kan de onderzoeker ervoor
kuezen een doelgerichte steekproef te gebruiken. De onderzoeker gaat dan op zoek naar
juist die mensen die aan deze specifieke voorwaarden voldoen.