door S.N.Nijenhuis
1. Wat is het dosislimiet voor een B-werker?
A. 6-20 mSv
B. <1 mSv
C. 4-10 mSv
D. 1-6 mSv
2. Welke 3 dingen doet een MBB’er om geen dosis op te lopen?
A. Afstand, Lood, Tijd
B. Afstand, Afscherming, Tijd
C. Tijd, Afscherming, Lood
D. Lood, aluminium, tijd
3. Wat is géén onderdeel van een stochastisch effect?
A. Geen drempeldosis
B. Effect treedt op boven een drempeldosis
C. Genetisch effect
D. Kans op effect neemt toe bij een hogere effectieve dosis
4. Wat is een voorbeeld van deterministisch effect?
A. Genetisch effect
B. Tumorinductie
C. Gen aanpassing
D. Verbranding
5. Voor wie geldt géén dosislimiet?
A. De radioloog
B. De MBB’er
C. De patiënt
D. De radiobioloog
6. Welke straling is niet door ontstaanswijze: Radioactief verval?
A. Gammastraling
B. Röntgenstraling
C. Alfastraling
D. Bètastraling
7. Welke straling valt onder de ontstaanswijze: Kunstmatig opgewerkt?
A. Alfastraling
B. Gammastraling
C. Elektronenstraling
D. Protonenstraling
, 8. Wat is het kleinste onderdeel van een materie?
A. Quark
B. Atoom
C. Atoomkern
D. Neutron
9. Wat is de lading van een elektronenwolk?
A. -1
B. -2
C. 1
D. Geen lading
10. Wat bepaalt het atoomnummer en element?
A. De binding en stabiliteit
B. De protonen
C. De chemische eigenschappen
D. De protonen en elektronen
11. Waarvoor zorgen de neutronen in de kern?
A. Chemische eigenschappen
B. Atoomnummer en element
C. Het aantal elektronen
D. Binding en stabiliteit
12. Isotopen zijn atomen met:…
A. Gelijk aantal kerndeeltjes
B. Gelijk aantal protonen en neutronen
C. Gelijk aantal protonen
D. Gelijk aantal neutronen
13. Isomeren zijn atomen met:….
A. Gelijk aantal protonen en neutronen, maar verschil in energie
B. Gelijk aantal neutronen en kerndeeltjes, zonder verschil in energie
C. Gelijk aantal protonen en kerndeeltjes, met verschil in energie
D. Gelijk aantal neutronen en protonen, zonder verschil in energie
14. Bij element 16O, waarvan 16 kerndeeltjes totaal en 8 protonen. Hoeveel elektronen
zijn er?
A. 7
B. 8
C. 4
D. 3