afwijkingen op röntgenopnamen
Kathode: negatief geladen, zit in een vacuüm buis. Hierin
worden elektronen vrijgemaakt.
Anode: een ronddraaiende schijf (wolfraam). Hier botsen de
elektronen tegen.
De spanning tussen anode en kathode = 100 kV = 100.000
V. Deze spanning wekt een kinetische energie op, met
ongeveer de helft van de lichtsnelheid = 150.000 km/s.
Naast kinetische energie komt ook veel warmte vrij. De
botsende elektronen met het wolfraam zorgt voor straling.
De straling wordt via een filter (aluminium) gescheiden in
hoog en laag energetische straling. Het draaien van het
wolfraam en het oliebad rondom het apparaat zorg voor
verkoeling.
Atoomschillen
Als de elektronen vanuit de kathode tegen de anode (wolfraam) botsen, worden
de elektronen van de elektronen uit hun schil verstoten (ionisatie). Hierbij komt
straling vrij.
Machband effect: treedt op bij hoge contrasten. Het is een optische illusie
waarbij verschillende grijstinten elkaar raken.
Radio opaque: altijd ten opzichte van iets: ‘witter’/’grijzer’ dan …. Een vulling is
radio opaquer dan een niet-vulling
Radio lucent: zwarter dan….
Abnormaal aantal gebitselementen. Hyperdontie -> meer
elementen. Hypodontie minder elementen.
Hyperdontie
Mesiodens: tandkiem die niet ontwikkeld is.
Overtallige (derde) premolaar, kan eruptie voorkomen
van een 17.
Distomolaar (m4) extra verstandskies (m3 =
verstandskies)
Overige boventallige gebitselementen (laterodens) bijv.
tussen twee premolaren in.
Hypodontie: minder gebitselementen dan gebruikelijk aangelegd (agenesie).
Geïmpacteerde elementen: duwend tegen een ander element aan. FOTO
Geretineerd: tegen het bot aan duwen.
Transpositie: indien een gebitselement (vaak cuspidaat) op een andere
plaats in de tandboog is aangelegd en doorbreekt dan waar het hoort te
staan. Bijvoorbeeld 13 en 14 wisselen om.