Thema 8 - ANATOMIE
Week 1 – Arthrokinematica schouder
Leerdoelen
De student kan de betekenis van relevante begrippen voor artrokinematica beschrijven
De student kan de convex-concaaf regel uitleggen
De student is in staat de convex-concaaf regel toe te passen op de gewrichten van de schoudergordel
De student kan de artrokinematica van de gewrichten van de schoudergordel beschrijven
Osteokinematica = bewegingen van botstukken
- Tangentieel vlak = loodrecht op de normaal
- Normaal vlak = richting van convex
Richting van tractie gaat altijd in richting van normaal gewricht.
Translatie is daar loodrecht op (met tangentieel vlak mee)
Close-packed position (CPP)
- Maximale passing kop en kom
- Kapselbanden op maximale spanning
- Stabiliteit
Loose-packed positions (MLPP)
- Alle andere posities (loose packed positions)
- MLPP/ruststand: mobiliteit is groot
- Deze stand is belangrijk bij fysiotherapeutisch onderzoek en behandeling gewricht (tractie en
translatie)
Capsulair patroon is de volgorde van bewegingsbeperkingen in een gewricht wat typisch is voor ontsteking van
totale gewrichtskapsel (artritis). Bij frozen shoulder zie je dit vaak.
Artrokinematica (joint play) = bewegingen in een gewricht
Zuivere rolbeweging: botstukken rollen opzij t.o.v. elkaar. Dus als de kop alleen gaat rollen en niet zou
schuiven, waar zou hij er dan af rollen? Dan moet je dus tegengesteld transleren
Zuivere rotatiebeweging (tol/spin): botstukken draaien op zelfde plek t.o.v. elkaar. Dus de kop spint als
het ware in het gewrichtsvlak, het zou er dus nergens vanaf rollen ( anteflexie schouder).
Convex-concaaf regel:
Convex = kop
- Bij hoekverandering van convex (rollen) vindt translatie plaats in tegenovergestelde richting (=schuif)
Concaaf = kom
- Bij hoekverandering van concaaf (schommelen) vindt translatie plaats in dezelfde richting (=glij)
SC-gewricht = zadelgewricht
Convex en concaaf gedeelte kunnen veranderen hangt af van het aanzicht
- Bovenaanzicht: retractie en protractie, sternum is convex
- Vooraanzicht: elevatie en depressie, sternum is concaaf
Mobiliseren
Tractie in richting van de normaal Translatie daar loodrecht op (tangentieel vlak)
Intern bewegingsmechanisme Intern bewegingsmechanisme
Angulatie = verander van de hoek. Het extra-articulair bewegen
Dus je hebt in de schouder een rol/glij naar caudaal (intra-articulair) en daar hoort een abductie elevatie extra
articulair bij.
, Thema 8 - ANATOMIE
Mobilisatie:
1e graad = onderzoekend
2e graad = steviger, banden op spanning brengen
3e graad = rekken van banden
4e graad = kraken, gasbelletjes die vrijkomen wat pijn kan verminderen
Art. humeri/glenohumerale
1. Wat is de kop (convex)?
Caput humeri
2. Wat is de kom (concaaf)?
Cavitas glenoïdalis
3. Wat zijn de bewegingsmogelijkheden?
Anteflexie/retroflexie, abductie/adductie en endorotatie/exorotatie
4. Wat is de ROM in graden in alle richtingen?
Anteflexie 150-170, retroflexie 40, abductie 160-180, adductie 20-40, endorotatie 70, exorotatie 60
5. Wat zijn de belangrijkste ligamenten van art. humeri en welke bewegingen remmen deze ligamenten?
Ligg. Glenohumerale superior remt adductie
Ligg. Glenohumerale mediale remt abductie en exorotatie
Ligg. Glenohumerale inferior remt abductie en exorotatie
Lig. coracohumerale anteriore vezels remt retroflexie
Lig. coracohumerale posteriore vezels remt anteflexie
6. Wat is de CPP?
Maximale abductie + exorotatie + horizontale extensie
7. Wat is de MLPP?
60 abductie + 60 anteflexie + onderarm 30 t.o.v. horizontaal vlak
8. Wat is het capsulair patroon van art. humeri?
Exorotatie abductie endorotatie
9. Wat is de richting van de normaal?
Lateraal + ventraal + iets craniaal
10. Wat is de translatierichting van de humerus bij
a. Anteflexie? Geen (spin beweging)
b. Abductie? Caudaal, iets lateraal en ventraal
c. Exorotatie? Ventraal, iets mediaal
SC-gewricht
1. Wat is de kop (convex)?
Anatomisch zadelgewricht, dus kop verschilt per richting:
Protractie/retractie = incisura claviculare sternum
Elevatie/ depressie = extremitas sternale clavicula
2. Wat is de kom (concaaf)?
Anatomisch zadelgewricht, dus kop verschilt per richting:
Protractie/retractie = extremitas sternale clavicula
Elevatie/ depressie =incisura claviculare sternum
3. Wat zijn de bewegingsmogelijkheden?
Elevatie/depressie + Protractie/retractie + Axiale rotatie (=spin!)
4. Wat is de ROM in alle richtingen?
Elevatie 40°, depressie 10°, protractie 30°, retractie 25°
5. Wat zijn de belangrijkste ligamenten van het SC-gewricht en welke bewegingen remmen deze
ligamenten?
- Lig. sternoclaviculare posterior: Protractie
- Lig. sternoclaviculare anterior : Retractie
- Lig. costoclaviculare: elevatie/protractie/retractie
- Lig. interclaviculare: depressie
6. Wat is de richting van de normaal (tractierichting!)?
Lateraal, craniaal (en iets dorsaal)
7. Geen CPP/MLPP?
Geen
Week 1 – Arthrokinematica schouder
Leerdoelen
De student kan de betekenis van relevante begrippen voor artrokinematica beschrijven
De student kan de convex-concaaf regel uitleggen
De student is in staat de convex-concaaf regel toe te passen op de gewrichten van de schoudergordel
De student kan de artrokinematica van de gewrichten van de schoudergordel beschrijven
Osteokinematica = bewegingen van botstukken
- Tangentieel vlak = loodrecht op de normaal
- Normaal vlak = richting van convex
Richting van tractie gaat altijd in richting van normaal gewricht.
Translatie is daar loodrecht op (met tangentieel vlak mee)
Close-packed position (CPP)
- Maximale passing kop en kom
- Kapselbanden op maximale spanning
- Stabiliteit
Loose-packed positions (MLPP)
- Alle andere posities (loose packed positions)
- MLPP/ruststand: mobiliteit is groot
- Deze stand is belangrijk bij fysiotherapeutisch onderzoek en behandeling gewricht (tractie en
translatie)
Capsulair patroon is de volgorde van bewegingsbeperkingen in een gewricht wat typisch is voor ontsteking van
totale gewrichtskapsel (artritis). Bij frozen shoulder zie je dit vaak.
Artrokinematica (joint play) = bewegingen in een gewricht
Zuivere rolbeweging: botstukken rollen opzij t.o.v. elkaar. Dus als de kop alleen gaat rollen en niet zou
schuiven, waar zou hij er dan af rollen? Dan moet je dus tegengesteld transleren
Zuivere rotatiebeweging (tol/spin): botstukken draaien op zelfde plek t.o.v. elkaar. Dus de kop spint als
het ware in het gewrichtsvlak, het zou er dus nergens vanaf rollen ( anteflexie schouder).
Convex-concaaf regel:
Convex = kop
- Bij hoekverandering van convex (rollen) vindt translatie plaats in tegenovergestelde richting (=schuif)
Concaaf = kom
- Bij hoekverandering van concaaf (schommelen) vindt translatie plaats in dezelfde richting (=glij)
SC-gewricht = zadelgewricht
Convex en concaaf gedeelte kunnen veranderen hangt af van het aanzicht
- Bovenaanzicht: retractie en protractie, sternum is convex
- Vooraanzicht: elevatie en depressie, sternum is concaaf
Mobiliseren
Tractie in richting van de normaal Translatie daar loodrecht op (tangentieel vlak)
Intern bewegingsmechanisme Intern bewegingsmechanisme
Angulatie = verander van de hoek. Het extra-articulair bewegen
Dus je hebt in de schouder een rol/glij naar caudaal (intra-articulair) en daar hoort een abductie elevatie extra
articulair bij.
, Thema 8 - ANATOMIE
Mobilisatie:
1e graad = onderzoekend
2e graad = steviger, banden op spanning brengen
3e graad = rekken van banden
4e graad = kraken, gasbelletjes die vrijkomen wat pijn kan verminderen
Art. humeri/glenohumerale
1. Wat is de kop (convex)?
Caput humeri
2. Wat is de kom (concaaf)?
Cavitas glenoïdalis
3. Wat zijn de bewegingsmogelijkheden?
Anteflexie/retroflexie, abductie/adductie en endorotatie/exorotatie
4. Wat is de ROM in graden in alle richtingen?
Anteflexie 150-170, retroflexie 40, abductie 160-180, adductie 20-40, endorotatie 70, exorotatie 60
5. Wat zijn de belangrijkste ligamenten van art. humeri en welke bewegingen remmen deze ligamenten?
Ligg. Glenohumerale superior remt adductie
Ligg. Glenohumerale mediale remt abductie en exorotatie
Ligg. Glenohumerale inferior remt abductie en exorotatie
Lig. coracohumerale anteriore vezels remt retroflexie
Lig. coracohumerale posteriore vezels remt anteflexie
6. Wat is de CPP?
Maximale abductie + exorotatie + horizontale extensie
7. Wat is de MLPP?
60 abductie + 60 anteflexie + onderarm 30 t.o.v. horizontaal vlak
8. Wat is het capsulair patroon van art. humeri?
Exorotatie abductie endorotatie
9. Wat is de richting van de normaal?
Lateraal + ventraal + iets craniaal
10. Wat is de translatierichting van de humerus bij
a. Anteflexie? Geen (spin beweging)
b. Abductie? Caudaal, iets lateraal en ventraal
c. Exorotatie? Ventraal, iets mediaal
SC-gewricht
1. Wat is de kop (convex)?
Anatomisch zadelgewricht, dus kop verschilt per richting:
Protractie/retractie = incisura claviculare sternum
Elevatie/ depressie = extremitas sternale clavicula
2. Wat is de kom (concaaf)?
Anatomisch zadelgewricht, dus kop verschilt per richting:
Protractie/retractie = extremitas sternale clavicula
Elevatie/ depressie =incisura claviculare sternum
3. Wat zijn de bewegingsmogelijkheden?
Elevatie/depressie + Protractie/retractie + Axiale rotatie (=spin!)
4. Wat is de ROM in alle richtingen?
Elevatie 40°, depressie 10°, protractie 30°, retractie 25°
5. Wat zijn de belangrijkste ligamenten van het SC-gewricht en welke bewegingen remmen deze
ligamenten?
- Lig. sternoclaviculare posterior: Protractie
- Lig. sternoclaviculare anterior : Retractie
- Lig. costoclaviculare: elevatie/protractie/retractie
- Lig. interclaviculare: depressie
6. Wat is de richting van de normaal (tractierichting!)?
Lateraal, craniaal (en iets dorsaal)
7. Geen CPP/MLPP?
Geen