Hoorcollege 1 (17-11)
Informatie
Informatie is niet alleen berust op feiten. Het hebben van een mening valt bijvoorbeeld ook onder
informatie. Informatie wordt snel gekoppeld aan data en gegevens en vaak wordt ervanuit gegaan
dat dit hetzelfde is. Maar dat hoeft niet
Communicatie (communicare) : delen, gemeenschappelijk maken
Dominant: transmissie
- Berichten over tijd en afstand versturen, nadruk op goede overdracht (van informatie)
Maar ook: ritueel
- Behoud van gedeelde maatschappelijke waarden en overtuigingen
Informatie (informare): vormen, vorm geven aan
Data -> Informatie -> Kennis
Als we informatie kunnen plaatsen, vormt dit zich tot kennis.
Historisering
1) Wat er onder ‘Communicatie’ en ‘informatie’ wordt begrepen staat uiteraard niet voor
eeuwig vast: in de brede reikwijdte van culturen en tijdperiodes zijn er verschillende
interpretaties
2) Ook pogingen op theorieën en modellen van communicatie en informatie te maken ...
1920-1940: schools
Chicago
- John Dewey, Charles Horon Cooley, George Mead
• Propaganda ten behoeve van ‘ideal of human society’, ook wel hyperdermic needle
model
• Propaganda werd als iets goeds gezien
• Model werd door de oorlog al snel aan de kant geschoven
- Harold Lasswell: ‘Who (says) What (to) Whom (in) What Channel (with) what effect’
• Deterministiche opvatting van informatie: je begint ergens en vervolgens heeft het een
effect. Er is weinig aandacht voor organisaties of instellingen en hoe een kanaal invloed
kan hebben op het effect.
- Paul Lazarfeld & Elihu Katz -> Media effects, two-step flow of communication
, • Allerlei tussenpersonen, waardoor mensen via via communiceren en informatie
verspreiden
• Je hebt ‘opinion leaders’, die informatie geven aan ‘individuals in social contact with an
opinion leader’
Frankfurt
- Max Horkheimer, Theodor Adorno -> mediaboodschappen zijn steeds neer gemodificeerd;
ontstaan van massacultuur
• Eén idee waar mensen in geloven
- Walter Benjamin -> nieuwe communicatiemedia zorgen voor verschuivende blik op onze
wereld, we kijken en luisteren fysiek en cognitief anders.
Theorieën en modellen na 1940
- Uses and Gratifications:
• VB: niet alleen kijken naar wie er communiceert op welk medium, maar WAAROM
zouden mensen überhaupt communicatie tot zich willen nemen, welke media kanalen
willen we gebruiken? Met welk doel? Niet zo deterministisch dus
- Media ecology:
• VB: belangrijk kijken welk mediakanaal er eigenlijk is. Verlengde van Benjamin Frankfurt,
wat verlangt een medium van ons in hoe we erop reageren. We leven in media, dus we
moeten ons verhouden tot welke media beter is voor ons. Daarom sterven sommige
media uit, omdat ze niet meegaan met onze nieuwe behoeftes.
- Agenda-setting theory:
• VB: domineert in jaren 70, tijdperk massamedia, deze theorie zegt dat de invloed vna
media op ons voorbepaald is. Wat we denken dat ons publiek wil weten. Hetgeen waar
we het over hebben, is een selectie.
- Active audiences, cultural studies
• De ontvanger van informatie is geen passieve ontvanger. Er zijn zeker wel behoeftes,
maar die worden bevredigd door de entertainment industrie. Mensen zijn echter prima
in staat om te bepalen of de ontvangen informatie waar is of niet.
Ontstaan van informatiekunde
• Hoe verzamelen mensen informatie? Hoe slaan mensen informatie op? Hoe hebben
mensen toegang tot informatie? Hoe zorgen we dat dit goed gaat? En hoe gebruiken we
de nieuwste informatietechnologie?
• ItIS: vanaf jaren 1940 een groeiende aandacht voor technologische overdracht van
informatie en processen van feedback.
• Norbert Wiener -> Cybernetics (meer in week 2)
• Claude Shannon & Norbert Weaver -> The mathematical Theory of Communication
o Hoe zorg je dat een boodschap zo goed mogelijk overkomt tot degene die het wil
ontvangen?