Natuur & Techniek
NI Hoofdstuk 1: Planten
Wieren
- Eenvoudigste bouw
- Niet echte wortels, stengels en bladeren
- Leveren meer dan de helft van O2
- Eencellige wieren → algen
- Noordwestelijke zijde van een boom beste plek voor boomalgen
- Korstmossen: samenlevingsvorm (symbiose) tussen een alg en een schimmel (geen mos)
- 3 soorten
- Korstvormig
- Bladvormig
- Struikvormig
- Natuurlijke graadmeter voor luchtvervuiling → gevoelig voor watervervuiling
Mossen
- Landplanten, maar hebben wel vochtige omgeving nodig
- Vaatbundels om water van de bodem naar boven te transporteren
- Sporendragers/-kapsels voor voortplanting
- Sporen bevatten enkel wat erfelijk materiaal
Paardenstaarten
- In vergelijking met mossen beter aangepast aan ‘droog landleven’
- De bladeren hebben een wasachtige laag die uitdroging tegengaat
- Vaatbundels zorgen voor transport
- Houtachtig materiaal zorgt voor stevigheid
Varens
- Groeien uit een wortelstok
- Veernervige bladeren
- Onder de bladeren sporendragers → geslachtelijke voortplanting
Zaadplanten
- Uitgebreid wortelstelsel en vaatbundels
- Wasachtige laag die uitdroging tegengaat
- Kunnen van alle planten het grootst worden
- Voortplanting dmv zaden
- Twee subgroepen
- Coniferen
- Geen bloemen/vruchten
- Naaktzadigen, omdat de zaden open en bloot op de schubben van de kegels
liggen
- Bloemplanten
- 80% van alle plantsoorten
- Drie soorten
, - Loofbomen
- Struiken
- Kruidachtige planten
- Bloemen spelen belangrijke rol bij voortplanting
- Bevruchting vindt plaats in vruchtbeginsel van de bloem
- Bedektzadigen
Groeifactoren
- Licht
- CO2
- O2
- Water
- Voedingszouten
- Warmte
Bladeren
- Fotosynthese
- Assimilatie van suiker, O2 is bijproduct
- Wanneer de suiker vervolgens verbrand wordt → dissimilatie
- Vindt plaats in bladgroenkorrels
-
- Vaak grote, platte vorm, zodat zonlicht goed opgevangen kan worden
- Cellen met meeste bladgroenkorrels zitten bovenaan het blad
- Blad is vaak dun, zodat CO2 snel opgenomen kan worden
- Via huidmondjes, regelt verdamping
Bouwplan plantencellen
- Celkern met chromosomen
- Celplasma met water en eiwitten
- Organellen
- Celmembraan die transport van en naar cel reguleert
- Celwand
Wortels
- Twee functies
- Verankeren van plant
- Water en voedingszouten opnemen uit de bodem
- Soms ook nog: opslag reservevoedsel
- Drie vormen
- Hoofdwortels
, - Zijwortels
- Wortelharen
Stengels
- Vaatbundels
- Bastvaten: vervoeren suikers vanuit bladeren naar de rest van de plant
- Houtvaten: vervoeren voedingsstoffen vanuit de bodem naar de bladeren
- Tussen bast- en houtvaten zit cambium: dun laagje cellen dat voortdurend nieuwe cellen
aanmaakt
Bomen
- Ringen worden gemaakt door lagen houtvaten die elk jaar aangemaakt worden
- Schors beschermt tegen uitdroging, aanvallen van dieren en schimmelgroei
- Belangrijke types
- Naaldbomen
- Solo: naalden zitten individueel aan een tak
- Duo: naalden zitten in paren aan een tak
- Legio: naalden zitten in groepjes aan een tak
- Loofbomen
Afweer
- Mechanisme afweer
- stekels (blad), doornen (tak), brandharen
- Chemische afweer
- gif
- Indirecte afweer: aantrekkelijk maken voor vijanden van grootste belagers
Bollen
- Slaan reservevoedsel op in gespecialiseerde bladeren onder de grond → bolrokken
Bloemen
- Stamper: vrouwelijk geslachtsorgaan
- Meeldraden: mannelijk geslachtsorgaan
- Helmknoppen: produceren stuifmeelkorrels, die bevatten meeldraden
- Kelkbladeren: beschermen de bloem in de knop
- Vormt met kroonbladeren het bloemdek
- Bij de meeste plantensoorten zitten stamper en meeldraden in dezelfde bloem →
tweeslachtig, maar één → eenslachtig
- Mannelijke en vrouwelijke bloemen op aparte planten → tweehuizig, mannelijke en
vrouwelijke bloemen op dezelfde boom → eenhuizig
Bestuiving
- Twee soorten
- Wind-
- Deze bloemen maken veel meer stuifmeel aan
- Insecten-
- Kruisbestuiving: wanneer een plant wordt bestuift met stuifmeel van een andere plant
NI Hoofdstuk 1: Planten
Wieren
- Eenvoudigste bouw
- Niet echte wortels, stengels en bladeren
- Leveren meer dan de helft van O2
- Eencellige wieren → algen
- Noordwestelijke zijde van een boom beste plek voor boomalgen
- Korstmossen: samenlevingsvorm (symbiose) tussen een alg en een schimmel (geen mos)
- 3 soorten
- Korstvormig
- Bladvormig
- Struikvormig
- Natuurlijke graadmeter voor luchtvervuiling → gevoelig voor watervervuiling
Mossen
- Landplanten, maar hebben wel vochtige omgeving nodig
- Vaatbundels om water van de bodem naar boven te transporteren
- Sporendragers/-kapsels voor voortplanting
- Sporen bevatten enkel wat erfelijk materiaal
Paardenstaarten
- In vergelijking met mossen beter aangepast aan ‘droog landleven’
- De bladeren hebben een wasachtige laag die uitdroging tegengaat
- Vaatbundels zorgen voor transport
- Houtachtig materiaal zorgt voor stevigheid
Varens
- Groeien uit een wortelstok
- Veernervige bladeren
- Onder de bladeren sporendragers → geslachtelijke voortplanting
Zaadplanten
- Uitgebreid wortelstelsel en vaatbundels
- Wasachtige laag die uitdroging tegengaat
- Kunnen van alle planten het grootst worden
- Voortplanting dmv zaden
- Twee subgroepen
- Coniferen
- Geen bloemen/vruchten
- Naaktzadigen, omdat de zaden open en bloot op de schubben van de kegels
liggen
- Bloemplanten
- 80% van alle plantsoorten
- Drie soorten
, - Loofbomen
- Struiken
- Kruidachtige planten
- Bloemen spelen belangrijke rol bij voortplanting
- Bevruchting vindt plaats in vruchtbeginsel van de bloem
- Bedektzadigen
Groeifactoren
- Licht
- CO2
- O2
- Water
- Voedingszouten
- Warmte
Bladeren
- Fotosynthese
- Assimilatie van suiker, O2 is bijproduct
- Wanneer de suiker vervolgens verbrand wordt → dissimilatie
- Vindt plaats in bladgroenkorrels
-
- Vaak grote, platte vorm, zodat zonlicht goed opgevangen kan worden
- Cellen met meeste bladgroenkorrels zitten bovenaan het blad
- Blad is vaak dun, zodat CO2 snel opgenomen kan worden
- Via huidmondjes, regelt verdamping
Bouwplan plantencellen
- Celkern met chromosomen
- Celplasma met water en eiwitten
- Organellen
- Celmembraan die transport van en naar cel reguleert
- Celwand
Wortels
- Twee functies
- Verankeren van plant
- Water en voedingszouten opnemen uit de bodem
- Soms ook nog: opslag reservevoedsel
- Drie vormen
- Hoofdwortels
, - Zijwortels
- Wortelharen
Stengels
- Vaatbundels
- Bastvaten: vervoeren suikers vanuit bladeren naar de rest van de plant
- Houtvaten: vervoeren voedingsstoffen vanuit de bodem naar de bladeren
- Tussen bast- en houtvaten zit cambium: dun laagje cellen dat voortdurend nieuwe cellen
aanmaakt
Bomen
- Ringen worden gemaakt door lagen houtvaten die elk jaar aangemaakt worden
- Schors beschermt tegen uitdroging, aanvallen van dieren en schimmelgroei
- Belangrijke types
- Naaldbomen
- Solo: naalden zitten individueel aan een tak
- Duo: naalden zitten in paren aan een tak
- Legio: naalden zitten in groepjes aan een tak
- Loofbomen
Afweer
- Mechanisme afweer
- stekels (blad), doornen (tak), brandharen
- Chemische afweer
- gif
- Indirecte afweer: aantrekkelijk maken voor vijanden van grootste belagers
Bollen
- Slaan reservevoedsel op in gespecialiseerde bladeren onder de grond → bolrokken
Bloemen
- Stamper: vrouwelijk geslachtsorgaan
- Meeldraden: mannelijk geslachtsorgaan
- Helmknoppen: produceren stuifmeelkorrels, die bevatten meeldraden
- Kelkbladeren: beschermen de bloem in de knop
- Vormt met kroonbladeren het bloemdek
- Bij de meeste plantensoorten zitten stamper en meeldraden in dezelfde bloem →
tweeslachtig, maar één → eenslachtig
- Mannelijke en vrouwelijke bloemen op aparte planten → tweehuizig, mannelijke en
vrouwelijke bloemen op dezelfde boom → eenhuizig
Bestuiving
- Twee soorten
- Wind-
- Deze bloemen maken veel meer stuifmeel aan
- Insecten-
- Kruisbestuiving: wanneer een plant wordt bestuift met stuifmeel van een andere plant