Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Luteijn samenvatting Saxion

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
15
Geüpload op
02-03-2020
Geschreven in
2019/2020

Uitgebreide samenvatting van de aanvullende stof van het vak diagnostisch onderzoek uit het boek Luteijn. Dit boek hoort bij de opleiding toegepaste psychologie op Saxion hogeschool. Het volgende is samengevat: 2.2.3, 2.4, H1, 4.1, 4.2, 4.3, H8, H10 en H11.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Boom bij psychodiagnostiek
Aanvulling op Verhoeven
Hoofdstuk 1 Het diagnostisch proces
1.1 inleiding
Klinische psychodiagnostiek steunt op drie
elementen: theorievorming over de
problemen/klachten en problematische
gedragingen, operationalisatie en meting
daarvan, en de toepassing van relevante
diagnostische methoden.

1.2 stappen van een diagnostisch proces
Aanvraag van de verwijzer: bijv. is er van een
obsessief-compulsieve stoornis sprake?

Hulpvraag van de cliënt: bijv. hij wil van
dwangmatig gedrag af.

1.3 vijf basisvaardigheden in de klinische
psychodiagnostiek
1. Onderkenning: wat zijn de problemen?
Onderkenning bevat:
a. Inventarisering en beschrijving;
b. Ordening en categorisering in
gedragsclusters of stoornissen en;
c. Inschatting van de ernst van het probleemgedrag.

2. Verklaring: waarom zijn de problemen er en wat houdt ze in stand?
Ze bevat:
a. Het (deel)probleem;
b. Condities die het optreden van het probleem verklaren en;
c. De relatie tussen a en b in termen van ‘omdat’ of ‘doordat’.
Verklaringen kunnen ingedeeld worden volgens:
- De locus: persoon of situatie.
- De aard van controle: de reden, door een vrijwillige of intentionele keuze.
Oorzaken verklaren gedrag en redenen maken het gedrag begrijpelijk.
- Synchrone en diachrone verklaringscondities: synchrone verklaringscondities
vallen in de tijd samen met het te verklaren gedrag. Diachrone gaan aan het
gedrag vooraf.
- Inducerende en continuerende condities: introducerende condities doen een
gedragsprobleem ontstaan en continuerende condities houden het
gedragsprobleem in stand.

3. Predictie: hoe zullen problemen zich in de toekomst ontwikkelen? Er is een verband
tussen predictor (‘inschatten van het risico’) en een criterium. De predictor is het nu
aanwezige gedrag en het criterium het toekomstige gedrag.

, 4. Indicatie: hoe kunnen de problemen verholpen worden? Om tot indicatie over te
gaan, moeten de stappen van verklaring en predictie afgerond zijn. Er komen drie
elementen bij kijken:
o Kennis over behandelingen en behandelaars.
o Kennis over het relatieve nut van behandelingen.
o Kennis over de aanvaarding van de indicatie door de cliënt.

5. Evaluatie: zijn de problemen voldoende verholpen?
1.4 de diagnostische cyclus
De empirische cyclus van wetenschappelijk onderzoek:
1. Observatie: het verzamelen en groeperen van empirisch materiaal.
2. Inductie: omvat de formulering van theorie en hypothesen over het gedrag.
3. Deductie: uit de hypothesen worden toetsbare voorspellingen afgeleid.
4. Toetsing: aan de hand van nieuw materiaal wordt nagegaan of de voorspellingen
juist of onjuist zijn.
5. Het voorgaande leidt ten slotte tot de evaluatie.

1.5 het diagnostisch proces
Diagnostisch proces:
- Aanmelding: diagnosticus analyseert en specificeert de aanvraag en de hulpvraag en
raadpleegt dossiergegevens. Analyse van de aanvraag leidt tot informatie over de
verwijzer en over het type en de inhoud van de aanvraag. De analyse van de
hulpvraag bevat onder meer de exploratie van de belevingswereld van de cliënt.
- Reflectie van de diagnosticus: reflectiefase waarin gewichten worden toegekend aan
verschillende stukken informatie.
- Diagnostisch scenario: ordening van de vragen van de cliënt en van de aanvrager ->
opstelling voorlopige theorie. Vanuit dit scenario kan bepaald worden wat men wil
onderzoeken.

Het diagnostisch onderzoek:
1. Hypothesevorming: in het kader van onderkenningsvragen gaan over de
aanwezigheid van psychopathologie etc. hypothesen in het kader van indicatievragen
zijn veronderstellingen over welke behandeling en welke therapeuten het best
passen bij de cliënt.
2. Keuze van de onderzoeksmiddelen
3. Afname en scoring
4. Argumentatie: uitkomsten van de afname en scoren worden teruggekoppeld naar de
hypothesen en voorspellingen.
5. Verslag: bevat de resultaten van het diagnostisch onderzoek voor de verwijzer.

1.6 Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s)
Patiënt wordt op efficiënte wijze gediagnosticeerd en vervolgens vindt er een protocollaire
behandeling plaats die evidence-based is en past bij de gestelde diagnose.
- Standaardtarieven: protocol van de behandeling hoe lang deze mag duren ligt vast en
de diagnostiek moet zoveel mogelijk gestandaardiseerd worden.

Hoofdstuk 2 kwaliteit van diagnostiek

, 2.2.3 kwaliteit van instrumenten
Zeven richtlijnen waar testen op worden beoordeeld:
1. De testconstructie: betreft het gebruiksdoel en de meetpretentie (wat willen we
meten?) van de test. Er moet een primair doel van de test worden bepaald. De
meetpretentie bepaalt welk type normerings-, betrouwbaarheids- en
validiteitsonderzoek gedaan moet worden.
2. Kwaliteit van het testmateriaal: richt zich op de standaardisatie van de items, het
scoringssysteem en de instructie. Er wordt gelet op de degelijkheid en efficiëntie van
de test en de gebruikte materialen.
3. Kwaliteit van de handleiding: gaat over de informatie die verstrekt wordt om de
testgebruiker te helpen de uitslag te interpreteren.
4. Kwaliteit van de normen: gaat over de aan- of afwezigheid van normen en over de
overeenkomst van de normeringsgroep met het doel van de test. Twee type
normscores:
o Normscores waarbij de scores van iemand worden vergeleken met die van
een relevante normgroep. (Normgerichte interpretatie)
o Normscores waarbij de scores van een persoon met een absolute norm
worden vergeleken. (Domeingerichte of criteriumgerichte interpretatie)
5. Kwaliteit van de betrouwbaarheidsgegevens: gaat over de resultaten van onderzoek
met paralleltests, interne consistentie, test-hertest en vergelijking over beoordelaars.
6. Begripsvaliditeit: gaat over de mate waarin de test of de meting aan zijn doel
voldoet.
7. Criteriumvaliditeit: gaat over de samenhang van een test met een criterium,
bijvoorbeeld resultaat van een behandeling. In welke mate is de test te voorspellen?

2.4 kwaliteit van diagnostiek: verantwoording tegenover publiek, wetenschap en cliënt
Tests nemen een belangrijke plaats in. Voor het op waarde schatten van deze middelen zijn
de theoretische basis, de kwaliteit van het testmateriaal en de handleiding, de normering op
steekproeven waar de tests voor bedoeld zijn, de betrouwbaarheid en de begripsvaliditeit en
criteriumvaliditeit van groot belang.

Een diagnost heeft verder te maken met:
- Zijn beroepsgroep en zijn cliënten
- Instelling waarbinnen hij werk verricht
- Verplichtingen en rechten ten opzichte van de instelling
- Wetgeving: pedagogen en psychologen vallen onder de Wet op de beroepen in de
individuele gezondheidszorg
- De wetgever kan eisen aan zijn instrumenten stellen
- Veel eisen aan: vakmanschap, houding en aan de organisatie gesteld

Er zijn etnische regels van beroepsvereniging waar leden zich aan moeten houden. (Bijv.
geen discriminatie en verplichting tot geheimhouding)
De diagnost moet de privacy van zijn cliënt beschermen.

Test fairness:
- Het ontbreken van bias, dat letterlijk vertekening betekent. Als bias slaat op de items
van een test of vragenlijst, dan heet deze wel ‘item-of vraagpartijdigheid’. Het gaat er

Documentinformatie

Geüpload op
2 maart 2020
Aantal pagina's
15
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING
€3,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
charlotte999 Saxion Hogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
15
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
15
Documenten
0
Laatst verkocht
3 jaar geleden

3,5

2 beoordelingen

5
0
4
1
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen