L ITERATUUR : G LEIT MAN P . 605-612, M ISCH EL , S H ODA & A Y DUK P. 155-176, C ARVER P. 168-196
1. – Wat is de invloed van het onderbewustzijn op ons gedrag? – Wat is de Freudiaanse
verspreking? – Hoe vindt het interne dilemma plaats?
2. – Waarom lucht het op om toe te geven aan onbewuste impulsen? – Wat zijn de
factoren die leiden tot bewuste/onbewuste impulsen?
3. – Hoe heeft opvoeding/jeugd invloed op obsessieve coping mechanismes? – Wat zijn
fixaties? – Hoe komt het dat iedereen verschillende fixaties heeft?
4. – Waarom spreek je je eigen gevoel tegen (publiekelijk)? – Welke factoren hebben
invloed op het accepteren van je verlangens? – Wat is de kritiek op Freud?
Psychodynamic approach: Om een persoon te begrijpen moet je de dynamics begrijpen.
Voorbeelden van dynamics zijn: product van situationele factoren, uitdrukkingen van
karaktertrekken etc.
– Wat is de invloed van het onderbewustzijn op ons gedrag? – Wat is de Freudiaanse
verspreking?
Basis principes van Freud: onbewust mentaal determinisme= motivational determinism
(gedrag is nooit accidenteel), de oorzaken liggen buiten het bewustzijn van de persoon.
Topographical Model of Mind:
Conscious: Hier zijn we bewust van.
Preconscious: Onbewuste herinneringen die makkelijk naar boven te halen zijn in het
bewuste.
Unconscious: Dreigende inhoud. Dit kun je niet naar boven halen in het bewuste,
omdat deze buiten bewustzijn worden gehouden door een
onderdrukkingsmechanisme. Het unconscious heeft wel invloed op je gedrag.
Achtergrond van Psychoanalysis (Sigmund Freud):
Aanleiding: Hysteria/Conversion disorder zorgde voor de vraag of er een onderliggende
oorzaak zou zijn voor de symptomen.
Verwachting: psychogenic symptoms: de symptomen komen eerder door psychologische
oorzaken dan door weefselbeschadigingen. -> Oorzaak: De symptomen zorgden ervoor dat
emotionele herinneringen achter slot en grendel bleven. De patiënten hadden erge
herinneringen en die moesten ze uiten (,omdat het zo’n grip op hun gedachten had), maar
ook verbergen (,omdat de herinneringen zo pijnlijk waren). De patiënten gingen een andere
vorm van uiting zoeken en kregen zo de lichamelijke symptomen.
Support: free association method = patiënten mochten alles zeggen wat in hen opkwam. Alle
dingen die in hen opkwamen waren verbonden door associatie. De patiënten hadden echter
al jaren uit zelfbescherming hun herinneringen uit hun bewustzijn gestoten (= repression).
De patiënten zouden dus nooit op een directe manier praten over hun pijnlijke
herinneringen.
-> psychoanalysis: indirecte manieren om herinneringen op te wekken uit een onbewust
conflict en vroegere psychoseksuele ontwikkelingen.
- Free association
- Catharsis: uiten en loslaten van emoties