Artikel: Rooijen, K. van (2018). Preventie en behandeling van angst. Wat werkt?
Utrecht: NJI.
1. Werkzame elementen.
Preventie:
Cognitieve gedragstherapie is de meest evidence based methodiek voor het voorkomen en
verminderen van angstproblemen bij kinderen en jongeren.
Preventieprogramma’s werken het best als zij gestructureerd zijn, met concrete doelen en
getrainde uitvoerders.
Interactieve elementen en het betrekken van jeugdigen zelf bij de interventie kunnen het
effect verhogen.
Behandeling:
Cognitieve gedragstherapie is de enige evidence based methode voor de behandeling van
angst bij jeugdigen.
Ongeacht de vorm of de setting is cognitieve gedragstherapie voor verschillende
doelgroepen effectief.
Exposure (blootstellen aan angstige situaties) kan een zeer belangrijk element zijn in de
cognitieve gedragstherapie.
2. Preventie van angst.
Typen preventie:
Universele preventie: Gericht op de bevolking in het algemeen en bedoeld om de invloed van
risicofactoren in het algemeen te verkleinen (voorlichting bijvoorbeeld).
Selectieve preventie: Gericht op specifieke risicogroepen.
Geïndiceerde preventie: Gericht op jeugdigen die al angstproblemen hebben, maar nog niet
aan de diagnose voor angststoornis voldoen.
Cognitieve gedragstherapie.
Centrale aanname binnen de CGT is dat wat individuen voelen en hoe ze zich gedragen, bepaald
wordt door wat zij denken. Irrationele cognities worden uitgedaagd, jeugdigen leren vanuit een
ander perspectief naar dezelfde situatie te kijken en op een andere manier te reageren.
Geleidelijke blootstelling aan angstige situaties, gecombineerd met ontspanningstechnieken helpen
kinderen om te gaan met spanning.
Effecten van angstpreventie.
Angstpreventie kan bescheiden, maar positieve effecten hebben bij jeugdigen op het verminderen
van angstsymptomen en/of het voorkomen van de ontwikkeling van een stoornis.
Beschikbare interventies.
1. Geïndiceerde preventie:
FRIENDS programma: kan ingezet worden als universele, selectieve en geïndiceerde
preventie van angst en/of depressie en als behandeling. Het wordt op de basisschool
uitgevoerd.
‘Dappere Kat’: Groepsprogramma voor basisschoolkinderen, een vorm van geïndiceerde
preventie dat op school plaatsvindt. Kinderen leren vaardigheden om met angst om te gaan.
2. Selectieve preventie:
‘Kanjertraining’: kinderen en jongeren van 4-16 jaar die problemen hebben in de omgang
met anderen. Sociaal vaardig gedrag wordt gestimuleerd en het voorkomen of verminderen
van sociale problemen wordt aangepakt. Het wordt schoolbreed ingezet met wekelijkse
klassikale lessen.
, Samenvatting artikel preventie en behandeling van angst + van depressie l GOP l 2020
Zomercursus ‘Plezier op school’: Voor aanstaande brugklassers die op de basisschool gepest
werden of andere sociale omgangproblemen hadden. Het vergroot de sociale competentie
van de kinderen, om een goede start op hun nieuwe school te kunnen maken.
3. Universele preventie:
Zippy’s Vrienden: Voor kinderen van 5-10 jaar dat de sociale en emotionele vaardigheden
bevorderd aan de hand van rollenspellen.
Levensvaardigheden: Lesprogramma voor het aanleren van sociale, emotionele en morele
kerncompetenties bij leerlingen in het VO.
3. De behandeling van angststoornissen.
Cognitieve gedragstherapeutische behandeling.
In een CGT leert de therapeut de jeugdige vaardigheden aan om angstsymptomen te kunnen
beheersen. Het bestaat uit 5 componenten:
Psycho-educatie: Ouders en kind krijgen uitleg over mogelijke oorzaken van angst en vooral
hoe de angst verminderd kan worden.
Aanleren van coping strategieën/ Vaardigheidstraining: Kind leert wat het moet doen als
het angstig is.
Cognitieve herstructurering: Angstige gedachten worden nader bekeken, besproken,
uitgedaagd en omgezet in helpende gedachten. Kind leert vragen aan zichzelf te stellen.
Exposure (blootstelling aan angstige object/ situatie).
Terugvalpreventie: Terugkomsessies plannen om terugval te voorkomen.
Vaak wordt er ook gebruik gemaakt van modeling (voordoen) en vormen van beloning.
CGT is niet bij alle jeugdigen met een angststoornis effectief. Onderzoek heeft aangetoond dat door
CGT angstsymptomen afnemen en dat de therapie effectiever is dan wachtlijstcontrole, maar er is
meer onderzoek nodig naar de effectiviteit in vergelijking met andere behandelvormen.
Meest gebruikte en best onderzochte CGT-protocol voor jeugdigen is het Amerikaanse Coping Cat-
programma. Het is ontworpen voor kinderen met een separatieangststoornis, een gegeneraliseerde
angststoornis en sociale fobie. Het programma is in Nederland beschikbaar als ‘Dappere Kat’ en is
gericht op jeugdigen van 8-18 jaar.
Denken + Doen – Durven is een ander CGT programma met effect.
Medicatie.
Medicatie kan ingezet worden wanneer CGT geen of onvoldoende effect heeft. SSRI’s (Selective
Serotonin Reuptake Inhibitors) zijn de 1 e keuze dan en startend met een lage dosering + monitoring
van de bijwerkingen. Veelal SSRI in combinatie met CGT lijkt effect te helpen.
Cognitive/Attention bias modification.
Cognitive Bias Modification (CBM) richt zich op het doorbreken van negatieve denkpatronen door
onbewust het denken van een jeugdige in een vooraf bepaalde richting te sturen.
Attention Bias Modification (ABM): Aandacht van de jeugdige wordt weggeleid van een
negatieve stimulus of expres gericht op een neutrale/positieve stimulus.
Interpretation Bias Modification (CMB-I): Gebruik van complexe cognitieve stimuli.
4. Kenmerken van effectieve interventies.
Preventieve interventies
Ouderprogramma’s bleken goed te werken bij externaliserende problemen.
Onderzoek wijst ook uit dat effecten van preventieprogramma’s op de lange termijn vaak niet
behouden blijven. Opfrisbijeenkomsten zouden de lange termijn effecten mogelijk kunnen vergroten,
maar onderzoek moet dit nog uitwijzen.