Met metabolisme wordt het geheel van anabole en katabole reacties bedoeld.
Er zijn twee typen reacties:
Anabolisme opbouwende reacties (kost energie).
Katabolisme Afbrekende reacties (levert energie).
Alle energie die we gebruiken verkrijgen we uit voedsel eiwitten, lipiden en koolhydraten zijn de
hoofdbestandsdelen van het voedsel worden afgebroken tot kleinere moleculen.
Stadium 1:
Vetten worden afgebroken tot vetzuren
Polysachariden worden afgebroken tot monosachariden (glucose).
Eiwitten worden afgebroken tot aminozuren
Stadium 2:
Alle afbraakstoffen worden omgezet tot acetyl CoA.
Stadium 3:
Uit Acetyl CoA wordt d.m.v. de citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering ATP verkregen.
Het ATP dat wordt gevormd kan op twee verschillende manieren worden gemaakt
Chemotroof: Oxidatie van voedselmoleculen
Autotroof: Het invangen van zonlicht.
Opbouw ATP:
ATP bevat 3 fosfaatgroepen met 2 negatieve ladingen, een ribose suiker en een adenine nucleotide.
ATP wordt opgebouwd uit 3 fosfaatgroepen iedere fosfaatgroep die erop moet worden gezet kost
ongeveer 30 kJ/mol.
Meestal wordt ATP omgezet in ADP, maar het komt ook voor dat bij een reactie twee fosfaatgroepen
worden afgesplitst en er AMP ontstaat.
D.m.v. het enzym myokinase kan AMP reageren met ATP waarbij 2 ADP moleculen ontstaan.
Ook komt het voor dat er andere moleculen worden gevormd GTP, CTP, UTP hebben dezelfde
energie waarde als ATP.
ATP verbruik:
In rust verbruikt een mens ongeveer 40 kg ATP per 24 uur.
In actie kan het verbruik van ATP in een mens oplopen tot 720 kg per 24 uur.